Radiohead :: 18 oktober 2012, Sportpaleis

Na vier lange jaren een entree door de grote poort, of bleef The King Of Limbs live een mager beestje? Radiohead is back on tour en dat zal een uitverkocht Sportpaleis geweten hebben.

Radiohead live in België, daarvoor is geduld nodig. De laatste keer dat Thom Yorke en zijn creatieve consorten halt hielden op Belgisch grondgebied dateerde al uit 2008, op Werchter. Voor een zaalconcert moeten we al teruggaan naar Vorst Nationaal in 2003. De explosieve cocktail van jarenlange afwezigheid en een muzikaal verleden van ontzagrijke invloed zorgde voor een stormloop op tickets en buitenaardse verwachtingen. Het Sportpaleis werd hun decor voor het laatste Europese concert van de King Of Limbs Tour. En hoewel Antwerpen van iedereen is, was het donderdagavond toch vooral moeiteloos van Radiohead.

Voor een band die er een hobby van heeft gemaakt om zichzelf opnieuw uit te vinden, is recentste (ondertussen bijna twee jaar oude) muzikale zuigeling The King Of Limbs een zorgenkind. Voorlopig geboekstaafd als hun slechtst verkochte album in jaren wordt het al te snel onder de mat geschoven dankzij het immense succes van voorganger In Rainbows. Toch is dit minder hitgevoelige album alweer een essentiële stap voorwaarts voor Oxfordshire’s finest. En doordat live de klemtoon op het nieuwbakken oeuvre ligt, was dit voor de band de unieke kans om het album tot leven te wekken. De veeleer diep gelaagde, door digitaal slagwerk gedreven songs staan in schril contrast met de gitaar-geïnspireerde periodes ten tijde van OK Computer en Kid A.

De gekende bezetting werd voor deze tournee versterkt met Portishead-percussionist Clive Dreamer, die Radioheads gekende kleurenpalet moest aanvullen met subtielere toetsen. Opener “Lotus Flower” en het ontoegankelijkere “Bloom” gaven meteen de toon aan: eclectisch met uitgekiemde accenten, amper meezingbaar maar beklijvend tot op het bot. Live slaagden Yorke en metgezellen er wonderwel in om het intimistische kluwen van elektronica te vertalen naar het grote strijdtoneel. De zanger, uitstekend bij stem en zingend met een natuurlijke droevige echo zoals alleen hij dat kan, was met even hippe danspassen ook nog eens een lust voor het oog. Ook prominent aanwezig: een gigantische LED lichtmuur, in combinatie met twaalf kleine bewegende videoschermen. Een krachtmeting tussen licht, geluid en beeld, waarbij de intieme monitors per song veranderden en vervormden tot geometrische figuren. Architecturale eenvoud, schitterend uitgewerkt.

De scheurende openingsriff van “Airbag” herinnerde eraan dat Radiohead de snaren nog steeds geselt als de beste. Hoewel Pablo Honey en The Bends links werden gelaten, balanceerden de Greenwood broers tussen oude classics en nieuwe creaties. “I Might Be Wrong”, met bonzend bas en drumwerk, en “The Gloaming” (met in felgroen licht badende muzikanten en zaal) waren uitschieters van hoog formaat. Gas terugnemen deed de band met combo “Separator / Reckoner”, waar sombere stiltes en samenzang de ruggengraat vormden voor een adempauze. Een prelude op de donkere ballade “Pyramid Song”, waar Yorke op piano en Jonny Greenwood, gitaar bespelend met strijkstok, de zaal herleidde tot een intieme woonkamer. Verstilde, breekbare schoonheid die kippenvel doorheen de zaal joeg.

“This is kind of a new song”, zei Yorke in een zeldzame interactie. “Identikit”, met erg aanstekelijke computerbeats in de hoofdrol, doet alvast het beste vermoeden voor de toekomst. “But you might know this one”, alvorens de eerste tonen van publieksfavoriet “Karma Police” in te zetten. Een moment van massahysterie, waarvan het Britse zestal gretig gebruik maakte om de set terug onder stoom te krijgen. “The National Anthem”, begeleid door rood verlichte, pulserende bliksems en het wild met subbassen om zich heen slaande “Feral”, respectievelijk verschenen op Kid A en The King Of Limbs, toonde in een oogopslag de gedaanteverwisselingen die Radiohead doorheen de jaren meemaakte. Naar adem happend luidde dit een eerste vertrek in.

Intiem terugkerend met “Give Up the Ghost” was het andermaal tijd voor Jonny Greenwood om zijn elektrische duivels te ontbinden. “Morning Mr. Magpie” en het decibelrecord producerende “Myxomatosis” schoten als geweersalvo’s de zaal in, bijgestaan door beukende drums. En voor het manisch depressieve en massaal meegezongen “Paranoid Android” zou menig muzikant een ledemaat of twee veil hebben. Hoewel licht slordig ingezet, was het in eindejaarlijstjes altijd aanwezige anthem van de nineties eens gelanceerd een bolide op ramkoers. Intiem openbloeiend tot een eruptie van gierende gitaren toonde het nog maar eens de wereldklasse van deze Britse formatie.

Als uitgesteld muzikaal orgasme had de band nog een laatste uppercut van formaat als toetje bewaard. Het digitaal langzaam voortkabbelende “Everything In Its Right Place” streek met zacht sussende woorden alle plooien glad, plaatsmakend voor het orgelpunt. Met Yorke in de rol van waanzinnig dansende hogepriester zorgden de pompende en onstuimige beats van “Idioteque” voor een furieuze slotnoot.

Radiohead bewees, ondanks het schaamteloos negeren van tientallen wereldsongs, in een andere categorie te spelen. Met een fenomenaal optreden dat hun gehele carrière overspande, hijsen Thom Yorke en de zijnen zich terug op de troon en kijken hoopvol naar de toekomst. Het is maar te hopen dat nogmaals vier jaar wachten ons bespaard blijft.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in