360

Het nieuwste lid uit de categorie ‘Ooit geprezen, nu vergeten’ is Fernando Meirelles. De Braziliaanse regisseur maakte in 2002 het alom geprezen Cidade de Deus, een ronduit zinderende kroniek over de verdoemde jeugd in de favela’s van Rio en trok vervolgens naar de Verenigde Staten en Engeland voor de geëngageerde en staalharde verfilming van John Le Carré’s The Constant Gardener. Met zijn opvolger Blindness, zijn verfilming van José Saramago’s Stad der Blinden, begon echter de kanteling: hij miste de drive van zijn twee voorgangers en ook aan het scenario schortte er hier en daar iets, gebreken die de Braziliaan met al zijn visuele trucjes niet wist te verbergen. Hetzelfde euvel kenmerkt ook 360, alweer een filmbewerking – ditmaal van Arthur Schnitzlers toneelstuk La Ronde – die totaal gespeend is van een uitdagende plot en dan ook gekenmerkt wordt door een vorm van middelmatigheid die onwaardig staat op een cv waar ook Cidade de Deus en The Constant Gardener op prijken. Een mens zou bijna gaan twijfelen of die eerste twee toch geen toevalstreffers waren…

360 is het type mozaïekfilm dat zich op een viertal locaties afspeelt, in casu Wenen, Parijs, Londen en de luchthaven van Phoenix, Arizona. Mirka (Lucia Siposová) is een Oost-Europese prostituee die werkt voor een louche pooier (Johannes Krisch) uit de Oostenrijkse hoofdstad, wat, vanzelfsprekend, tegen de zin is van haar Tolstoj-lezende zus Anna (Gabriela Marcinkova). In Londen zijn we getuige van de onuitgesproken huwelijkscrisis tussen Rose (Rachel Weisz) en Michael (Jude Law), die allebei troost zoeken in de armen van een ander. De Braziliaanse Laura (María Flor) brengt ons van Londen naar Phoenix, waar de ietwat lusteloze John (Anthony Hopkins) al jaren een obsessieve zoektocht naar zijn verdwenen dochter voert, en het is ook daar dat de net vrijgekomen Tyler (Ben Foster) het moeilijk heeft om niet in zijn oude, criminele gewoonten te hervallen. In Parijs, ten slotte, loopt de Russische Valentina (Dinara Drukarova) weg van haar malafide man Sergei (Vladimir Vdovichenkov), de kont van haar baas (Jamel Debbouze) achterna. Al deze personages worden aan elkaar gelinkt in een grote cirkel, zoals de wel erg voorspelbare tagline – ‘Everything comes full circle’ – al lichtjes doet vermoeden.

Het concept van de ‘verhaallijnen op verschillende locaties die met elkaar verweven worden’ dat dit soort films typeert probeert Meirelles op een originele manier weer te geven, maar net zoals bij de groeiende blindheid in Blindness, gebruikt hij daar net iets te voor de hand liggende gimmicks voor: in Blindness werd alles witter en witter, hier maakt de man net iets te ijverig gebruik van splitscreens. Nochtans schemert er zo nu en dan toch wel wat van zijn oude talent door in 360: zo slaagt hij erin om in één shot de emotionele afstand tussen Jude Law en Rachel Weisz weer te geven door het gebruik van diepe sets waarbij de ene helft van het beeld wordt ingenomen door de slaapkamer waar Law zich bevindt en de andere helft door de badkamer waar Weisz zich opmaakt. Ook tijdens de korte seksscène tussen Weisz en haar minnaar lukt het Meirelles de sfeer perfect te vatten, door het gebruik van een eenvoudige schoudercamera en een gevoelig versnelde montage: even kwam de regisseur van Cidade de Deus weer om de hoek piepen.

Het grootste probleem zit bij het scenario. Je zou verwachten dat zoveel personages en zoveel locaties voor een waaier aan mogelijkheden zorgen om je film van een originele invalshoek te voorzien, maar de manier waarop Peter Morgan (op Frost/Nixon na nooit echt een ongelooflijk straffe scenarist geweest) de verschillende situaties met elkaar verbindt, is te voor de hand liggend en weinig boeiend. Bovendien komen sommige nieuwe personages gewoon veel te laat in de film om nog een rol van betekenis te spelen en hun scènes voelen dan ook als bij de haren gesleurd aan. Het had overigens ook geen kwaad gekund om sommige figuren te schrappen ten voordele van enkele andere: Anthony Hopkins komt alles tezamen tien minuten voor in de film, heeft nauwelijks een invloed op andere personages of gebeurtenissen en krijgt een van de pot gerukte catharsis cadeau om uiteindelijk, in een erg geforceerde scène, uit de film te verdwijnen.

Hopkins is overigens weer zijn oude routineuze zelf; het mag dan deugd doen om hem nog eens een kleine, eerlijke rol te zien spelen, zijn personage is nauwelijks uitgewerkt, laat staan goed vertolkt. Rachel Weisz – als u haar nog niet hebt gezien in The Deep Blue Sea, doe dat dan zo snel mogelijk – en Jude Law spelen ook wel op automatische piloot, maar weten dat beter te verbergen. Ben Foster verdiende dan weer wat meer schermtijd (hij verdient eigenlijk gewoon veel betere films). Hoewel zijn rol wel erg clichématig is en ook als dusdanig wordt ingevuld, is hij zowat de enige die zijn personage een emotionele kern weet mee te geven, in een erg ingetogen, maar gespannen prestatie.

Dat de plot van 360, geheel volgens zijn eigen premisse, netjes wordt afgerond – pun not intended – is gezien het uitermate zwakke scenario zelfs niet echt een verdienste te noemen en de film beëindigen met een spiegeling van de openingsscène is een verhaaltechnische ingreep die zelfs wij hadden kunnen bedenken. Bovendien is de film niet zo afgerond als hij pretendeert te zijn: zowat alle personages in Amerika verdwijnen zonder aanleiding en zonder uitleg uit de film en de losse eindjes van Morgan zijn nog talrijker dan de wildgroei aan splitscreens van Meirelles. Slechte film, maar gelukkig nog net middelmatig genoeg om snel te vergeten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in