Jason Lytle :: Dept of Disappearance

Nu de kater verwerkt is en de platen van het jaar opnieuw opgeborgen zijn, valt het des te meer op dat er nog enkele platen stof hebben vergaard waar ze eigenlijk wel onder de aandacht gebracht mochten worden. Zo ook de tweede soloplaat van Jason “Grandaddy” Lytle. Met een titel als Dept Of Disappereance is het verdwijnen van de radar niet zo vreemd natuurlijk, en wanneer het verschijnen van die plaat zo kort na de succesvolle reünie van de oergroep gebeurt, zijn de excuses snel gemaakt.

De waarheid achter het “late” bespreken van deze plaat ligt echter bij het album zelf. Lytle, die met Grandaddy twee onmisbare platen (de eerste twee) afleverde, heeft daarna eerlijk gezegd niet zoveel boeiends meer gemaakt. Goed, er kan weinig afgedongen worden op Sumday en zwanenzang Just Like The Fambly Cat en ook het solodebuut Yours Truly, The Commuter heeft meer dan zijn merites, maar tezelfdertijd dook het spook van de herhalende formule steeds prominenter op waardoor de albums onderling net niet inwisselbaar werden en de voorspelbaarheid steeds om de hoek loerde.

Ook bij< i>Dept Of Disappereance is het gevoel van een herhalingsoefening annex een Grandaddy-light op het eerste gehoor nooit veraf, al maken meerdere luisterbeurten duidelijk dat de vrees voor zelfpastiche vooralsnog niet aan de orde is en Lytle bovenal een eigen stem heeft die ondanks de gekende “trucjes” nog steeds eigenzinnig genoeg klinkt om relevant te zijn. De mix van breed uitwaaierende progrockgeluiden gekoppeld aan punkattitude en behoedzame singer-songwriterinsteek blijft voor een charmante aanpak zorgen, waarbij de intrinsieke meerwaarde ligt in Lytles talent als songschrijver.

De evenwichtskunstenaar in Lytle weet dan ook op het strakke koord te balanceren en kleinoden af te leveren, zoals het fraaie titelnummer al meteen diets maakt dankzij een breed uitwaaierende keyboardpartij die netjes gepareerd wordt door een standvastig ritme waarboven Lytle zijn intussen klassiek geworden manier van zingen brengt. De song die moeiteloos op een Grandaddy-album had gekund, wordt opgevolgd door het eigenzinnigere “Matterhorn” dat weliswaar nog steeds de gekende Lytle-toets in zich draagt maar in zijn uitvoering wel voor andere details opteert en zo voor zichzelf een nieuwe niche bepaalt. De nieuwe weg bevalt Lytle duidelijk, zoals zijn thuis geknutselde versie van progrock bewijst in het aandoenlijke “Young Saints”.

Het wat slepende “Hangtown” negerend is het met “Get Up And Go” tijd voor garagerock (in de betekenis van jongeren die in hun garage zichzelf en de muziek ontdekken) en ongestoord rondfietsen in de suburbs. De verveling van “Summer Here Kids” ten tijde van Grandaddy’s debuut heeft plaats geruimd voor een onbezorgde zomer vol vertier en ongein. In “Last Problem Of The Alps” (Lytle heeft het voor bergen) dreigt het even mis te lopen, na de tweede minuut vindt hij gelukkig zijn tweede adem en stijgt de song alsnog op tot aangename hoogtes. Na een korte terugblik op het muzikale verleden met “Willow Wand Willow Wand” worden alle registers opengetrokken voor “Somewhere There’s A Someone” dat zijn titel weliswaar ontleent aan Dean Martins gelijknamige song, maar in een heel andere divisie speelt.

De van melancholie druipende song weet perfect de juiste snaren te raken en komt ondanks zijn veelvuldige laagjes nergens druk of verstikkend over. Het hoogtepunt van de plaat luidt ook meteen de finale in, want na het korte pianostukje “Chopin Drives Truck To The Dump” volgt het weinig memorabele “Your Final Setting Sun” (in essentie niet meer dan een vingeroefening) en “Gimme Click Gimme Grind” dat onder zijn eigen ambities bezwijkt en met acht minuten echt wel te veel van het goede is. Ideeën genoeg, alleen hoefden ze echt niet allemaal in een nummer gepropt te worden dat bovendien de intentie heeft enkele decennia popmuziek samen te vatten en te parafraseren. Als toemaatje is het nummer er te veel aan, een andere plek op de plaat had de song meer eer aangedaan.

< i>Dept Of Disappereance is het soort kleinood dat snel over het hoofd gezien wordt (en ook niet in de eindejaarslijstjes opdook) omdat het zo herkenbaar is. Jason Lytle blijft immers de stem en man achter Grandaddy, een gegeven dat ook in zijn soloalbums overduidelijk aanwezig is. Toch maakt hij, meer dan op zijn debuut, duidelijk dat hij meer kan dan een Grandaddy-light brengen. Dept Of Disappereance laat in verschillende songs horen wat hij in zijn mars heeft, het is nu aan hem om dat in een volgende worp te bestendigen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in