Killing Them Softly

Er zijn veel punten van kritiek die je Andrew Dominik zou kunnen aanwrijven. The Assassination of Jesse James by the Coward Robert Ford, zijn vorige film, kon je bijvoorbeeld verwijten dat hij met zijn erg trage verteltempo en zelfreflexieve titel wel héél nadrukkelijk op zoek ging naar een auteursstatuut, en bovendien schaamteloos ambieerde een nog revisionistischere western te zijn dan Unforgiven, Dead Man en The Proposition tezamen; over het nogal mak getitelde Killing Them Softly kan je dan weer zeggen dat de manier waarop Dominik de Amerikaanse mythe (opnieuw) wil ontwrichten weinig subtiel aan de kijker wordt duidelijk gemaakt, en dat hij wel een erg showy stijl begint te hanteren – let maar eens op de in super slow motion gedraaide scène waarin de lader van een pistool wordt leeggeschoten. Maar net zoals je de Nieuw-Zeelandse filmmaker wel zijn tikkeltje arrogantie moest vergeven na het bekijken van het waarlijk magistrale The Assassination, kan je ook nu niet anders dan besluiten dat hij met Killing Them Softly weeral eens raak schiet, ook al twijfelen we nog of de film het torenhoge niveau van zijn voorganger haalt.

De plot van Killing Them Softly, gebaseerd op het boek Cogan’s Trade van George V. Higgins, is tegelijk bijzonder banaal en toch behoorlijk complex. Katalysator van de hele vertelling is de overval die de kleine en weinig snuggere criminelen Frankie (Scoot McNairy, ook te zien in Argo) en Russell (Ben Mendelsohn) plegen op het speelhuis van Markie Trattman (Ray Liotta). Er worden mensen beschuldigd en in elkaar geslagen, en de afgevaardigde van een of andere hoge pief in een dure wagen (Richard Jenkins) besluit om een beroep te doen op huurmoordenaar Jackie Cogan (Brad Pitt) om de boel op te ruimen. Ook al zijn er dan een boel losse eindjes aan de hele situatie, dat is ongeveer alles. En toch is het zoveel meer.

Onder de oppervlakte van dat gangsterverhaal laat Dominik immers een nauwelijks verholen kritiek opborrelen op het Amerika van de 21ste eeuw: het Amerika waar zijn personages maar wat rondklooien in de hoop hun kruimel mee te pikken van de koek die de American Dream ooit was. De manier waarop hij dat doet is behoorlijk expliciet, door regelmatig fragmenten uit speeches van George W. Bush en Barack Obama in zijn scènes te monteren, en toegegeven, dat lijkt een weinig doordacht trucje om kritiek te spuien. De ironie die echter in Killing Them Softly aan de dag wordt gelegd, met name in het bijna allegorische personage van Brad Pitt, zorgt er echter voor dat deze film een impact meekrijgt die je niet zou verwachten van zo’n schijnbaar routineuze gangsterplot.

Het zijn immers de cynische klootzakken die overleven, die krijgen wat hen beloofd wordt, en Brad Pitt – ’s mans curriculum vitae is inmiddels ronduit indrukwekkend – is weer maar eens lichtjes fantastisch als Jackie Cogan, een huurmoordenaar die zo weinig mogelijk gedoe wil, want dat maakt de dingen alleen maar nodeloos ingewikkeld. Pitts vertolking is dan ook behoorlijk no-nonsense, en zijn samenspel met Richard Jenkins bulkt van de zwarte humor, zonder dat de dreiging van zijn personage verloren gaat. Er haast even pal op is de zenuwachtige rol van Scoot McNairy, en verder is het ook fijn om Ray Liotta – de na Goodfellas in allerlei B-films weggezonken acteur leeft klaarblijkelijk nog, en is perfect gecast als de ietwat schlemielige Markie – en James Gandolfini, als een bezopen en weinig betrouwbare collega van Cogan, nog eens hun best te zien doen.

Want naast een cynische reflectie over de wereld waarin Cogan en co. leven, is Killing Them Softly natuurlijk ook een gewone gangsterfilm, en een behoorlijk straffe dan nog wel. Met zijn gewelddadige exploten – je ziet en hoort botten kraken en tanden breken – en zijn strakke speelduur van dik anderhalf uur, lijkt het moeilijk te geloven dat dit het werk is van de regisseur die vijf jaar geleden een gedwee voortkabbelende western van drie uur maakte, maar de finesse waarmee de shots zijn geschoten, verraden toch de hand van Andrew Dominik. Vaak steunend op een low key belichting en een rokerige sfeer, zou het niet ongegrond zijn om Killing Them Softly stilistisch als een moderne film noir te klasseren, maar even vaak is er de gebalanceerde, natuurlijke toon die je eraan herinnert dat Dominik ook van The Assassination zo’n prachtige film maakte.

Bovendien zijn er de langzame, berekende camerabewegingen, die echter nooit breken met de toon en het tempo van de film, en de ritmische, maar evenmin overhaaste montage, die duidelijk maken dat de regisseur van deze prent een vakman is. En het doet natuurlijk verdomd veel deugd om nog eens een misdaadfilm te zien die zich niet verschuilt achter de veeleer door adrenaline ingegeven gimmicks van een ruwe schoudercamera en een hyperkinetische montage. Killing Them Softly is gestileerd – we zijn er nog steeds niet uit of we die eerder vernoemde super slow motion uitermate cool dan wel pretentieus vinden – maar de film is bovenal stijlvol, en – estheten als we zijn – dat kunnen wij alleen maar toejuichen.

Toegegeven, de perfecte film is dit nu ook weer niet: wie gaat doordenken, vindt vast wel een plothole of twee, en de scènes met James Gandolfini kunnen ondanks hun kwaliteit nogal moeilijk maskeren dat ze behoorlijk weinig ter zake doen, wat doet afvragen waarom die erin geschreven zijn – buiten zich zat zuipen en er op los hoereren doet de man nogal weinig, en invloed op de verhaallijnen heeft hij al helemaal niet. Maar daar gaat het natuurlijk niet om: wat telt is de entertainende gangsterfilm die Dominik heeft gemaakt, de bijtende satire die hij je er weet aan te koppelen, en de feilloze manier waarop hij de hele boel heeft ingeblikt. Om van de cast nog maar te zwijgen.

Het enige wat dan ook zou kunnen misgaan, is dat Killing Them Softly een beetje tussen schip en wal gaat vallen: het zou ons niets verbazen dat de critici en de fans van The Assassination of Jesse James by the Coward Robert Ford deze prent te oppervlakkig en té opwindend gaan vinden, en dat het grote publiek zich dan weer gaat laten afschrikken door de nadrukkelijk arty stijl die Dominik hanteert. Het zou alleszins zonde zijn, want wie zich onbevangen door deze film laat verleiden, krijgt er een van de sterkste cinema-ervaringen van het jaar voor in de plaats.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in