Hot Chip :: 3 november 2012, AB

Hoera: zaterdagavond! Dansen! Dansen! Hot Chip was immers in de stad, en maakte er een onweerstaanbaar feestje van. In de AB bewees het zevenkoppige gezelschap dat ze van één van de meest onwaarschijnlijke danssuccessen zijn uitgegroeid tot een perfect gerodeerde feestmachine.

Er was een tijd dat Hot Chipgitarist Al Doyle verzuchtte “we willen weg van de danstenten op festivals”. Het is nooit gelukt. Goed, afgelopen zomer stond de groep wel in de Marquee van Pukkelpop, maar niemand maakt ons wijs dat dit geen dansgroep is. De muzikanten zelf ook niet, want met een DJ als voorprogramma doet de groep er alles aan om het publiek al op voorhand in feeststemming te brengen. Dat werkt niet op een Belgisch zaterdagavondpubliek — er wordt geen half been bewogen voor de groep zelf het podium opkomt — maar het zet tenminste de toon: Hot Chip is er voor al uw uitbundige momenten, zelfs al wordt ondertussen het monogame huwelijksleven bezongen.

Frontman Alexis Taylor blijft immers ook een volbloed romanticus, die een song zonder verpinken opdraagt aan zijn vrouw en dochter, en in nummers als “One Life Stand” met soulvolle stem zonder gêne over de geslaagde liefde zingt. Het levert ook een bloedmooie ballad op met “Look At Where We Are”, waarbij collega-frontman Joe Goddard breed lachend met de armen staat te wuiven. Het is zo halverwege het enige rustpuntje dat het publiek wordt gegund, in een show die van hoogtepunt naar hoogtepunt trekt.

Al begint het nog een beetje aarzelend met opener “Shake A Fist”, waarin Taylors zang aanvankelijk wat dun klinkt. Het duurt niet lang of ook de stembanden zijn opgewarmd en “And I Was A Boy From School”, dat nog altijd kille robotdansbeats weet om te turnen tot een weeïg en melancholisch nummer, wordt ingezet. Met de eightiessynths van “Don’t Deny Your Heart” meteen erna, bewijst de groep ook zijn veelzijdigheid: stilistisch kan de groep even vlot andere stijlen aan als de muzikanten met gemak van instrument wisselen voor de outro.

In “One Live Stand” en “Night And Day” blijkt ook dat de uitbreiding tot zeven leden de groep deugd heeft gedaan. Drumster Sarah Cane (van New Young Pony Club) geeft de nummers extra kracht, en ook multi-instrumentalist Rob Smoughton, die dit jaar tot volwaardig lid werd gepromoveerd, zorgt met zijn bas- en percussiewerk voor een meerwaarde. Het geeft Hot Chip nog meer wendbaarheid. Zo wordt “Brothers” hier herwerkt tot een rechtdoorzee U2-song, zo ergens tussen The Joshua Tree en Achtung Baby in.

Het is een sterk moment, maar Hot Chip is geen rockband, en dus wordt met de stamper “How Do You Do?” een eindspurt ingezet die ongenaakbaarheid uitstraalt; een solo-ontsnapping vijftig kilometer voor de finish om met een kwartier voorsprong aan te komen. Doorbraaksingle “Ready For The Floor” gaat immers naadloos over in een geweldige cover van Fleetwood Macs “Everywhere”.

In de bissen wordt “I Feel Better” grondig herbouwd tot een dreunende remix, en de AB wordt een stomende discotheek. Voetbalkoren en gejuich zijn niet van de lucht, terwijl de beats denderen en dat de-echte-liefde-bezingend refrein “I only want one life/Together in our arms” enthousiast wordt meegezongen. Laat de zaterdagnacht maar komen; we zijn er klaar voor. Twee jaar geleden dachten we dat Hot Chip op het hoogtepunt van zijn kunnen stond, vandaag deed de groep er nog een schepje bovenop. Dit was een foutloos concert van een hele sterke band.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in