The Impossible

Eén van de vreemdste dingen die je telkens opnieuw ziet gebeuren in nieuwsprogramma’s, is het tellen van de nationale doden wanneer er in het buitenland een ramp gebeurt. “In Zuid-Amerika kostte een orkaan aan driehonderd mensen het leven. Er waren geen Belgen bij.” Of: “Vreselijke overstroming in India, vijfduizend doden, waaronder drie Belgen”. Hoe word je verondersteld te reageren op een tragedie die in dergelijke termen wordt voorgesteld? “Jammer voor de natives, maar zo lang er van bij ons niet te veel volk bij is, valt het nog wel mee.” Zoiets? Die reflex vind je op veel grotere schaal ook terug in The Impossible, een nochtans goed gemaakt overlevingsdrama van Juan Antonio Bayona, de regisseur die enkele jaren geleden indruk maakte met El Orfanato.

Kerstmis 2004. Het Britse gezin Bennett gaat op vakantie naar een luxe-resort in Thailand voor de feestdagen. Op 26 december zit het hele gezin rond het zwembad wanneer een reusachtige tsunami alles en iedereen op zijn pad vernielt. Moeder Maria (Naomi Watts) raakt zwaar gewond, en samen met haar oudste zoon Lucas (Tom Holland) moet ze proberen om de restanten van de bewoonde wereld te vinden. Vader Henry (Ewan McGregor) blijft achter met de twee jongere zoontjes Thomas (Samuel Joslin) en Simon (Oaklee Pendergast). Fysiek zijn ze er minder zwaar aan toe, maar voor hen begint nu een wanhopige zoektocht naar de andere twee.

Die plot wijst meteen aan waarom The Impossible vanaf het begin enigszins problematisch is: terwijl duizenden mensen sterven, focust Bayona uitsluitend op vijf blonde, blanke, goed in de centen zittende westerse mensen. We zien wel Thais: ze helpen Maria en Lucas naar een ziekenhuis en achteraf duiken ze op als dokters en verplegers die hun best doen onder vreselijke omstandigheden. (De cynicus in mezelf denkt dan: kortom, ze zijn min of meer het personeel.) Maar zowat alle slachtoffers, ook buiten de hoofdpersonages, zijn blanke toeristen. Sterker nog: het echte gezin waarop dit verhaal gebaseerd is, was afkomstig van Spanje en heette Belon. Het was blijkbaar niet genoeg dat de protagonisten westers waren: ze mochten in het geheel geen kleurtje hebben, opdat een Amerikaans publiek zich zo goed mogelijk met hen zou kunnen identificeren.

Is het flauw om daarover te zeuren? Een aanval van overdreven political correctness?Misschien wel – tenslotte waren er inderdaad veel toeristen in Thailand die getroffen werden door de tsunami. Maar ik zat me toch regelmatig af te vragenwaar al die Thais ergens zaten – mensen die, in tegenstelling tot de toeristen, geen huizen hadden om naar terug te keren, zelfs al hadden ze dan het geluk om te overleven. Mensen die alles kwijt waren. The Impossible gaat niet over hen.

Los daarvan zou ik liegen als ik zei dat de film me niet meesleepte. Bayona verliest niet te veel tijd met het introduceren van zijn personages: ongeveer vijf minuten lang moet je een kleffe intro ondergaan, waarin we vooral ontdekken dat de Bennetts elkaar écht wel graag zien, maar de regisseur handelt dat, allicht bewust, zo snel mogelijk af om in survival-modus over te schakelen. De prestigeshots waarin de tsunami over het resort spoelt, vallen enigszins door de mand – de film had blijkbaar een te beperkt budget om de CGI fatsoenlijk op te blinken – maar de overlevingstocht die daarna begint, is wel degelijk behoorlijk intens. Die flap vlees die van Naomi Watts haar been hangt te bengelen, ieeeuw! Dat gekerm en gekreun wanneer ze, met haar aan flarden hangende lichaam, in een boom probeert te kruipen, heftig! De fysieke lijdensweg die de film in beeld brengt, is zodanig grafisch dat je de pijn bijna door je eigen lijf voelt gaan.

In vergelijking daarmee voelt de plotlijn rond Ewan McGregor en de twee jongere kinderen een tikkel flauwer en meliger aan: fysiek zijn zij niet direct in gevaar, zodat dit deel van de film minder urgentie heeft. We moeten McGregor wel punten geven voor een scène waarin hij naar zijn schoonvader belt en in tranen uitbarst – een moment dat tegelijk schaamteloos manipulatief, en behoorlijk effectief is. Het is er over, maar het werkt – 1-0 voor de film, denk ik dan.

De acteerprestaties variëren van “voldoende” tot “uitstekend”. Naomi Watts heeft hier vooral de taak om af te zien: de hele film lang moet ze afwisselende gradaties van pijn spelen, wat ik niet zou onderschatten als acteerklus. Veel dialogen komen er niet aan te pas, maar fysiek is dat een erg zware rol, die ze overtuigend invult. Ewan McGregor is oké maar ook niet meer als haar echtgenoot. De echte revelatie is Tom Holland als oudste zoon Lucas. Op zijn vijftiende maakt hij hier zijn filmdebuut en meteen krijgt hij een dragende rol te spelen. De autoriteit die hij heeft, de zelfverzekerdheid waarmee hij op dat scherm staat, en de subtiele manier waarop hij de veranderingen in zijn personage naar voren brengt, suggereren een enorm talent. Lucas is het enige personage dat echt evolueert over de loop van de film, en die evolutie is verreweg het mooiste aspect van de film.

Naar het einde toe vervalt The Impossible jammer genoeg in de clichés van het genre: Ewan McGregor komt terecht in het juiste ziekenhuis, maar hij loopt zowel zijn vrouw als Lucas ongeveer twintig keer rakelings voorbij, voordat hij ze toch in de armen valt. Met strijkers op de soundtrack. Uiteraard. Op dat moment gooit Bayona alle subtiliteit overboord, onder het motto: fuck it, we maken er gewoon een melodrama van.

En dat is ook wat The Impossible uiteindelijk blijft: het is een melodrama over blanke mensen die per ongeluk in een Aziatische ramp terecht komen, maar als het er op aankomt godzijdank in een door de verzekering betaald privévliegtuig kunnen vluchten van de miserie. De prent is goed gemaakt, en op het moment zelf sleept hij je wel mee, maar hij blijft een slachtoffer van zijn eigen conventies en de wens om het een breed westers publiek naar de zin te maken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in