Pauwel De Meyer :: ”Het is niet omdat ik zing dat ik dood wil gaan, dat ik echt dood wil gaan. Ik ben keicontent.”

Jonge wolf Pauwel De Meyer kijkt in het rond. De singer-songwriter bracht zopas Hideaway uit, z’n tweede langspeler. Hoewel, echt lang duurt die niet. Spaarzaam in woorden, noten en instrumenten. Stilte is een bondgenoot. In z’n thuisstad spraken we met hem in Concertzaal Casino, waar ook zijn cd-release plaatsvond. Gelukkig is de Sint-Niklazenaar spraakzamer tijdens een interview.

enola: Iets wat opvalt, is dat je geen artiestennaam hebt. Je kruipt gewoon het podium op als Pauwel De Meyer. Nooit de nood gevoeld om je achter een artiestennaam te verschuilen?
De Meyer: “Goh. Vroeger speelde ik in de band Simple Brain. En ik weet nog goed dat ik een mail kreeg van de Ancienne Belgique: “Ah ja, Simple Brain, die band met de lelijke naam maar met de mooie liedjes. ” Als ze zeggen dat Pauwel De Meyer een lelijke naam is, dan is dat maar zo. En de meeste nummers zijn ook autobiografisch, dus ook dat klopt wel. Het klinkt niet zo internationaal als pakweg Neil Young, maar die gaat toch ook onder eigen naam door het leven. (lacht) Pauwel De Meyer is mijn merk he, ik heb geen nood om dat te gaan veranderen.”

enola: Jij hebt nu een EP uit en net twee cd’s uit. Dat is niet slecht voor een 23-jarige.
De Meyer: “Nee, maar toch heb ik de neiging mezelf te snel te vergelijken met andere muzikanten. Als je dan leest over een achttienjarige muzikant die met een succesvolle eerste cd scoort, trek ik me dat te snel hard aan. Maar het motiveert ook.”

enola: Voor een voorlopig bescheiden carrière heb je toch al mogen openen voor grote namen: Devendra Banhart, The Veils, Vetiver, Architecture In Helsinki … Dat gebeurt toch ook niet vanzelf.
De Meyer: “Dat komt omdat ik vroeger meer tijd stak in het regelen van optredens dan het schrijven van nummers. Iets wat ik ondertussen heb volledig omgegooid. Ik heb nu ook een booker en een distributielabel. Zelf optredens moeten regelen is voorbij. Vroeger was dat wild in het rond mailen. Je kijkt naar waar bepaalde bands gaan spelen, mailde ik de zaal, de groep, de manager, de booker, …. alles. Een kleine honderd mails per week, daar haalde je per jaar een vijftal mooie voorprogramma’s uit. Maar je wordt nooit alleen gevraagd omdat je zoveel mailt. Door zoveel te communiceren met zalen zullen ze na een tijd wel gaan luisteren naar je muziek. En als die hen bevalt, kom je op hun radar terecht. Dan krijg je kansen. Maar dat heeft pas na enkele jaren resultaat. Nu pluk ik daar de vruchten van. “

enola: Met Devendra Banhart heeft dat mailen zelfs heel wat opgeleverd.
De Meyer: “Pukkelpop, ja. Vroeger had ik een zware Devendra Banhart obsessie. Nu kan ik dat iets meer relativeren, maar dat ging toen vrij ver. Ik weet niet meer hoe ik aan zijn emailadres ben geraakt, maar we zijn beginnen mailen over en weer. Dat was in 2007. Ik heb hem cd’tjes van vroeger doorgestuurd enz. Dat jaar stond hij toen ook op Pukkelpop. En die tournee riep hij tijdens elk optreden iemand op het podium om een eigen nummer te spelen. Ik wist dat, dus heb ik daarvan kunnen profiteren. Toen ik daar stond wist hij wel wie ik was, maar dat was niet met voorbedachte rade gebeurd. Maar in 2010 vertrok hij terug op een Europese tournee, en na opnieuw wat mailen heb ik ik als voorprogramma met hem twee optredens mogen doen.”

enola: In je muziek hoor je die invloed ook. Al omschrijf je het zelf op je Facebook als lo-fi en sadcore.
De Meyer: “Dat laatste is ironisch bedoeld hoor (lacht). Volgens sommigen speel ik triestige nummers. Het meeste is autobiografisch, maar dat is altijd met een tikkeltje extra drama. Met wat humor en zelfspot. Het is niet omdat ik zing dat ik dood wil gaan, dat ik echt dood wil gaan. Ik ben keicontent. In recensies lees ik vaak dat ik triestige nummers maak. Maar voor mij zijn die eerder hoopvol. Liedjes die voor anderen triestig en depressief klinken, vind ik sneller vrolijk.”
enola: Doe je het dan vaak dat je vrolijke nummers minder vrolijk laat klinken?
De Meyer: “Meestal omgekeerd. Triestige teksten en vrolijke noten. Om het nog wat ironischer te maken.”

enola: In je genre heb je Conor Oberst, Daniel Johnston, die met hun lo-fi opnames grote sier maken. Ga je bewust je nummers minder goed opnemen?
De Meyer: “Ergens is dat wel bewust, ergens is dat ook wel … Hoe m’n cd nu klinkt: voor de meesten is dat lo-fi, voor mij is dat heel goed. Ik neem nog altijd met één microfoon op. Ik denk dat m’n nummers daarom een stuk eerlijker en meer rechtuit klinken. Ik schrijf en neem het direct op. Geen twee maanden repeteren vooraleer te gaan opnemen.”

enola: Jij schrijft en neemt het op. Hoe zit het dan met de bandleden? Hebben ze inspraak?
De Meyer: “Heel veel. Alles wat ze spelen hebben ze zelf geschreven. Dat is de vrijheid die ze krijgen. Dat is het ding met ons als band: ik schrijf en maak de nummers, maar de arrangementen schrijven ze zelf. Ik maak de richting duidelijk en welke sfeer ik uit wil. Maar eens we in de studio zitten en iedereen zijn partij ingespeeld, is dat een totaal ander nummer geworden. En dat is het leuke aan deze band. Ik weet van: Doe maar iets, en ik ga altijd blij zijn.”

enola: Ondanks de band blijft Hideaway een erg korte plaat he. Nog geen vijfentwintig minuten in totaal.
De Meyer: “Beter te kort dan te lang. Ik maak liever elk jaar een cd met acht nummers dan om de twee jaar met zestien nummers. Ik zou dat geen twee jaar kunnen laten rijpen. Ik heb nu maar een half jaar moeten wachten om ze te kunnen laten horen en dat was de hel. Dat is de drang om daarmee naar buiten te komen: ‘Dit heb ik het laatste jaar geschreven en dat is beter dan vorig jaar, dus luister maar eens.’ Ik ben al begonnen aan de volgende cd.”

enola: Denk je niet dat het soms nuttig is om je plaat even te laten liggen?
De Meyer: “Ik weet dat ik nu al beter kan. Moest ik nummers laten liggen zou ik toch gewoon een nieuwe plaat maken.”
enola: Heb je dan geen schrik om af en toe te impulsief te zijn op dat gebied? Te snel nieuw materiaal willen uitbrengen?
De Meyer: “Ja, maar ik vind dat niet slecht. Ik weet dat voorlopig elke plaat beter is dan de vorige. Misschien dat dat later wel zal veranderen. Maar voorlopig groei ik elk jaar verder.”

enola: Is er een ideale omgeving waarbij je Hideaway moet opzetten?
De Meyer: Hideaway is uitgekomen in de winter, maar is voor mij eerder een zomerplaat. Ik heb die nummers ook geschreven in de zomer. Ik was naar Devendra Banhart’s Rejoicing In The Hands aan het luisteren, z’n tweede en eerste echte groeiplaat. En zo’n sfeer wou ik ook bereiken. Vanaf dat je de plaat opzet dat je in een bos zit op een zomeravond, en je hoort alleen maar de krekels tjirpen. De plaat noemt ook Hideaway, de plaat zelf moet ook iets kunnen zeggen over weggaan. Het gaat over een toevluchtsoord, ergens waar je terecht kan, een soundtrack om weg te vluchten.”

enola: Thuis achter je microfoon, is dat is jouw vluchtoord?
De Meyer: “Een van de. En hoe spontaner de opname, hoe beter. Soms probeer je dat schrijven te forceren, door het bewust gezellig te maken. Maar wat je uiteindelijk het meest gebruikt is vaak een kwartiertje voor het slapengaan ontstaan. Voor en na de nummers zijn de zuchten en omgevingsgeluiden er ook ingebleven. Deels op aanraden van anderen, maar dat draagt ook gewoon bij tot de sfeer van de plaat. Ik geef liever de indruk dat ik naast je in de kamer zit dan in een studio.”

enola: Dit is je eerste cd die uitgebreid gedistribueerd wordt. Je single weerklonk ook al op Studio Brussel bij Duyster. Hoe hoog mik je hiermee?
De Meyer: “Elke muzikant bij mijn weten wilt constant op de radio gedraaid worden en beroemd worden, bij mij is dat niet anders. Maar belangrijker is je eigen visie op muziek behouden. Ik hoef geen platgeproducte platen te maken of op Rock Werchter te staan. Dat ik en m’n muziek gewoon kan blijven evolueren is voor mij het belangrijkste. En in welke vorm of gedaante maakt eigenlijk weinig uit. Met m’n vorige band heb ik op Radio 1 mogen spelen en ik toen dacht ik van: nu zal het wel lukken. Een jaar later speel je dan in Trix, en dat is een stap vooruit. Maar dan speel je er nog een keer, terwijl je eigenlijk 5 stappen verder wil staan. En we hopen met deze plaat een keerpunt te bereiken. Het de drijfveer achter deze plaat is dat ik het nodig heb om muziek te spelen en dat ik dat van mij af moest schrijven, maar het achterliggende doel is om er iets mee te bereiken als muzikant.”

enola: Wat denk je dan dat het grootste pijnpunt nog is?
De Meyer: “Grote labels beheersen nog te vaak de concertzalen en airplay. Dat is flink wat geld mee gemoeid en het is niet gemakkelijk om je daar als kleine speler tussen te wringen. Ik hoop dat ik afgerekend wordt op m’n muziek. En dat ik kansen krijg. Al zal ik daar ook wat geluk en toeval voor nodig hebben.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in