“Ik heb geprobeerd te recreëren wat ik voelde bij het bekijken van het stuk” – Felix van Groeningen over The Broken Circle Breakdown

Omwille van het openbaar vervoer – het dubieuze redmiddel voor de rijbewijslozen onder ons – arriveer ik meer dan een kwartier te vroeg in het vijfsterrenhotel in hartje Brussel waar de persdag van The Broken Circle Breakdown plaatsvindt. Ik heb weinig ervaring met persdagen, om niet te zeggen: geen, en ik ben dus een beetje zenuwachtig; een gevoel dat niet verkleint wanneer ik een kafkaësk protocol moet doorlopen vooraleer ik de interviewees mag ontmoeten. Een achterdochtige receptionist wil graag even naam, werkgever en de organiserende instantie weten, vooraleer hij er een piccolo bij haalt, die mij uiteindelijk gewoon naar het terras begeleidt.

Daar ontmoet ik producent Dirk Impens – zonnebril, dikke sigaar – en regisseur Felix van Groeningen. De maker van Dagen Zonder Lief en De Helaasheid der Dingen ziet er relaxed uit, maar ook al behoorlijk moe. Tenslotte heeft hij al een hele dag interviews gegeven en even vrees ik dat hij tegen zijn zin zal antwoorden op vragen die hem waarschijnlijk al twintig keer eerder zijn gesteld. Ongegronde vrees, zo blijkt. Hij vraagt nog vijf minuutjes pauze, maar komt dan aan het tafeltje zitten dat mij is toegewezen, legt zijn iPhone mét geeky Batmanhoesje op tafel en begint zelf een inleidend praatje. Hij is nog even verward wanneer ik uitleg dat Enola het vroegere Digg was, maar wanneer ik hem vertel dat ik behoorlijk onder de indruk was van zijn nieuwste film – en dat is niet gelogen – lijkt hij toch enthousiast om de vragen van Enola te beantwoorden.

enola: The Broken Circle Breakdown is gebaseerd op een toneelstuk van Compagnie Cecilia, maar leek voor u aanvankelijk ‘onverfilmbaar’. Hoe begin je aan een scenario vanuit die visie?

Felix van Groeningen: Op het moment dat ik besliste het toch te verfilmen, had ik die indruk natuurlijk niet meer echt, maar ik vond het eigenlijk onverfilmbaar omdat het, ten eerste, ongelooflijk sterk was en mij echt had weggeblazen, en omdat het echt klopte in de vorm die het toen had. Ik wist niet wat ik er nog aan zou kunnen toevoegen. De helaasheid der dingen had ik gelezen en ik vond het een bijzonder goed boek, maar ik zag ook wat ik wilde behouden en wat ik wilde weglaten. Bij de voorstelling van Johan Heldenbergh had ik dat gevoel niet, omdat ik die nog perfecter vond, zeker in die vorm. Het was opgevat als een soort concert, en was heel simpel, heel strak, maar het had waanzinnig veel impact. Ik wist dus niet hoe dat te verfilmen: ik kon toch niet gewoon een camera in de zaal zetten en de boel vastleggen? Maar na een beetje afstand te hebben genomen, een maand of acht te hebben gewacht, het stuk nog een keer te hebben bekeken, de tekst zelf te hebben gelezen, zag ik dat de boog van wat die personages allemaal overkwam, groot genoeg was. Die tekst was een goede basis om van te vertrekken. Op dat moment heb ik Carl Joos, de coscenarist, erbij betrokken, en hij is met een eerste versie afgekomen. Vanaf dan werd het zoals bij mijn andere films: opzij leggen, opnieuw beginnen, een andere vorm uitproberen… Uiteindelijk bleek tijdens de montage zelfs dat de ‘definitieve’ versie van het scenario niet volledig marcheerde, dus die hebben we dan ook weer opnieuw in elkaar gestoken.

enola: Dus de uiteindelijke structuur van de plot is pas in de montagekamer tot stand gekomen?

FvG: Het scenario was daarvoor ook al niet chronologisch, maar de verhaallijnen zaten aanvankelijk anders door elkaar. Er zit nu schijnbaar minder logica in dan in het scenario, maar het is toch helderder. Dat is het uiteindelijke resultaat van een proces dat twee jaar duurt: je begint eraan, laat het even liggen, ziet wat er werkt en wat er niet werkt, en je probeert terug te komen naar wat je voelde toen je de voorstelling voor de eerste keer zag.

enola: Helpt het tijdens zo’n proces om samen te werken met Johan Heldenbergh, de schrijver en maker van het originele toneelstuk?

FvG: Johan heeft zich eigenlijk niet gemoeid met het schrijven van het scenario. Hij heeft wel alle versies gelezen, en er zijn licht over laten schijnen, zoals ook Veerle (Baetens) dat gedaan heeft, maar hij heeft zich echt als acteur opgesteld, en niet als schrijver. Ik ben naar hem gegaan met de vraag ‘Mag ik hier een film van maken?’, waarop hij ja antwoordde, en dan vroeg ik ‘Maar mag ik dan ook echt de volledige vrijheid?’. Met andere woorden, als er iets fout zou gaan tussen ons twee, kon ik nog steeds die film maken. Dat is ook op papier vastgelegd: er is nooit discussie geweest, maar dat bevestigde voor mij dat ik mijn goesting mocht doen, en dat ook Carl Joos het verhaal mocht ombuigen.

enola: Op de aftiteling wordt het scenario toegeschreven aan Carl Joos en Felix van Groeningen, ‘met medewerking van Charlotte Vandermeersch’. Was een vrouwelijke invalshoek belangrijk voor het scenario en de personages?

FvG: (denkt na) Eigenlijk hebben we één versie van het scenario samen geschreven, en om een aantal zaken was ik blij met haar vrouwelijke insteek, maar bij de meeste dingen telde gewoon dat ze iets goeds kon toevoegen. Ze heeft zeker een paar dialogen toegevoegd die wel te maken hebben met een soort vrouwelijkheid, maar voor het personage zelf heeft Veerle de belangrijkste verantwoordelijkheid genomen. Zowel over de kostumering, over wat ze op een bepaald moment doet, zegt… Veerle had daar een heel frisse kijk op, ze is zelf ook mama, en de manier waarop ze kleine dingen doet – ze borstelt het haar van haar dochtertje, of iets dergelijks – maken dat personage levensecht.

enola: In een vorig interview, naar aanleiding van Dagen Zonder Lief, (met Digg) vertelde u dat u niet zo zeker was over muziek in film, dat u niet wist welke muziek bij welk verhaal paste. Nu maakt u een film waarin muziek een heel nadrukkelijke rol komt opeisen – was het creëren van de soundtrack een moeilijk proces?

FvG: Ik heb hier alleszins wel veel van bijgeleerd, denk ik. Het was nog altijd wel een moeilijke bevalling: ik heb Johan veel geraadpleegd over de muziek, en we hebben ook heel vroeg in het proces al een vergadering gehad met de monteur over de muzikale visie, om zeker te zijn dat we de juiste keuzes maakten. Maar eigenlijk, zodra de film in het montageproces belandde, is het maken van de muziek vrij vlot gegaan.

enola: Is er veel muziek van de originele theaterproductie hergebruikt?

FvG: Qua songkeuze zijn er een paar nummers die de film hebben gehaald, maar er zijn toch ook veel nieuwe songs bijgekomen. De voorstelling was meer als een concert opgevat, en telde dan ook meer nummers – een stuk of veertien – die allemaal hun plaats verdienden. In een film kan je echter de tijd niet nemen om vijf minuten lang gewoon naar een liedje te luisteren: er moet meer mee gebeuren, het moet echt iets illustreren, een functie hebben in het verhaal – vandaar ook dat ik soms voor andere nummers heb gekozen. Ik wilde eigenlijk meer songs gebruiken, maar uiteindelijk moet je ze toch schrappen als ze geen plaats hebben in de film.

enola: De hoofdpersonages hebben allebei een duidelijke, maar verschillende visie op het leven, de één religieus, de ander overtuigend niet, en naar het einde toe lijkt u zelf aan één van die visies voorkeur te geven. Klopt dat, of vindt u dat de kijker zijn eigen keuze moet maken?

FvG: (denkt na) Mja, ik heb niet het gevoel dat ik echt een ‘keuze’ heb gemaakt. Tijdens de voorstelling ging ik enorm mee met de visie van Didier, maar tegelijk merk je dat die visie niets oplost, dat hij op het einde zelf moet plooien. Wat ik er straf aan vind, is dat Johan dingen vertelt die bij mijn overtuiging aansluiten – rationeel weet ik dat God niet bestaat, dus waarom zou ik er dan in geloven? – en dat je toch empathie krijgt voor mensen die niet anders kunnen dan geloven in iets. Sommige gebeurtenissen zijn te groot, te zwaar om te dragen, en dan is dat je enige troost. In zijn voorstelling slaagde Johan er heel goed in die spreidstand over te brengen: enerzijds rationeel weten dat je dat zever vindt, en anderzijds tóch empathie opbrengen voor mensen die wel geloven.

enola: Steve+Sky en Dagen Zonder Lief vertrokken vanuit een origineel scenario, terwijl De Helaasheid der Dingen en The Broken Circle Breakdown gebaseerd zijn op respectievelijk een boek en een toneelstuk. Zou u uw vijfde film ook op reeds bestaand materiaal baseren, of toch eerder iets compleet nieuws maken?

FvG: Ik vind het handiger, makkelijker, om van een bestaand verhaal te vertrekken, omdat het je in staat stelt steeds terug te keren naar die basis, naar wat je voelde toen je het boek voor de eerste keer las of het toneelstuk voor de eerste keer zag, en dan weet je meteen ook waar je naartoe moet.

Anderzijds ben ik nu met iets nieuws bezig, dat ik wel baseer op interviews en dergelijke, maar eigenlijk toch iets ‘nieuws’ is. Dus ik doe het toch wel weer, hoewel ik weet dat ik liever werk vanuit een bestaand scenario. (lacht)

enola: Als u van een bepaalde bron vertrekt, vreest u dan nooit dat uw film steeds met het origineel vergeleken zal worden?

FvG: Na het maken van De Helaasheid heb ik die ervaring in ieder geval niet gehad: de reacties waren positief en ik had de indruk dat de mensen de film wel los van het boek konden zien. Ik wilde er mijn eigen ding mee doen, en ik heb het gevoel dat ik dat ook heb kunnen doen.

enola: Bent u dan tijdens het maken van bijvoorbeeld De Helaasheid der Dingen nooit bang geweest dat de film het predicaat ‘Het boek is beter dan de film’ zou krijgen?

FvG: Met De Helaasheid heb ik dat aan het begin even gehad, maar doordat dat uiteindelijk een goede ervaring is geweest, heb ik daar bij The Broken Circle Breakdown nooit schrik voor gehad. Alles is door mijn handen gegaan, het is echt geworden wat ik wilde doen. Het is iets totaal anders dan de voorstelling, maar ik heb proberen te recreëren wat ik heb gevoeld bij het bekijken van het stuk. Het geeft enorm veel voldoening als ik dat dan zelf kan bereiken, op mijn manier.

enola: Collega’s als Erik Van Looy en Michaël Roskam lijken nu ook voet aan de grond te krijgen in Hollywood: is dat ook waar uw ambities liggen?

FvG: Als dat gebeurt, is dat natuurlijk super, maar ik droom er niet per se van. Het is nog altijd gemakkelijker om hier een film te maken, en als ik het doe, moet het onder mijn eigen voorwaarden zijn.

enola: Het lijkt wel wat een tendens te worden, nu er ook sprake is van een Amerikaanse remake van onder andere Hasta la Vista!: als een regisseur een succesvolle film maakt in Vlaanderen, moet dan bijna als een opstapje dienen om naar het buitenland te trekken. Voelt u dat ook zo aan?

FvG: Aanvankelijk, toen er sprake was van een remake van Erik Van Looys film, dacht ik: ‘Dat is dikke zever. Wie zit daar nu op te wachten?’ Ik heb mij daar eigenlijk in vergist: je merkt gewoon dat, als je bijvoorbeeld in Cannes bent en daar opvalt, je gauw aanbiedingen krijgt en dat ze daar constant op zoek zijn naar talent. En dat doet wel dromen, maar eigenlijk is het eenvoudiger om hier een film te maken. Het enige voordeel dat Amerika biedt, is dat je meer mensen kan bereiken.

enola: Mocht u de kans krijgen…

FvG: De kans krijgen is relatief: je krijgt die alleen maar als je er veel energie in steekt, en dat heb ik niet willen doen. En tegen dat je film dan ook effectief gemaakt zou worden… Het is allemaal niet evident. Michaël is zeer goed bezig, maar het is wel nog heel pril, natuurlijk; The Loft is dan weer deels vanuit België gefinancierd. Het is allemaal relatief, maar dat wil zeker niet zeggen dat het niet mogelijk is. De vraag die je jezelf moet stellen is: wat wil je doen? En ik wil gewoon films maken waar ik zelf iets aan heb. Ik heb wel een aantal filmscenario’s gelezen na De Helaasheid, maar daar werd ik eigenlijk redelijk triestig van.

enola: Na het succes van De Helaasheid heeft u flink wat bekendheid verworven bij het grote publiek, en de verwachtingen voor The Broken Circle Breakdown zijn dan ook hooggespannen, maar ik heb niet de indruk dat u dat heeft tegengehouden om uw eigen ding te doen.

FvG: (denkt na) Dat is zo, maar ik kan niet ontkennen dat het je wel beïnvloedt: het heeft lang geduurd voor ik voor dit project heb gekozen, en moest ik De Helaasheid der Dingen niet gemaakt hebben, weet ik niet of ik het wel gedaan zou hebben. Ik heb mezelf lang wijs gemaakt dat ik niet moest proberen om een betere film te maken, maar je probeert dat toch. Tegelijk besef ik ook dat ik geen hypercommerciële films maak: ik wil gewoon een film maken die goed is, en dan hoop ik dat er zoveel mogelijk mensen naar gaan kijken, maar dat wil zeker niet zeggen dat ik een film ga maken die toegankelijker is dan De Helaasheid.

enola: Heeft u dan, na het commerciële succes van De Helaasheid der Dingen (de film haalde 465.000 bezoekers in Vlaanderen, red.), nooit schrik dat de cijfers teleur gaan stellen?

FvG: We hebben nu niet zo’n ongelooflijk grote verwachtingen, denk ik. We hadden bij De Helaasheid nooit gedacht dat we zo’n publiek zouden bereiken, en ik denk niet dat we er nu vanuit gaan dat we dat gaan evenaren. Het zou natuurlijk super zijn mocht dat gebeuren, maar we mogen dat niet verwachten.

enola: De Vlaamse film weet nu overigens meer dan ooit een groot publiek te bereiken, en het aantal producties per jaar gaat ook behoorlijk de hoogte in, heb ik de indruk: vindt u dat een positieve tendens?

FvG: Dat is super, toch? Ik heb de indruk dat er nu ook meer kan gemaakt worden, dat er meer mensen gaan: er komt dan ook meer geld binnen, en dat moedigt investeerders aan geld in films te steken.

enola: Is er nu meer diversiteit in het Vlaamse filmlandschap dan pakweg tien jaar geleden?

FvG: Zeker en vast. Dat is ook onze kracht, denk ik: dat Gust Van den Berghe (En waar de sterre bleef stille staan, Blue Bird)films maakt, en ik, en regisseurs als Jan Verheyen. En een film als Rundskop, dat blijft toch ook fantastisch? Het is in se helemaal geen commerciële film, maar er gaan ongelooflijk veel mensen naartoe. Ik vind dat waanzin eigenlijk, echt waanzin. We mogen wel niet vergeten dat zo’n films uitzonderingen blijven: je mag je film niet publieksvriendelijker gaan maken om de bezoekersaantallen van De helaasheid of Rundskop te halen. Die films hebben zo’n groot publiek bereikt, net omdat ze speciaal zijn, denk ik, en niet omdat ze het publiek paaien. Het zijn geen films waar veel mensen naar gaan kijken omdat ze in de middenmoot zitten en die binnen tien jaar volledig vergeten zullen zijn.

enola: Wat ons betreft geldt dat ook voor The Broken Circle Breakdown. Bedankt voor het interview!

Lees de filmbespreking

Lees het interview met Johan Heldenbergh

Lees het interview met Veerle Baetens

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in