End of Watch

Regisseur en scenarist David Ayer heeft blijkbaar zijn natuurlijke biotoop gevonden bij de politie van Los Angeles. In het door het hem geschreven Training Day én in zijn flikkendrama Street Kings wierp hij al een blik op corruptie in het politiekorps, waarbij hij net iets té duidelijk liet merken dat hij eigenlijk gewoon ongelooflijk kickt op de sensatie van heel dat wereldje: agenten die met getrokken geweer en bezweet smoelwerk door duistere stegen lopen, dikke bundels geld, veel drugs en luid geblafte dialogen vol grammaticaal fascinerende varianten op het woord fuck. Ayer gaat verder op dat elan in End of Watch – het voornaamste verschil is dat hij ditmaal geen dirty cops opvoert, maar volop de kaart van de hagiografie trekt. De film is een ongegeneerd eerbetoon aan de mannen in ’t blauw, die hun leven riskeren voor ons allemaal. De sensatiezucht is echter nog steeds volledig intact.

We volgen Brian Taylor (Jake Gyllenhaal) en Mike Zavala (Michael Peña), twee jonge flikken die dag in, dag uit de vunzigste wijken van LA veilig proberen te maken. Ze arresteren kleine drugdealers en kindermishandelaars, redden een paar kinderen uit een brandend huis en ga zo maar door. En ondertussen beleven ze een bromance waar Mel Gibson en Danny Glover destijds nog een puntje aan hadden kunnen zuigen, inclusief uitgebreide verslagen van hun seksleven. De twee komen echter zwaar in de problemen wanneer ze, zonder het te weten, een lid van een Mexicaans drugkartel tegenhouden. Er wordt een prijs op hun hoofd gezet en de grote wapens komen boven (wat in de praktijk neerkomt op een killer lesbian met een AK-47 – cool!).

Voor het grootste deel van zijn speelduur is End of Watch een onderhoudende, zij het weinig originele buddy cop movie, die zijn kracht put uit het feit dat de personages niet in een strikte plot worden gedwongen. We krijgen eerder een opeenvolging van anekdotes, die zich afspelen in de loop van enkele maanden. Dat geeft de film absoluut een episodische structuur – Brian en Mike vechten een robbertje met een dealer, Brian en Mike redden een collega, Brian en Mike zitten wat te lullen in hun auto, Brian en Mike helpen bij een huisbrand enzovoort. Maar ondanks – of juist dankzij – die fragmentatie, geeft End of Watch ook de indruk een tamelijk waarheidsgetrouwe weergave te zijn van het leven van een flik. Mocht Ayer een traditionele plot op poten hebben gezet, dan zouden we ogenblikkelijk weer terug worden geworpen in de vertrouwde conventies van het doorsnee politiedrama. We zouden weer op veilige grond zijn, en dat is dus niet de bedoeling – Ayer houdt een ontregelend ritme aan, waardoor je het gevoel krijgt dat dit twee reële, kwetsbare mensen zijn, voor wie een happy end geen vanzelfsprekendheid is.

Bovendien zijn een aantal van die anekdotes echt wel intens – een scène waarin Brian en Mike een collega aantreffen die een mes in het oog heeft gekregen, zit er pal op. En ook de laatste twintig minuten mogen er zijn als staaltje van suspense. Je zou het Ayer bijna vergeven dat hij uiteindelijk niet zo veel nieuws te melden heeft met zijn film. Sociale context is er nauwelijks – de gangbangers hier zijn gewoon evil bastards, en daarmee uit – en ook het contrast tussen het werk van de hoofdpersonages en hun privéleven, levert maar weinig inzichten op. Brian wordt verliefd en trouwt met Janet (Anna Kendrick, in een sympathieke, maar nauwelijks ontwikkelde bijrol), terwijl Mike gelukkig is met zijn eega. En dat is dan dat. Wat was nu het punt dat Ayer wilde duidelijk maken met zijn film? Dat flikken helden zijn en dat ze een gevaarlijke job doen, denk ik. Veel meer komt er in ieder geval niet uit. Pas op, het is allemaal wel boeiend zo lang het duurt, maar een ruimer kader krijg je niet.

Stilistisch maakt Ayer echter een veel grotere fout, één die eigenlijk onvergeeflijk is: hij presenteert het hele verhaal immers via de found footage-techniek, waarbij de personages zelf filmen. Ten eerste is die gimmick de laatste jaren te pas en te onpas gebruikt voor films die daar al dan niet bij gebaat waren: bij horrorfilms als Paranormal Activity voegde het nog wel iets toe, films als Chronicle en Project X hadden dat dan weer nergens voor nodig. Het nieuwe is er dan ook al lang van af. Ten tweede moet Ayer aan zijn verhaal trekken en sleuren om de aanwezigheid van die camera’s te verklaren, wat hem eigenlijk nooit lukt. Brian volgt een filmcursus, en houdt bijgevolg – d’uh! – constant een camera bij de hand terwijl hij gewapende junkies achterna zit. Uiteraard. Zelfs het doodseskader van het Mexicaanse kartel filmt zijn eigen slachtpartijen omdat… euh… Ja, dààrom, hè. En ten derde is Ayer zelfs niet consequent genoeg om die found footage-structuur de hele tijd te handhaven. Tussendoor krijgen we immers shots en zelfs hele scènes die niét door de personages gedraaid worden. Dat zorgt er voor dat End of Watch een film is zonder vast vertelstandpunt. Wat niet alleen een academisch probleem is: neem nu een liefdesscène tussen Gyllenhaal en Kendrick. We zijn het gewend geraakt dat de beelden found footage zijn, dat is de vertelstijl die Ayer heeft geïntroduceerd. Maar nu beginnen die twee personages te vrijen en automatisch stel je jezelf de vraag: “Welke viespeuk staat dat nu opeens te filmen en waarom flikkeren die twee hem de kamer niet uit?” Het antwoord is natuurlijk: niemand, Ayer heeft gewoon beslist dat zijn film voor deze scène eventjes niét found footage is.

Los van dat alles wordt er goed geacteerd – Gyllenhaal en Peña leggen een zeer natuurlijk ritme in hun samenspel, en wat voor emotionele betrokkenheid de film dan toch kan losweken, is vrijwel volledig te danken aan hen. En ja, het is waar: End of Watch is allesbehalve saai; het tempo ligt hoog en individuele scènes zijn soms bijzonder sterk. Maar echt, David, mateke: of je maakt een found footage film, of je maakt er geen, maar een beetje van beide, dat gaat niet. Tip: géén found footage film maken is doorgaans de betere optie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in