The XX :: 21 november 2012, Lotto Arena

Met een nagenoeg perfect concert bewees The XX zichzelf en de Lotto Arena een flinke dienst. Het Londense trio bewees probleemloos dat het niet alleen in intieme clubs, maar ook in gigantische sportarena’s kan beklijven van begin tot eind. De reputatie van kille, galmende bunker was al na een tiental seconden doorprikt en wat volgde was niets minder dan een triomf.

In dit soort zalen doe je er niet slecht aan om je voor te bereiden op tien minuten van wazige echo’s vooraleer de mix juist zit, maar niet zo bij de geluidspuristen van The XX. Al bij de eerste noten van “Angels”, dat wordt gespeeld van achter een halftransparant doek, zat de mix adembenemend goed. De fluisterende stem van Romy Madley Croft sluipt glashelder tussen de minimalistische gitaar door.

Zodra Jamie Smith aan zijn riante werktafel van elektronica het tempo voorzichtig opdrijft, bij “Heart Skipped A Beat”, vult de arena zich met een ingehouden, bedwelmende trance. Alle hoofden knikken zachtjes mee, schouders glijden van links naar rechts, meer niet. Spookachtige visuals kleuren het podium in allerlei vormen van donker, even mysterieus als de songs zelf.

Wat The XX op drie jaar tijd heeft gerealiseerd, is op zijn minst opmerkelijk te noemen. Elke gitaartokkel, elke noot van de bas is herkenbaar uit de duizend, ontegensprekelijk van hen, gehandtekend. Als een patent op een voor de hand liggende, maar daarom niet minder vernuftige uitvinding. En dat in combinatie met het geraffineerde gefluister van het duo Croft en Oliver Sim, die zelfs met het voorlezen van alle namen van de achtduizend toeschouwers een onnavolgbare cool zouden uitdragen.

“I didn’t think an arena could be this quiet”, zegt Sim na het verdovende “Missing”. Meteen het teken voor Jamie Smith om zijn diepste bassen boven te halen en met het door een exotische steeldrum ingekleurde “Reunion” de set een grondige, en op dat moment ook welgekomen, energieboost te geven.

Gaandeweg beweegt Oliver Sim zich meer en meer als een echte frontman over het podium, hier en daar zelfs oog in oog met Croft ronddansend. The XX blijkt niet meer het statische duo van een tijd geleden, maar verkent op een even stuntelige als sympathieke manier de volledige breedte van het immense podium. Als we een minpunt moeten aanhalen, is het de afgemeten manier waarop alles perfect samenvalt, geen ruimte voor enige verrassing of uitspatting latend. De set klinkt tot op de nanoseconde zoals het trio op voorhand plande, maar ook even sterk als ze op voorhand durfden te hopen.

Met publiekslievelingen als “VCR” — een haast opgewekt intermezzo, waarbij de groep voor ’t eerst helemaal wordt verlicht — en “Islands” schakelt The XX net op tijd weer een versnelling hoger, om vervolgens de hele zaal met felle flitsen te verlichten tijdens “Infinity”. Een grote glazen X-vormige kist die tevoorschijn komt en zich met rook vult, geeft de show de verbluffende finale die het verdient, het bewijs dat The XX zich helemaal heeft aangepast aan haar status van Grote Groep.

Afsluitend met een korte bisronde, stak The XX een indrukwekkende middenvinger op naar elke band die in het verleden in de Lotto Arena bleef worstelen met de geluidsmix. Met een minutieus georkestreerde en perfect uitgevoerde set, maakten de Londenaars duidelijk dat dit soort grote concertzalen alles behalve een beperking hoeft te zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in