Andrew Bird :: Hands Of Glory

“Veelschrijver”, het is geen bijnaam die Andrew Bird zich tot nog toe mocht toe-eigenen. Twee, drie jaar, zo veel tijd heeft hij gemiddeld nodig voor een nieuwe plaat. Niet zo met deze Hands Of Glory, die amper zeven maanden na voorganger Break It Yourself in de winkel ligt.

Is dit dan zomaar een tussendoortje, een verzameling outtakes? Op het eerste gezicht: ja. Het album is een in een schuur opgenomen allegaartje van nieuwe nummers die niet op Break It Yourself pasten, covers van Birds helden die ook al tijdens zijn liveshows opdoken, en een herwerking van een eigen nummer. Louter voer voor de verzamelaars, zou je denken, maar dat lijkt niet de bedoeling te zijn: de hele plaat baadt in eenzelfde, warme countrysfeer, en klinkt daardoor verrassend coherent.

Wat opvalt: er wordt nauwelijks gefloten op Hands Of Glory, Bird lijkt zijn innerlijke kunstfluiter even de kop ingedrukt te hebben, en dat is geen slechte zaak. Waar in nummers als “Something Biblical” vroeger gegarandeerd een zwierig gefloten break gezeten zou hebben, is het nu de langoureuze, sterk aan Bob Dylans Desire schatplichtige viool die alle ruimte krijgt. Het zorgt voor rust in de songs, nu Bird de “kijk mama, zonder handen”-aanpak met zijn eindeloze loops en laagjes steeds vaker durft los te laten.

Ook “Orpheo” profiteert van het minder is meer principe: het vrolijke origineel was al een van de sterkhouders op Break It Yourself, maar de spaarzame, ingetogener draai die Bird er hier aan geeft, doet de tekst — de mythe van Orpheus en Eurydice vermengd met onheilspellende beelden van verlaten gebouwen — nog meer recht. Het verontrustende gevoel dat Bird hier oproept, sluimert doorheen de hele plaat; er zit bijzonder veel dreiging en dood in Hands Of Glory. “When That Helicopter Comes” mag dan al wat meer twangy zijn dan de sleper die The Handsome Family opnam, het maakt zinnen als “The sky will swim in lightning fire and the trees will shake and scream / Rocks gonna roll up hill and the sun will dive in the sea / The dead gonna wake and sing and roll their bones in the grass” er niet vrolijker op.

Dat betekent niet dat het alleen maar kommer en kwel is op deze plaat. “If I Needed You” (van Townes Van Zandt, maar Bird lijkt ook goed naar de versie van Emmylou Harris geluisterd te hebben) is een doodeerlijk liefdesliedje dat het vooral van zijn ongewone opnametechniek moet hebben: net als op zijn concerten verzamelt Bird zijn muzikanten rond één microfoon voor een sympathiek potje mannensamenzang met akoestische instrumentatie. Het kan zelfs in zijn beste momenten niet tippen aan het origineel, maar het straalt een onmiskenbare warmte en eenvoud uit, zoals we ze zelden op een Andrew Bird-album aantroffen.

Om te tonen dat die oude Andrew Bird nog niet helemaal dood en begraven is, is er slottrack “Beyond The Valley Of The Three White Horses”. Aanvankelijk wordt nog voortgebouwd op de opener van de plaat — “Three White Horses” dus — maar gaandeweg haalt Bird zijn vertrouwde loopstation boven voor een ingewikkelde constructie van hartverscheurend mooie vioolpartijen en echoënde vocals. Hij smokkelt er nog een stiekeme fluitsolo in, tot ook die afbrokkelt en er niet veel meer overblijft dan een verknipte viool en een onbestemde, zwermende loop. In de allerlaatste seconden klinkt alleen nog het getsjirp van krekels: een mooier slotakkoord voor deze ongekunstelde plaat is nauwelijks denkbaar.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in