Lincoln

Dit jaar, 2013, is het exact twintig jaar geleden dat Steven Spielberg de double whammy van zijn leven scoorde. In 1993 bracht de regisseur immers zowel Jurassic Park uit, zijn ultieme blockbuster, als Schindler’s List, nog steeds zijn beste en meest succesvolle “serieuze” drama. Spielberg de entertainer en Spielberg de ernstige filmmaker waren dat jaar allebei op hun best, en sindsdien is die schizofrenie nooit meer uit zijn carrière verdwenen. Met de regelmaat van een klok wisselt hij af tussen spectaculair vermaak en serieuze thema’s. Nu, met Lincoln, mag het duidelijk zijn dat we een ongefilterde Serieuze Spielberg in de zalen krijgen. Een Plechtige Spielberg zelfs. Het resultaat is een knap gemaakte, intelligente film, die sowieso aanvoelt als een revanche na het gruwelijke War Horse, maar ook een lange, droge prent, die je alle 150 minuten van zijn speelduur doet voelen.

In plaats van te kiezen voor een traditionele biopic, behandelt Lincoln enkel de laatste maanden uit het leven van de 16de president van de VS. Het is 1865. De Amerikaanse burgeroorlog woedt al vier jaar en heeft talloze mannen het leven gekost. Stilaan komen er signalen van het zuiden dat de Geconfedereerden een vrede willen onderhandelen, maar president Lincoln (Daniel Day-Lewis) wil eerst een amendement op de grondwet laten goedkeuren dat de slavernij voorgoed afschaft. Hij weet dat hij dit moet doen voor het einde van de oorlog, omdat daarna de druk van de ketel zal zijn: als de oorlog al gedaan is, waarom moeten de slaven dan nog bevrijd worden? Zelfs binnen zijn eigen partij is er geen consensus over dit thema, dus Lincoln moet snel te werk gaan om de nodige stemmen te ronselen, zowel bij de Republikeinen als bij de Democraten.

En dat is min of meer de plot van de film: een president wil er een wet doordrukken en hij moet mensen omkopen en afdreigen om dat klaar te spelen. Dat houdt in dat Lincoln bij uitstek een praatfilm is geworden: het verhaal opent met een korte, brutale veldslag die een indruk geeft van wat die burgeroorlog precies betekende, maar daarna keren we nooit terug naar het geweld aan het front. We krijgen geen actiescènes, geen grootse, begeesterende toespraken van de president, en zelfs de moord op Lincoln (kom me nu niet zeggen dat dat een spoiler was) wordt niet getoond. Nope, Spielberg maakt hier zijn meest claustrofobische film tot op heden: tweeënhalf uur lang zie je mannen in vergaderruimtes samen zitten, terwijl ze politieke strategie en ideologie bespreken. That’s it.

Tot op een bepaald punt werkt dat ook wel. Het script werd gepend door Tony Kushner, die niet alleen Spielbergs Munich schreef (nog steeds zijn beste film van de laatste tien jaar), maar destijds doorbrak als auteur van Angels in America (bekijken, die hap!). Kushner heeft de gave om complexe materie in boeiende dialogen te gieten, zonder een kopie van Aaron Sorkin (The West Wing, The Social Network) te worden. Hoe briljant Sorkin soms ook is, zijn teksten zijn vaak zodanig spits en flitsend dat ze niet meer van de personages afkomstig zijn – het zijn duidelijk Sorkins teksten, die in de mond van de personages worden gelegd. Kushner, daarentegen, heeft minder ego als schrijver en dompelt ons op een overtuigende manier onder in de tijdsgeest en de psyche van de hoofdfiguren, enkel dankzij zijn dialogen.

Spielberg zelf, ondertussen, heeft zich nooit zo hard ingehouden als hier. Hij probeert nooit om het verhaal open te trekken door er de één of andere actiescène tussen te smijten, maar past zijn stijl aan om bij zijn thema’s te passen. Let op een vroege scène, waarin Lincoln uitlegt waarom hij het amendement er snel wil doorkrijgen: Daniel Day-Lewis steekt een lange, complexe monoloog af en de camera blijft in één langzaam bewegend shot op hem inrijden. Geen cuts, geen showy camera-effecten. En dat van dezelfde regisseur die in Tintin zijn camera nog de zotste dingen liet doen, gewoon omdat het kon. De zelfbeheersing die Spielberg hier toepast, moet eigenlijk tegen al zijn instincten zijn ingegaan. Die ingetogenheid verhindert overigens niet dat zijn vaste cameraman Janusz Kaminski alweer prachtige beelden tevoorschijn tovert: de chiaroscuro-belichting is echt fantastisch om naar te kijken.

Dat alles zorgt er voor dat Lincoln een intelligente, goed gemaakte film is, waarin Spielberg niét op zijn gebruikelijke emo-knopjes drukt, maar op een ingehouden manier een belangrijke episode uit de Amerikaanse geschiedenis belicht. Een episode die trouwens nog steeds relevant is: toen had je een Republikeinse president die op een baanbrekende, zelfs revolutionaire manier nieuwe, liberale wetten uitvaardigde. Nu heb je een Democratische president die consequent tegengewerkt wordt door de Republikeinen telkens hij iets vooruitstrevend wil doen. Het politieke spel verandert nooit.

Zijn acteurs helpen: je kan van Daniel Day-Lewis zeggen dat zijn rol Oscar bait is, maar dat wil nog niet zeggen dat hij hem niet goed speelt. De acteur reduceert de legendarische figuur op een knappe manier naar mensenmaat: een no-nonsense man, die graag anekdotes vertelt, frustrerend koppig kan zijn en soms ook gewoon een beetje kan zeuren. Sally Field verrast als zijn mentaal labiele echtgenote – als ze een andere man zijn vrouw was geweest, had ze een soort Lady Macbeth-figuur kunnen worden – terwijl Tommy Lee Jones de show steelt als Thaddeus Stevens, een radicale abolitionist die op gezette tijden wat theatrale flair aan de film geeft.

En met “theatrale flair” komen we ook aan het pijnpunt van Lincoln: de prent heeft dat soort momenten te weinig. Hij is ingehouden, intelligent, gedomineerd door zelfbeheersing, gedreven door dialogen… Allemaal goed en wel, maar met een lengte van 150 minuten zorgt dat ook voor een lange zit. Wanneer Tommy Lee Jones dan te keer gaat en het gehele House of Representatives begint uit te schelden om het amendement te verdedigen, voelt het plotseling aan alsof de film wakker schiet: kijk nu, passie op dat scherm! Het beweegt, het leeft! Lincoln doet heel veel dingen goed, maar ondertussen is het ook nogal droge materie. Een film die je respecteert en bewondert, maar waar je haast onmogelijk echte passie voor kan voelen. Die tweeënhalf uur komen serieus aan, wees maar zeker.

Nu goed, voor een Amerikaan zal Lincoln iets helemaal anders betekenen dan voor ons. Misschien hebben zij een emotionele link met dit verhaal die voor ons onmogelijk is. Dat kan. Hoe dan ook: wat ik zag, was een respectabele, knappe film, waarvan ik niet weet of ik hem ooit een tweede keer ga zien.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in