Lean Left :: 16 september 2012, Trix

Hoewel tv-monument Knight Rider (1982-1986) dezer dagen vooral herinnerd wordt als de serie die de internationale carrière van method acting-icoon David Hasselhoff lanceerde, was het ons destijds vooral om KITT de sprekende auto te doen. Dat betweterige toontje en de kige rode lampjes van die Pontiac konden ons gestolen worden, maar die Turbo Boost joeg ons elke keer weer naar het puntje van onze stoel. Gisteren werden we weer even overmand door dezelfde opwinding, want Lean Left vond dat knopje ook én maakte er volop gebruik van.

Het kwartet dat aantrad in Antwerpen had er niet alleen een week op zitten die vooral samengevat kon worden als chaos & allerhande tegenslag, maar ook zomaar even drie nieuwe releases onder de arm en een versterkte band (na een hoop gezeik komt er steeds weer een moment dat het zootje wel op z’n pootjes terecht komt), want dat de vier intussen al een aardige geschiedenis hebben, werd snel duidelijk. Vaak leidt zoiets tot een verfijning van de methoden, een verder exploreren van mogelijkheden zodra die eerste golf van brute statements achter de rug is, maar voor dit concert trok Lean Left, ondanks enkele momenten van ingetogenheid en detailverkenning, opnieuw de kaart van de ziedende kracht. Het was blijkbaar nodig.

Dat openen met metalige geluiden en delicate klarinetuithalen was immers maar een schijnbeweging, want binnen de paar minuten werd de motor al op gang getrokken, ging het volume aardig de lucht in en begon het te knetteren. Gitaristen Terrie Ex en Andy Moor, sowieso al een paar dat zich nooit bezondigt aan traditionele gitaarduels, gingen bij momenten volledig over de rooie, de snaren heftig buigend, met gierende staccato-effecten en ritmische gehamer. Ex ging daarbij volop in de weer met de bekende drumstok, Moor leek eerst voor een meer bedachtzame aanpak te kiezen, maar was uiteindelijk zelfs in de weer met een stalen borstel. Het resultaat klonk navenant.

Vandermark verschoof snel van klarinet naar tenorsax (en later naar bariton), waarop hij een aardig eindje wegscheurde, vaak variërend op terugkerende motieven, steeds vechtend om dominantie met de gitaren en het krachtige spel van Nilssen-Love. Opvallend was dat overeind blijven zonder al te veel moeite leek te lukken, wat voor een groot stuk ongetwijfeld te danken was aan een geluidsmix die beter was dan gewoonlijk. Is het voor de saxofonist vaak verzuipen in een geluidssoep die elke nuance resoluut van tafel veegt, dan bleven de contrasten nu duidelijk en kon er gevlamd worden met focus en energie.

Toen het gezelschap even terugplooide werd er ruimte gemaakt voor wat meer nuance, en Vandermark leek zelfs een paar knipoogjes naar vorig werk uit te spelen. Toch werd er weer snel naar een ontvlambare climax gewerkt (nu ja, eigenlijk was driekwart van het optreden climax), waarbij vooral Nilssen-Love zorgde voor het explosieve element, met verrassend directe, soms bijna lompe ritmes, vermorzelend in hun koppige gespierdheid. Maar het werkte, want het kwartet bleef hameren en beuken en gieren en schetteren met een collectief machtsvertoon dat niet kapot te krijgen was.

Kortom: dit was niet het ideale concert om de veelzijdigheid van de betrokken muzikanten te ontdekken, maar wie er ook maar aan twijfelde of deze heren het rock/noise-element konden waarmaken binnen de context van improvisatie, die kreeg nu lik op stuk. Lean Left kwam, zag en speelde het boeltje aan flarden met een klein uurtje withete furie. TURBO BOOST TO THE MAX!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in