Tomàn :: Postrockhits Volume II

Nog voor de eerste letter over de plaat geschreven kan worden, moet de titel uitgezweet worden. Postrockhits Volume II is een titel die alleen uit de koker van Tomàn kan komen, zelfs al vormt het een “stijlbreuk” door ditmaal geen dier(en) in de titel op te nemen, toch vat het perfect het parcours van de band samen. Het is een knipoog naar het genre waarmee ze blijvend geassocieerd worden maar dat ook de lading treffend dekt.

Postrock blijft immers de grondstroom waaruit Tomàn gedurende zijn carrière geput heeft. Na de vingeroefening Catching A Grizzly Bear, Lesson One (2005) volgde een jaar later het nog steeds relevante Perhaps We Should Have Smoked The Salmon First waarop de band naast postrockelementen ook indietronica en pop in gelijke mate toeliet. In 2009 volgde het “magnum opus” Where Wolves Wear Wolves Wear, een conceptplaat die als een ouroboros in een eindeloze loop gespeeld kon worden en zich wars van beperkende genreomschrijvingen kenbaar maakte. De plaat maakte het Tomàn duidelijk mogelijk om terug te keren naar de “eerste” liefde postrock, en het genre met een nieuw enthousiasme te benaderen.

Opvallend daarbij is dat de band, veel meer dan op de vorige platen, teruggrijpt naar de “originele” postrock van zulke uiteenlopende bands als Tortoise, Trans Am of Stereolab zonder de eigen identiteit geweld aan te doen. Electro is de rode draad die ditmaal door het album loopt, met een sterke aanwezigheid van synths en orgels die meermaals de dialoog aangaan met het klassieke instrumentarium. Strak resonerende ritmes en uitgestrekte melodieën vormen het codewoord, waardoor verwijzingen naar krautrock en kosmische musik ditmaal geen loze uitspraken zijn, opnieuw met dien verstande uiteraard dat een genreomschrijving te beperkend is voor het album.

Daarvoor zijn de pompende ritmes en langoureuze keyboardpartijen die geregeld onderbroken worden door gitaaruithalen te opvallend in “Dododododo” en hint “Akiko” te sterk naar de oude albums met zijn dromerige, verontrustende keyboard- en orgellijnen die zich rond de tweede minuut dankzij een verstoorde declamatie gelijktijdig ontpoppen tot intro van de plaat en zelfstandig nummer. “Unheimlich” heet de atmosfeer die het oproept in het Duits, al mag daar ook een snuifje verlossing in potentie aan toegevoegd worden. Een kenmerk dat Duitse artiesten met een teveel aan keyboards en synths enerzijds en toekomstvisioenen anderzijds wel meer op hun platen lieten horen en dat hier nog eens terugkeert in “Solid State Is Ok”, een door synths gedragen ode aan het uitgestrekte heelal.

”64 Bit” is een ander fraai staaltje van het electropad dat de groep heeft ingeslagen, zij het dat hier wel degelijke sprake is van akoestische drums en het nummer zelf zich niet voor één gat vangen laat. Na gestart te zijn als een dromerige electro/ambientpopsong keert omstreeks de derde minuut het tij subtiel en wordt al een eerste maal gerefereerd naar de onrustige finale en de sluipende dreiging die de tweede helft van de song zal bepalen. ”Mexiconcarne” geeft enkele steken onder water richting oude Battles, in het bijzonder in de strakke drums, al mag hier de baslijn evenmin onvermeld blijven.

Naast de overvloed aan synths en aanverwanten, kan immers niet naast de strakke ritmes gekeken worden die doorheen de plaat waren en meer dan eens schatplichtig zijn aan de zogenaamde Motorik-stijl van drummen. Liefhebbers van een meer rockende Tomàn hoeven overigens niet te treuren, want met “A Brief History Of Thyme” wordt een steviger song ingezet die weliswaar elektronisch van klank is, maar in zijn teneur zich duidelijk op een rockende inslag laat voorstaan. Het nummer is overigens een uitstekende aanzet voor het klassieker klinkende “The Wonder Of The Tortoise Tunnel” dat voortstuwende drums koppelt aan ingehouden gitaren en speelse keyboards. Ook het afsluitende “Hallo Galileo” opteert voor een meer postrockgerichte inslag met breed uitwaaierende, herhaalde gitaarpatronen die zich subtiel laten verleiden tot een melodie.

Bij elke officiële release tot op heden heeft Tomàn zich steeds weten te onderscheiden door zich te houden aan de krijtlijnen van een genre zonder daarbij de vastgelegde algoritmes en structuren te volgen. Het zorgde steevast voor een herkenningsgevoel dat wist te verbazen en verbluffen en daardoor ook de tand des tijds wist te weerstaan. Het is verleidelijk om het vat superlatieven boven te halen voor Postrockhits Volume II, niet alleen omdat de plaat het op dit ogenblik verdient, maar ook omdat het redelijk zeker is dat de lof die de plaat vandaag toegediend krijgt, binnen pakweg vijf jaar nauwelijks verbleekt zal zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in