Simone White :: Silver Silver

Het schattige meisje achter “The Beep Beep Song” — naar de grote wereld gebracht door de Audi R8-campagne — is terug met haar vierde plaat. De missie daarachter is duidelijk: eindelijk komaf maken met het epitheton ‘schattig’.

Niet dat ze zich bekeerd heeft tot het satanisme of een thrash metal-plaat heeft opgenomen, White heeft er op haar vierde studioplaat voor geopteerd om haar gezellige akoestische indiepop te laten overspoelen met elektronica. Silver Silver opent dus niet met een gitaarakkoord, maar met een mechanische beat. Daarover klinkt Whites stem opvallend onderkoeld, ontmenselijkt bijna. Een interessant effect, dat bij de introductie van analoge instrumenten speelt met het contrast warm en koud, maar spijtig genoeg creëert het vlakke ritme een gevoel van afstandelijkheid in plaats van vervreemding. Ook de finale soundscape is niet karaktervol genoeg, waardoor “Flowers In May” eerder als een spitsvondige remix van een akoestisch nummer aandoet.

De contrastwerking tussen mens en machine werkt beter in “Big Dreams And The Headlines”. Aanvankelijk muzikaal moeilijk te onderscheiden van de opener, maar tegen het refrein bloeit het nummer helemaal open en hoor je er effectief een hart in kloppen. Na afloop blijft deze song in je oren plakken, en dat is toch een pak belangrijker dan experiment alleen om het anders zijn. Aan het eind van de plaat hoor je nog zo’n interessante sfeerschepping in “Now The Revolution”, een doemportret dat een uitgelezen soundtrack voor de sovjet-versie van Dancer In The Dark zou opleveren.

Vreemd genoeg laat White de elektronica na het openingsduo grotendeels achterwege. “Never Be That Tough” toont een enorme gelijkenis met akoestische Charlotte Gainsbourg: zachte gitaarfolk, veel lucht op de stembanden: mooie song, maar wel een die je al honderd keer gehoord hebt. Meer en betere zijdezachtheid brengt “Star”, een voltreffer in al zijn eenvoud. Een klein, fijn wiegelied dat zich met de originele harmoniumtoets van de rest van het dozijn onderscheidt, maar niet dwangmatig anders hoeft te zijn.

Ondanks zoveel potentieel nekt die neiging om iets nieuws te willen doen een groot deel van Silver Silver. De titeltrack schept in samenzang met Andrew Bird een sprookjesbos dat tussen licht en donker kronkelt, maar sleept te lang aan en gaat daardoor geconstrueerd aanvoelen. Een bezwerend nummer als “In The Water Where The City Ends” wordt door de markante echo op de stem ook te artificieel. Uiteraard reflecteert die echo het rimpelen van het wateroppervlak, maar deze vocale stijlfiguur had gerust ingeruild mogen worden voor wat minder irritatie. Om van het in canon gezongen “Long Moon”, oftewel de indieversie van “Vader Jacob”, nog maar te zwijgen.

Al deze ingrepen maken je als luisteraar behoorlijk gevoelloos bij deze songs. De songs hadden dus beter gedijd bij wat minder denkwerk, en dat mocht dan weer in de ordening van de nummers geïnvesteerd worden. De instrumental “We Didn’t Know” staat niets te doen tussen twee akoestische nummers in. Waarschijnlijk moest het deze de plaat wat enigmatischer en zwaarmoediger maken, maar hier is het enkel een stoorzender. Even later wordt deze sfeer al tegengesproken door “What The Devil Brings”, een moeilijk compromis tussen klassieke orkestratie en elektronica dat het openingsnummer van een luchtigere plaat dan deze ambieert te zijn.

Toegegeven, Silver Silver is een verrassende opvolger van Yakiimo. De nieuwe wind is echter allesbehalve fris en maakt van dit album een zware zit. Dit is enkel voer voor de geduldige fans. De rest leiden we met graagte naar de twee voorgangers.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in