Dredd 3D

Eerder dit jaar was er een aanzienlijke hype ontstaan rond een kleinschalige, door een Welshman geregisseerde Indonesische actiefilm, die werd opgehemeld als het beste actiefestijn sinds Die Hard. Het gaat over The Raid: Redemption, die ook door Enola-collega Peter met het nodige enthousiast gekwispel werd onthaald. Hij zal het mij niet graag horen zeggen en zal mij – om het in zijn eigen woorden te zeggen – het liefst zonder pardon door het venster zwieren, maar ik vond daar dus echt niets aan. The Raid was niets anders dan een pervers, kleurloos en van het cynisme bolstaande polonaise aan gebroken neuzen, ribben en kaakbeenderen. Het leek me dan ook een misplaatste grap van de kosmos dat ik dezelfde premisse nog eens moest ondergaan met Dredd 3D. Jawel, een nieuwe filmbewerking van de Britse comic rond Judge Dredd. Naast het feit dat er geen mompelende Stallone meer is in de hoofdrol, de film iets meer zelfrelativering aan de dag legt dan The Raid en af en toe enkele knappe beelden toepast, komt het op hetzelfde neer: niets meer dan een veredeld computerspel.

Dredd 3D dropt ons ergens in de nabije toekomst. De mens heeft het grondig verkloot, want de aarde is omgetoverd in een woestenij aan dood en verderf. In wat vroeger de VS was, treft men nu nog maar een grote metropolis aan: Mega City One. In deze stad aan 400 miljoen inwoners wordt de wet gedicteerd door zogenaamde Judges, handhavers van de orde die optreden als rechter, jury en beul. De meest beruchte judge is Judge Dredd (Karl Urban). Dredd schuimt al jaren de straten af van Mega City One om de criminaliteit de kop in te drukken, en doet dat met de grootste efficiëntie. Op een dag krijgt hij Cassandra Anderson (Olivia Thirlby) aan zijn zijde, een stagiaire met psychische krachten. Ze worden opgeroepen om een moord te onderzoeken in het gigantische Peach Trees complex, een gebouw dat in handen is van de beruchte bendeleidster Ma-Ma. Voordat Dredd en Anderson er goed en wel besef van hebben, zitten ze opgesloten in het appartementencomplex en wil elke handlanger van Ma-Ma hen elimineren. Hun enige kans op overleven is om zich een weg opwaarts te knallen in het gebouw.

Nu begrijpt u de vergelijking met The Raid. Beide films handelen over een elite agent die niet zijn beste dag beleeft en opgesloten raakt in een flatgebouw vol met bad guys. Net als The Raid is het belangrijkste handelsmerk van Dredd een orgastische explosie aan bloederig geweld. Al een geluk dat we in Dredd nog een gezonde dosis aan zelfrelativering aantreffen. Karl Urban voelt zich goed in de helm van Dredd en lijkt allesbehalve onder de indruk van de penibele situatie waarin hij zich bevindt. Van het cynische gegrom tot het moment dat hij bij zichzelf droogweg enkele gapende wonden toenaait: het zijn lichtpunten in wat verder een opeenstapeling is van bombastisch geweld. Die zelfrelativering kan er echter niet voor zorgen dat je na een tijdje immuun wordt voor het ballet aan rondspattend bloed. De filosofie achter dit soort films verschilt weinig van die van het gemiddelde schietspel. Vijanden bestaan uit gezichtsloze pionnen die op de meest sadistische wijze om het leven moeten worden gebracht. Ja, soms is dit soort hersenloos entertainment leuk, en Dredd weet af en toe nog wel te amuseren, maar het is ook een film die al vlug op automatische piloot vliegt en op een voor de hand liggend doel afstevent. Dat zorgt ervoor dat deze film al snel uitdraait op een passieve kijkervaring. Dredd is niet bedoeld als hoogstaande cinema, maar dit is wel het soort film dat je bijna verplicht om je standaard te verlagen en het weinig ambitieuze verhaaltje te nemen voor wat het is. Soms moet je als kijker al eens met de vuist op tafel durven slaan om meer te eisen.

Het budget van Dredd was niet al te groot en gaf dus ook niet de optie om een superproductie op poten te zetten. Toch heerst het gevoel dat er meer in zat. Aan het begin van de film krijg je een korte beschrijving van de dystopische wereld waarin het zich afspeelt, een wereld die daarna op de achtergrond verdwijnt om het verhaal te gijzelen door het te laten spelen in een gelimiteerde setting. We kunnen aannemen dat de comics veel meer te bieden hebben dan wat we voorgeschoteld krijgen in Dredd, een wereld die zelfs met het geringe budget gerust wat verder uitgebouwd had kunnen worden. Een gemiste kans lijkt het.

Al een geluk dat er nog wat talent achter de camera stond: cameraman Anthony Dod Mantle haalt alles uit de kast om van Dredd een sfeerrijke actiefilm te maken, en trakteert ons op enkele oogverblindende beelden. Vooral de slow-motionbeelden zorgen voor een zeer trippy effect dat niet moet onder doen voor de betere LSD-trip (hebben we gehoord, ahem). Let vooral op het door de lucht zwevende glas of de waterdruppels. Ondanks de doelloze mayhem, wordt de actie wel met panache en de nodige adrenaline geregisseerd.

Dredd zal zonder twijfel voor de perfecte bioscoopavond zorgen voor de actiejunkies onder ons, maar niet voor diegenen die wat meer beleg verlangen op hun boterham aan zinloos geweld. De film zit in een prachtig jasje, maar weigert blijkbaar om al zijn troeven uit te spelen en springt mee op de kar van de films die chaos verkiezen boven narratieve ambitie. Half geslaagd, maar laat het een troost zijn dat ten opzichte van het Stallone-vehikel dit een meesterwerk is. En ook dit nog: voor de 3D moet je het niet doen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in