Gambit

Elk jaar gebeurt het wel een paar keer, en telkens is het even grote zonde: een film bulkt van het talent en de grote namen, en toch is het resultaat een onvergeeflijke stinker. Case in point: Gambit. Niemand minder dan Joel en Ethan Coen schreven het scenario, en in de hoofdrollen zie je Colin Firth, Cameron Diaz, Alan Rickman en Stanley Tucci. Een respectabele lijst namen, maar toch slaagt niemand er in om deze lamlendige retro-komedie tot leven te wekken. Regisseur Michael Hoffman – die een paar jaar geleden Christopher Plummer een Oscarnominatie bezorgde voor The Last Station – probeert een ouderwetse comedy caper te creëren in de stijl van de jaren zestig, maar eindigt gewoon met veel flauwe, bijna gênant gedateerde slapstick.

Colin Firth speelt Harry Deane, een kunstkenner die werkt voor de schofterige miljardair Lionel Shahbandar (Alan Rickman). Na jarenlang door Shahbandar geschoffeerd en vernederd te zijn, besluit Harry hem een fikse loer te draaien. Hij fabriceert een vervalsing van een verloren gewaand schilderij van Monet en wil die vervolgens aan zijn baas verlappen voor 12 miljoen Britse pond. Probleem is wel dat hij, om het verhaal geloofwaardig te maken, beroep moet doen op PJ Puznowski (Cameron Diaz), een Texaanse cowgirl. En zij durft wel eens af te wijken van het plan.

Verwacht nu vooral geen Ocean’s Eleven-scenario, met de ene twist na de andere. Aan het einde van de film krijgen we wel nog een kleine (zij het ook geheel voorspelbare) plotwending, maar voor de rest zoekt Gambit vooral zijn heil in kluchtige situatiehumor. Geen gecompliceerde wie-bedriegt-nu-wie-toestanden, nee, gewoon Colin Firth die als komieke boksbal dient voor de andere personages. Firth die tot twee keer toe een mep op z’n oog krijgt van een boze buurman: lachen! Firth die met z’n hand in een bokaal vastzit: hilariteit! Firth die een natte plek op z’n broek krijgt, zodat het lijkt alsof hij er in heeft geplast: geniaal! En dan de klepper: Firth die zowat de hele tweede akte van de film lang zonder broek door de gangen en zelfs langs de muren van een sjiek hotel sluipt. (Het is echt niet te schatten hoe lang die laatste sequens gerekt wordt: laat ons zeggen een half uur van de nog geen 90 minuten speelduur.)

Het scenario werd zeer losjes gebaseerd op een Britcom uit de jaren zestig, met een jonge Michael Caine en Shirley McClaine, en het is die sfeer die Hoffman en de Coens opnieuw tot leven willen wekken. De originele Gambit is overigens één van de minder bekende voorbeelden van dat genre – films als Topkapi en zelfs de eerste Pink Panther hebben een veel betere reputatie. Telkens opnieuw werd dit soort film opgebouwd rond een centrale kraak, die dan steeds verder ontspoorde. Wat allemaal goed en wel is, als de manier waarop dat gebeurt maar een beetje vindingrijk is. Gambit wil een soort hommage zijn aan die films, maar het blijft allemaal fake overkomen. Vergelijk het met de hedendaagse Volkswagen kevertjes: van veraf ziet het er uit als een model van de jaren zestig, maar het heeft niets authentieks. Integendeel, de humor van Gambit voelt oubolliger aan dan die van de echte capers uit de sixties. (Hadden we al vermeld dat er ook een bende cliché-Japanners in rondloopt? Die karaoke zingen?)

Het is moeilijk te begrijpen wat al die getalenteerde mensen zagen in dit materiaal. Voor de Coens is Gambit, jammer genoeg, niet zonder precedent: ze schreven en regisseerden een aantal jaar geleden ook al een remake van The Ladykillers – verreweg hun slechtste film. Hoe goed de Coens ook zijn in wat ze doen, dit soort Britse retro-humor is duidelijk hun ding niet. We hadden gehoopt dat ze dat na The Ladykillers ook zelf wel beseften. Colin Firth doet moedig zijn best in de hoofdrol, maar kan er uiteindelijk niet meer van maken dan wat het maar is. Een echt personage krijgt hij eigenlijk niet te spelen: hij mag de plot in gang steken en daarna klaar gaan staan om de klappen op te vangen. En dat is het wel zo’n beetje. Alan Rickman is genietbaar als rijke klootzak, maar doet hier ook niets dat we niet al tien keer eerder van hem hebben gezien. En voor Cameron Diaz is Gambit misschien nog wel het pijnlijkst. Ze draait ondertussen al twintig jaar mee, en ze moet nog steeds opdraven als seksbom in veel te korte broekjes en, in één scène, zelfs in haar ondergoed. Zo rond de tijd van Being John Malkovich, Any Given Sunday en Gangs of New York leek het heel even alsof ze op zijn minst de moeite zou doen om wat geloofwaardigheid op te bouwen, maar die tijd is voorbij. Bad Teacher, Cameron? Echt? What to Expect When You’re Expecting, serieus?

Wel één pluspunt: de film begint met een heerlijk, Pink Panther-achtig animatiefilmpje tijdens de opening credits. In die eerste drie minuten voel je de geest van Blake Edwards als een frisse wind door de prent waaien, en hoop je nog op het beste. Daarna gaat het alleen maar bergaf. Maar misschien zet een brave ziel dat clipje wel eens op YouTube. Zo kan je jezelf de rest van de prent besparen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in