Bullet to the Head

Schwarzenegger, Stallone, Willis, Van Damme.. Oude rotten uit het vak die wel onverwoestbaar lijken. Hun gloriedagen (de roemruchte jaren ’80) liggen inmiddels ver achter hen, maar toch blijven ze de ene na de andere comeback maken. Het lijkt alsof deze heren, die het begrip “actieheld” werkelijk herdefinieerden voor hun tijd, het moeilijk hebben om de fakkel door te geven naar een nieuwe generatie. Zo nu en dan komen er wel eens jongere acteurs aanzetten die menen uit hetzelfde hout gesneden te zijn (denk maar aan Vin Diesel, Jason Statham en Dwayne ‘The Rock’ Johnson) maar in een tijdperk dat plots het concept ironie ontdekt heeft, krijgen zij maar met moeite voet aan wal. De voorliefde voor ouderwetse actiehelden blijft bestaan. Maar hoelang kunnen deze, inmiddels bejaarde, geweldenaars het nog uitzingen? The Expendables leek van Stallone’s kant alleszins een soort melancholische afscheidsbrief naar het genre dat hem groot maakt, maar drie jaar later staat hij gewoon weer ouderwets te knallen in de actiethriller Bullet to the Head.

De plot is alvast zo generiek als het maar kan en behoeft daarom weinig woorden: twee brutale huurmoordenaars worden er na een klus venijnig ingeluisd en één van hen komt om het leven. Jimmy Bobo (Stallone) weet de aanslag natuurlijk te overleven en gaat op zoek naar antwoorden, maar vooral naar bloedwraak. Om de één of andere reden beslist een flik genaamd Taylor Kwan (Sung Kang) zijn carrière en goede naam op het spel te zetten door Bobo bij te staan in deze bottenbrekende queeste. Zal dit olijke duo zegevieren en zullen de amorele booswichten weer maar eens in het stof moeten bijten? Een vraag die eigenlijk geen antwoord behoeft..

Op zich leek Bullet to the Head een interessante affiche, aangezien actiespecialist Walter Hill aan het roer stond. Hill liet zich in de jaren ’70 en ’80 kennen als een regisseur die altijd in staat is om een staaltje onversneden testosteron-cinema af te leveren, met als hoogtepunt het schitterende ‘mens versus de elementen’-avontuur Southern Comfort. De laatste jaren (of zeg gerust maar decennia) was er echter weinig te horen van Hill en de vraag was dan ook of de man zijn rauwe, naturalistische stijl nog zou kunnen handhaven in dit huidige klimaat van digitale foefjes en MTV style editing. Maar wanneer Bullet to the Head van start gaat met opzwepende mondharmonicadeuntjes en een verbitterde, film noir-achtige voice-over van Sly, besef je dat de toon alvast goed zit. Hill heeft duidelijk geprobeerd om het badass gehalte van de film zo hoog mogelijk te houden en dat komt een film van dit genre altijd ten goede. Kijk maar al eens naar het personage van Stallone, die trouwens rasperiger dan ooit klinkt: Jimmy Bobo is een stoïcijnse bruut die ergens op een vervallen woonboot in een moeras woont, kinderen verwekt bij aan heroïne verslaafde hoeren en zijn eigen flessen drank meebrengt als hij gezellig gaat tooghangen. Geen barman die hem durft tegen te spreken! Daarenboven zijn de talrijke actiescènes bijzonder hard in beeld gebracht, vuren de personages de ene van machismo blakende one-liner na de andere op elkaar af en zijn er markante villains bij de vleet: vooral Adewale Akinnuoye-Agbaje is overtuigend sinister als gewiekst zakenman en weet op één of andere manier nog meer evil over te komen door zich mankend voort te bewegen. Dat alles maakt Bullet to the Head aanvankelijk een zeer vermakelijke prent.

Helaas heeft de film naar het einde toe niet genoeg punch om echt te blijven boeien, wat ook dikwijls het geval is bij run of the mill actiefilms, of eigenlijk zelfs bij routineuze genrecinema tout court: de plot van dit soort films is meestal zodanig inwisselbaar en voorspelbaar, dat het je als kijker uiteindelijk volledig koud laat wat de afloop is. Oppervlakkige fun heeft zo ongeveer een houdbaarheidsdatum van een dik halfuur, maar daarna hebben we méér nodig. Krijgen we dat niet, dan durft de derde akte van zo’n genrefilm vaak erg saai te worden. Daarom dat producers de finale van dergelijke films proberen op te blazen tot epische proporties met een sensationeel set piece, gewoonlijk tevergeefs. Toevallig genoeg draait net dat trucje in Bullet to the Head wonderwel goed uit met een geniaal bijlengevecht als slotstuk. En gelukkig maar, want op het vlak van het scenario lijkt het verder alsof de makers hun uiterste best hebben gedaan om Bullet to the Head zo clichématig mogelijk te houden en trouw te blijven aan werkelijk elke afgezaagde genreconventie: geruzie tussen incompetente afdelingshoofden van verschillende districten, double crosses, corrupte politici, een vrouwelijk personage dat alleen maar bestaat om als lokaas voor de bad guys te dienen.. You name it, A Bullet to the Head has got it.

Het meest onvergefelijke is echter het buddy comedy element van de film. Het door Walter Hill zelf regisseerde en daarna meermaals geplagieerde 48 Hrs. heeft ervoor gezorgd dat men in Hollywood in dat genre steeds dezelfde dynamiek probeert te creëren tussen de twee hoofdpersonages: het type ‘ruwe bolster, blanke pit’ dat moet leren samenwerken met één of andere wise ass die z’n klep nooit kan toe houden. Bullet to the Head is een exacte kopie van datzelfde stramien. Alleen is er jammer genoeg bitter weinig chemie tussen Stallone en zijn co-star Sung Kang, waardoor hun agressief, doch liefdevol gebekvecht meestal veel te veel weg heeft van een verplicht opgevoerd nummertje. Al bij al geen hoogvlieger dus, maar toch: al degenen die op zoek zijn naar een ouderwetse actiefilm die voor een keer niet moet lijken op een uit zijn voegen gebarsten video game, kunnen hier nog wel wat hersenloze fun rapen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in