Les Misérables

Open brief aan Tom Hooper

Beste meneer Hooper,

Mag ik Tom zeggen? Ondanks je Britse gereserveerdheid zie je me er namelijk nog de kwaadste niet uit, en ook de films die je tot nu toe hebt gemaakt, suggereren dat je iemand bent die het de mensen graag naar de zin maakt. Neem nu The King’s Speech, je Oscarwinnaar van twee jaar geleden. Oké, ik moet de eerste persoon nog tegenkomen die oprecht kan zeggen dat The King’s Speech zijn koude kleren raakte, maar je kon er ook moeilijk iets tégen hebben. Dat vergt talent. En meer dan dat getuigt het van een sympathieke mentaliteit: “laten we ’t vooral niet te moeilijk maken voor de mensen.” Ja, ik durf je Tom te noemen.

Dus Tom… Waarom wilde je Les Misérables verfilmen? Was het gedrocht dat Joel Schumacher maakte van The Phantom of the Opera niet waarschuwing genoeg? Er zijn nu nog zelfhulpgroepen die wekelijks een bijeenkomst moeten organiseren voor sukkelaars die per ongeluk aan die film werden blootgesteld. Dus waarom je dan wagen aan een filmversie van een andere grote Broadwaymusical? Was misschien net dat de uitdaging? Een poging om te slagen waar Schumacher faalde? Mogelijk.

In ieder geval, ik moet het je nageven: Les Misérables is niet zomaar een slechte film. Het is een fiasco van ontzagwekkende proporties. De prent is zo’n fabelachtige en complete misrekening dat je het bijna moet zien om het te geloven. Dat je opnieuw een resem Oscarnominaties in de wacht hebt gesleept, valt nauwelijks te verklaren, behalve dan door het feit dat dit dezelfde Academy is die jouw The King’s Speech klaarblijkelijk betere cinema vond dan Black Swan.

Er zijn zaken waar je niet aan kan doen, natuurlijk. Problemen die je erfde van de theaterversie. Het feit dat het verhaal, gebaseerd op de pakweg duizend pagina’s tellende turf van Victor Hugo, vervaarlijk werd ingekort, waardoor personages op een kwestie van minuten geïntroduceerd en meteen weer afgeknald worden. En natuurlijk de muziek – van de ongeveer zevenhonderd nummers die Les Misérables telt, zijn er misschien vier enigszins memorabel, en die worden dan nog tot in den treure herhaald. Bovendien drukken de personages zich ook tussen de grote nummers heen uit in zang: geen volwaardige melodieën, maar gewoon van dat irritante la-la-la “Ik ZING mijn diaLOgen” dat tot in het oneindige in rondjes blijft draaien. Je had dat kunnen schrappen, Tom, maar goed, de fans verwachten de muziek van de Broadwayversie in de film te horen, en aangezien je zo graag je publiek paait… Sommige keuzes wijzen zichzelf uit.

Maar Tom… Waarom die fanatieke drang naar realisme in je film? Ik hoor het je nog zeggen: “Ik heb de acteurs live voor de camera laten zingen in plaats van op voorhand de nummers op te nemen, zoals gebruikelijk is voor een musical, want dat is realistischer, en het is nog nooit gedaan.” Ten eerste doe je de waarheid daarmee onrecht aan: in de musicals van de jaren dertig was het de normaalste zaak van de wereld dat er live on film werd gezongen, en recenter was er nog Moulin Rouge, waarin dit voor sommige nummers werd gedaan. En ten tweede: het is een musical. Het is per definitie allemaal gestileerd, want mensen lopen in het echte leven niet zingend over straat. Dus waarom jaag je dan dat realisme achterna? Is dat dan geen doodlopende steeg? Waren de leukste musicals van de laatste jaren (de énige leuke musicals van de laatste jaren) geen zelfbewust onrealistische, gestileerde prenten, zoals Moulin Rouge, Across the Universe en – in mindere mate – Hairspray?

Die frustrerende jacht naar realisme levert vooral liedjes op die geschreeuwd, gehuild of gefluisterd worden, maar zelden konden we een rake noot ontwaren. Maar dat zal wel niet belangrijk zijn geweest. Anne Hathaway als stervende prostituee die heur haar moet verkopen, die moet realistisch zijn, dat is alles. Ook al zingt ze dan een liedje terwijl ze dat doet.

Ook visueel wil je het realistisch maken, Tom. En dat doe je vooral door het lelijk te maken. Veel close-ups, veel foute kaders, nauwelijks wide shots en vreemde keuzes in de montage. (Die zeven schooiers die in het begin van de film At the End of the Day zingen, mochten die gewoon maar zo’n beetje gaan staan waar ze wilden? Zo lijkt het wel. En je keuze om van het profiel van die ene zingende schooier met steenpuisten te cutten naar twee willekeurige figuren die een kar aan het afladen zijn, ergens anders, allicht in de buurt van waar ze aan het zingen zijn, slààt dat ergens op?). Ook daar offer je natuurlijk weer iets op, zoals een gevoel voor choreografie, en wordt het daar realistischer van? Ik ben niet zeker. Ik vond het gewoon lelijk, Tom. Sorry hoor, maar… dit.

Wat is dit?

En hier. Waarom is die affiche tegen de muur schijnbaar interessanter voor jou dan de actrice? Op een foto kan je ’t niet zien, maar je zoomt verdorie zelfs in op dat stuk papier!

En nog zoiets: je neiging om je acteurs recht in de camera te laten kijken. Ik krijg daar nachtmerries van, Tom. Ze leren je dat toch op de filmschool, dat je dat niet mag doen? Zoals dit shot:

Dit gaat mij achtervolgen, Tom. Je hebt me trauma’s bezorgd, Tom. Ik vrees voor mijn onsterfelijke ziel als ik in de ogen van die middelste vrouw kijk, Tom. Heb ik verdomme daarvoor mijn communie gedaan, Tom? Mag ik je nog steeds Tom noemen?

Ook je casting-instincten durf ik in twijfel te trekken. Hugh Jackman en Anne Hathaway kunnen zingen, ware het niet dat je hen in de naam van de authenticiteit verhindert om langer dan twee akkoorden hun toon te behouden. Maar Russell Crowe? Rockbandje of niet, veel force krijgt hij niet uit zijn doorrookte longen. Sacha Baron Cohen en Helena Bonham Carter als comic relief, het herbergierskoppel Thénardier? Cohen lijkt zich waanzinnig te vervelen en telefoneert heel zijn prestatie, terwijl Bonham Carter haar teksten piept met dat muizenstemmetje dat we nog kenden uit Sweeney Todd. Wél de moeite: Samantha Barks, de enige die haar rol overneemt uit de theaterversie en die – sweet relief! – zowaar in de toon zingt.

Kijk Tom, ik vermoed dat als je dan toch een grote Broadway-musical gaat verfilmen, je dat best op een tamelijk klassieke manier aanpakt. Want hoe je er ook aan trekt en sleurt, je raakt toch niet voorbij aan die muziek. Oh ja, en leren waar je best knipt in je bronmateriaal lijkt me ook belangrijk. Mag ik je nog één ding vragen, Tom? Het laatste?

Als ze binnenkort aan je deur staan met een script waar “Miss Saigon” op geschreven staat, zeg dan gewoon “nee”. Zeg dan alsjeblieft, in de naam van de menselijkheid, gewoon nee.

Met alle genegenheid

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in