Shanir Ezra Blumenkranz :: Abraxas: Book Of Angels Volume 19

Tijd om terug wat elektrisch geknetter in de reeks te krijgen, moet John Zorn gedacht hebben. En zo gebeurde, want Abraxas, niet enkel een mythisch wezen, maar toepasselijk ook een albumtitel van Santana, is een van de meest gedreven en hardst rockende platen uit het tweede Masada-boek.

De deelnemende muzikanten behoren misschien niet echt tot Zorns vaste kring van intimi, maar daar denken we binnen een paar jaar misschien anders over, omdat ze alle vier behoren tot de aanstormende garde van muzikanten die grote sier maken in het New Yorkse. Zo viel gitarist Aram Bajakian al op met z’n Kef-project (mét Blumenkranz), maar nog meer als begeleider bij Lou Reed. Tweede gitarist Eyal Maoz is dan weer leider van Edom, opnieuw een band met Blumenkranz in de rangen.

Bassist/oudspeler Blumenkranz zelf speelde intussen op maar liefst twee dozijn releases van het Tzadiklabel: in bands als Pitom, Satlah en Rashanim, aan de zijde van Mycalezangeres Basya Schechter, als lid van Cyro Baptista’s Banquet Of The Spirits en op een aantal volumes uit de Filmworks-reeks. Het is, kortom, een routinier. Dat geldt ten slotte ook voor drummer Kenny Grohowski, die hiervoor al bezig was in een ellenlange lijst projecten (hetzij buiten het label), gaande van exotische jazzrock tot het wat steviger werk van Hung (“violin driven, progressive, melodic death metal”). Hij zit momenteel ook achter de kit bij Secret Chiefs 3, waar hij Ches Smith opvolgt.

Blumenkranz kiest op Abraxas voor de gimbri (of sintir) , een driesnarige basluit die vooral gebruikt wordt in de muziek van Noord- en West-Afrika. Hoewel soms amper te onderscheiden van een reguliere bas, heeft het instrument een timbre dat toch meer neigt naar de wereldmuziekregio, ondanks zijn voorkeur voor vaste patronen en vaak zeer repetitieve ondersteuning. De focus ligt voor het grootste deel van de tijd dan ook op het virtuoze, vaak erg knap vervlochten gitaarspel van Maoz en Bajakian.

Zo wild en extatisch als op Ribots Asmodeus (Volume 7) wordt het nergens, maar dat heeft te maken met de misschien wat rechtlijniger composities. Bovendien lijken de twee over een andere virtuositeit te beschikken: nog evenzeer gedrenkt in verschillende stijlen en voorzien van zingende en gierende effecten, maar minder rafelig, alsof er een sterkere achtergrond van fusion, progressieve rock en zelfs mathrock achter steekt. De composities op Abraxas worden met een onwaarschijnlijke precisie uitgevoerd en samen met de kristalheldere productie (met net iets te weinig body voor de drums) zorgt dat ervoor dat dit een festijn is voor de oren, maar nu en dan misschien net iets té gestroomlijnd blijft.

Stukken als “Domos” (ondanks die luie intro van Blumenkranz een vroeg hoogtepunt vol gitaargefriemel), “Muriel” en “Nahuriel” zijn dan ook voer voor snarenfreaks die kicken op het werk van Ribot én Buckethead, terwijl de zingende sustain hier en daar ook vaak doet denken aan Santana’s spel. Het kwartet neemt door de typische melodieën (met “Tse’an” als meest memorabele voorbeeld) een positie in binnen het Masadaverhaal, doen een enkele keer wat denken aan Ribots Cubaanse avontuur (“Nachmiel”) en zoeken aansluiting bij psychedelische exotica (“Maspiel”).

Toch kunnen de vier niet voorkomen dat het gevoel van eenvormigheid na een tijdje de kop opsteekt, ook al zoekt Abraxas in het slot heil bij denderend gesleep dat haast overkomt als doommetal (“Biztha”) en de barokke psychedelica-in-wereldmuziekjasje van Banquet Of The Spirits (“Zaphiel”). Niet meteen de meest originele plaat in de reeks, maar wel een van de meest energieke en een gelegenheid om kennis te maken met de nieuwe generatie kopstukken. Het moeten immers niet altijd oudgedienden als Ribot, Dunn, Saft en Wollesen zijn.

Secret Chiefs 3 speelt op 28 november in de Trix.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in