Gangster Squad

Mijn mondhoeken vertoonden even een lichte blijk van een glimlach toen aan het begin van Gangster Squad het logo van Warner Bros. verscheen. De gekende filmstudio had namelijk in de jaren dertig van vorige eeuw zijn grootste successen te danken aan de gangsterfilm. In tijden van depressie waren de grote helden van het scherm geen romantische en knappe binken, maar gewelddadige en ongure antihelden die perfect de frustraties van die periode uitdrukten. Persoonlijkheden als James Cagney, Edward G. Robinson en Paul Muni verheerlijkten het leven buiten de wet en knalden naarstig hun tegenstanders overhoop. De hoop was er dan ook even dat Warner Bros. zou terugkeren naar die gloriejaren met Ruben Fleishers Gangster Squad, maar helaas. Gesteund door een topcast weet de film nog licht te entertainen, maar hij vervalt toch hoofdzakelijk in clichés en ongecompliceerd spierballengerol.

Geïnspireerd door ware feiten”, krijgen we te lezen bij aanvang van de film. Gangster Squad is dan ook zéér los gebaseerd op de dagen dat de gewelddadige joodse gangster Mickey Cohen de plak zwaaide over Los Angeles. De Mickey Cohen (Sean Penn) die we in deze film te zien krijgen is een meedogenloze en opportunistische sadist met als enig doel het uitbreiden van zijn misdaadimperium. Niemand durft tegen hem in te gaan en wie dat wel doet zal al snel tussen de vissen slapen. Toch wordt hij niet door iedereen gevreesd. De standvastige ex-militair en flik John O’Mara (Josh Brolin) wordt door zijn overste (Nick Nolte) gevraagd om een klein team samen te stellen om de oorlog aan het terreurbewind van Cohen te verklaren. O’Mara wordt al snel gesteund door een schietgrage cowboy (Robert Patrick), een zwarte agent die goed met messen overweg kan (Anthony Mackie), een enthousiaste Mexicaan (Michael Pena), een specialist in afluisterapparatuur (Giovani Ribisi) en de knappe flik (Ryan Gosling) die er een verhouding op nahoudt met het liefje (Emma Stone) van Cohen. Het is hun taak om het imperium van Cohen op de knieën te krijgen, al dan niet met geweld.

En wees maar zeker dat er geweld aanwezig is in Gangster Squad. De toon wordt onmiddellijk gezet met een kerel die brutaal uit elkaar wordt getrokken door twee auto’s. De echte hoofdpersonages in deze film zijn de fameuze Tommy guns, het Thompson submachine gun voor de kenners. Zowel de gangsters als de helden in dit verhaal maken enthousiast gebruik van de ratelende moordwapens om elkaar tot gatenkaas om te vormen. Dit levert soms spetterende scènes op (die finale!) waar de kogels je rond de oren vliegen, maar geeft ook duidelijk blijk van de intenties van regisseur Ruben Fleischer. Gangster Squad is een film die zeer actie-georiënteerd is en niet de intentie heeft om een ambitieus, laat staan origineel verhaal te vertellen. Het doet dan ook allemaal erg denken aan Brian De Palma’s The Untouchables en aan menig ander gangsterfilm. Alsof Fleischer elk mogelijk cliché op tafel heeft gegooid en aan elkaar genaaid heeft. Dat komt het duidelijkst tot uiting in het personage van Sean Penn. Penn zet een herkenbaar prototype van de gangsterbaas neer. Mickey Cohen is opvliegend en onvoorspelbaar, wil iedereen dood die voor zijn voeten loopt, beschouwt alles als zijn bezit, verlangt steeds naar meer rijkdom en macht en trekt daarbovenop nog eens een scheve bek. Afgekruid met het bombastische overacteren van Penn, levert dat een personage af dat de haren ten berge doet rijzen, en niet op een positieve manier. Penn gebruikt elke karaktertekje dat doorheen de decennia identificeerbaar is geworden met de gangsters van het witte doek en blaast het tienmaal zo hard op. Je zou toch op zijn minst van een rasacteur verwachten dat hij ergens de grens weet te trekken.

Het verhaal op zich is een gemakzuchtige vergoelijking van al het bloedvergieten, de spitsvondige dialogen en de oogverblindende inkleding. Fleischer registreert met zijn camera een fetisjistische versie van het Los Angeles van de jaren veertig. Iedereen heeft wel een ideaalbeeld van die periode, een ideaalbeeld dat Fleischer met open armen accepteert, terwijl hij weinig moeite onderneemt om het een realistische penseelstreek mee te geven. Gangster Squad ervaart meer als Dick Tracy dan als Goodfellas. De rokerige nachtclubs, de oogverblindende femmes fatales, de fedoras en een zee aan neonlichten, het is allemaal van de partij. Het oogt allemaal zeer knap en slaagt er ook in om een bepaalde sfeer te creëren, maar het getuigt tegelijkertijd van een naïeve en kortzichtige visie op het genre. Je voelt wel dat Fleischer met nostalgie terugkijkt op de vroegere gangsterfilms en film noir, maar hij heeft zich in die nostalgie iets te veel laten gaan.

Maar, naast al die kritiek, kan ik ook niet ontkennen dat in zijn kern Gangster Squad een solide brok entertainment is. Los van de tijdsperiode en het productie design is het een film die voortvloeit uit de hedendaagse traditie aan actiefilms. Flitsend, knallend en efficiënt. Er wordt niet veel tijd verspild aan het uitbouwen van de personages, en als dat dan gebeurt blijft het zeer oppervlakkig. De plichtbewuste flik heeft een zwangere vrouw. Die zag ik niet aankomen! De actie doet de adrenaline van tijd tot tijd wel stromen, maar op het puntje van je stoel word je geen enkele keer gezet. De sporadische slow-motion moet je er maar bij nemen, al maken de bijwijlen geïnspireerde camerabewegingen dat wel goed.

Gangster Squad heeft een topcast, met Sean Penn, Josh Brolin en Ryan Gosling als meest opvallende karakterkoppen. Het is vooral Gosling die de show steelt met zijn ongedwongen en natuurlijke acteerstijl. Hij weet de dialogen met de nodige rigueur te brengen en voorziet scènes steeds van dat ietsje extra. Soms – en nu wil ik niet te hoog van de toren blazen – maar heel soms doet Gosling met zijn acteerstijl denken aan een Dean, Brando of Clift. Zoals eerder vermeld leent de uitwerking van de personages de acteurs niet al te veel middelen om veelzijdig werk af te leveren, maar ze weten zich toch nog goed uit de brand te helpen met wat ze voor handen hebben.

Gangster Squad is geslaagd als een actiethriller die niet rond de pot draait, maar faalt als genrefilm. Als je kijkt wat het genre van de misdaadfilm de afgelopen eeuw allemaal heeft afgeleverd, is dit niets meer dan een minderwaardig niemendalletje dat recht wordt gehouden door het overgrote deel van de acteurs en enkele daverende shoot-outs. Tot op bepaalde hoogte een leuke rit, maar tegelijk ook een inspiratieloos afkooksel van wat ooit een groot genre was.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in