Jake Bugg :: Jake Bugg

Je zal ons niet snel horen zeggen dat het leven oneerlijk is, maar soms stellen zelfs wij ons vragen bij de natuurlijke orde. Het spreekt natuurlijk voor zich dat onze voltallige redactie gezegend is met een knappe kop, een sixpack waar je de was op kan doen en meer hogere diploma’s dan er plaats is aan onze muren, maar toch mocht het ook voor ons nét iets meer zijn. Muzikaal talent bijvoorbeeld, om maar wat te noemen. Weet je, eigenlijk waren we allemaal liever Jake Bugg geweest.

Voorlopig wordt het je niet kwalijk genomen als je de wenkbrauwen fronst wanneer de naam valt, maar 2013 zou het jaar worden van deze jonge snaak. Bugg is amper negentien en wordt nu al getipt als een van de namen die het ongetwijfeld gaat maken in de showbizz.Vorig jaar openende Britain’s hope for the future nog voor die andere Angelsaksische parel, Michael Kiwanuka, in de Brusselse AB een niet onopgemerkte passage waarin Bugg vooral overkwam als onzeker broekventje. De nummers die hij toen speelde werden zonder al te veel poespas op het publiek afgevuurd, maar Buggs ruwe talent kwam toen al op gepaste tijden bovendrijven. Nadien werd het even stil rond de jonge singer-songwriter, maar ondertussen zag het eponieme Jake Bugg het licht. Voor de nieuwe poulain van Mercury Records is het tijd om torenhoge verwachtingen in te lossen.

Het goede nieuws is dat het album in zijn geheel een relatief aangename plaat is met intelligent opgebouwde nummers rond het schrijverstalent van Bugg. Al vanaf de eerste luisterbeurt wordt het duidelijk dat Bugg ondanks zijn negentien lentes weet waarover hij moet zingen en hoe hij de tekst zo opbouwt dat je vanaf de tweede luisterbeurt begint mee te neuriën. Dit is het werk van een authentieke vakman die opgroeide met het oeuvre van oude rotten als Donovan en de broertjes Gallagher. Het toekomstig bakvisidool wist heel goed waar hij de mosterd moest halen en kan dan ook moeiteloos tippen aan het beste werk van een aantal lang vergeten helden. Vreemd genoeg is dat ook net het grote struikelblok van dit album.

Hoewel de plaat duidelijk de naam van de artiest draagt, klinkt Jake Bugg eerder als een verzameling herwerkte bluesnummers. “Lightning Bolt”, Buggs opener en eerste single, heeft veel weg van een clandestiene samenwerking tussen het melodieuze gitaarspel van Johnny Cash en de lichtelijk nerveuze ondertoon die Bob Dylan vaak onbedoeld zijn nummers in smokkelde. De gelijkenissen met the man in black en de bijhorende “Folsom Prison Blues” worden in “Trouble Town” zowel tekstueel als muzikaal alleen maar onderstreept. Goed gestolen, is half gewonnen? Op zich zijn het twee sterke nummers, maar het gebrek aan muzikale authenticiteit dat geregeld door het hele album heen sijpelt, werkt als een traagwerkend gif in op de positieve teneur van het album en doet — jammer genoeg — vaak vergeten dat dit een debuutalbum is uit 2012 en niet uit 1958. Nummers zoals “Broken”, “Ballad Of Mr Jones” of” Fire” zijn dan weer té schatplichtig aan het gevoel van tristesse dat uit lijkt te gaan van country blues, en de trage, gezapige klaagzang van Bugg, nu alleen begeleid door gitaar en slagwerk, staat in schril contrast met de vrolijke en licht sarcastische ondertoon aan het begin van het album.

Jake Bugg is op zijn best wanneer hij gewoon Jake Bugg is. Een eenvoudige negentienjarige puber die graag een pint drinkt en verboden pilletjes slikt waarvan hij weet dat die eigenlijk niet goed voor hem zijn. “Two Fingers” en “Seen It All” — a typical night on the town in Nottingham — zijn de enige twee nummers op het album waarop een negentienjarige als het ware vertelt hoe het leven dan effectief is. Wat betreft muzikaliteit zijn dit geen hoogvliegers, maar het zijn de enige nummers die hem toch enige geloofwaardigheid schenken.

Jake Bugg schippert tussen twee erg gelijkaardige stromingen in zonder een duidelijke kant te willen kiezen en kan daardoor nooit echt beklijven. Muzikaal Wunderkind of niet, Jake Bugg blijft voorlopig steken op een halfzachte poging om een graantje succes mee te pikken van de huidige folk en blues revival. Te veel Cash en Dylan, hier en daar wat Bon Iver of Nick Drake maar, hoe dan ook, bitterweinig swag en nog minder Jake Bugg.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in