Blackie & The Oohoos :: Song For Two Sisters

Wat te doen als je met je debuut al meteen een ijzersterke plaat hebt afgeleverd? Of je gooit het over een compleet andere boeg, of je graaft je in op de ingenomen stellingen. Voor Song For Two Sisters koos Blackie & The Oohoos voor die laatste optie.

Dat ingraven kan in hun geval letterlijk worden genomen. Wist goor neonlicht zich op het debuut nog sporadisch door de tot op de draad versleten gordijnen te wurmen, dan heeft Blackie & The Oohoos zich ondertussen hermetisch afgesloten van de buitenwereld. Teruggetrokken in hun eigenhandig geschapen onderwereld waarin het enige licht kunstmatig is en een onnatuurlijke gloed heeft, bedient de groep zich van de inmiddels vertrouwde elementen — de in galm gedrenkte (slide)gitaren, de orgeltjes, de rollende drums en de spooky samenzang van de zussen Mahieu. Het resultaat klinkt onheilspellend en onwerelds als vanouds.

Het titelnummer sluipt bedachtzaam die heerlijke nieuwe onderwereld binnen en zet meteen de toon: “Build a house of twigs and leaves/give me milk it tastes so sweet”. Waar we ook zijn aanbeland, we’re not in Kansas anymore. Dit is een wereld waarin de liefde weinig op heeft met romantiek en die liefde vooral een machtsspel is (“Oh silly boy, I’ll make you mine” klinkt het enigszins neerbuigend in “Song For Two Sisters”) waarvan weinig troost moet worden verwacht (“I’m not going to hold you in my arms, even when you’re down and out” aldus “Black Hole”). Kandidaat-verleiders worden tijdens “As A Sinner” dan ook uitgebreid gewaarschuwd: “And I know I’m dancing with the devil/So don’t trust that heart of mine/’cause I know you’re going to burn you’re little fingers on me”.

Ondanks alle vertrouwdheid klinkt Song For Two Sisters nooit als een opgewarmde herhalingsoefening en daar mag de voltallige groep op hun blote knieën Pascal Deweze voor bedanken. De indie superstar (niet onze woorden, maar die uit de bio) schraapt het grootste euvel van het debuut weg — een mix die in het laag een tikkeltje modderig klonk — en diept de sound verder uit. Was het vroeger het onophoudelijke wisselen van instrumenten dat voor nieuwe schakeringen in de duisternis zorgde, dan is het nu de man achter de knoppen die daarvoor zorgt. Bovendien slaagt hij erin om de verschillende groepsleden vaak in verschillende uiteinden van een ondergronds gangenstelsel te plaatsen en alles toch nog als een samenhangend geheel te laten klinken.

Dat er minder van instrumenten gewisseld wordt en er niet langer van de ene stilistische tak op de andere wordt gesprongen, lijkt op papier een verarming, maar komt in werkelijkheid de samenhang van Song For Two Sisters alleen maar ten goede. Gedurende het eerste kwartier nestelt Blackie & The Oohoos zich comfortabel in het halfduister, maar dan worden met een perfect gevoel voor timing met “When Light Falls In” de schuchtere eerste stappen richting elektronica gezet. Wanneer bas en drums invallen ontplooit zich een aanstekelijk hypnotiserende groove die zowaar uitnodigt om een danske te placeren.

Vanaf dat moment kan Blackie & The Oohoos amper nog op een fout worden betrapt. Ontdaan van de archaïsche folk van het origineel — en enkele strofes — doet “Chelsea Girls” moeiteloos Nico vergeten. “Joey” leent dan weer een halve riff van “Wild Child” van The Doors en wordt met een treiterig gescandeerd “Joey! Joey!” naar een hoogtepunt gestuwd. En tot slot bewijst “Misty Boys” dat de groep tekstueel gegroeid is en cryptischer en abstracter is geworden: “The seeds they sow, misty boys, the tree that grows, exhales depair/and all the girls know, misty boys, they don’t play fair”.

Ondanks dat alles lijken we uiteindelijk nog altijd een voorkeur te hebben voor dat geweldige debuut. Misschien omdat de groep tijdens dat openingskwartier net iets te veel op de lauweren rust en te weinig de vernieuwing opzoekt. Al moet in alle eerlijkheid de vraag worden gesteld of Blackie &The Oohoos die vernieuwing wel zo hard nodig heeft. De groep heeft haar eigen niche en heeft onderhand bewezen dat daarbinnen veel mogelijk is. Bovendien laat het afsluitende claustrofobische “Misty Boys” ons in het ongewisse over welke richting het hierna uitgaat met Blackie & The Oohoos: nog dieper de duisternis in of zal opnieuw het licht worden opgezocht?

Blackie And The Oohoos speelt op vrijdag 14 december op GLIMPS in Gent

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in