Rise And Fall :: “Geen blanco blad meer”

Rise And Fall wordt (terecht) bejubeld als de beste hardcoreband van Europa en is tegelijkertijd geen doorsnee verschijning op de scene. Doorheen de jaren heeft de Gentse band een eigen sound ontwikkeld. Ook zijn vierde plaat Faith is geen monotone hardcore, zoals we te vaak moeten horen, maar wel een brok donkere agressie. Ook tekstueel bewandelt de band al lang geen platgetreden paden meer. “Tegenstellingen in het leven hebben mij altijd gefascineerd”, aldus zanger Björn Dossche.

Rise And Fall ontstond in 2002 niet zomaar uit het niets. De groep heeft zijn oorsprong in twee meer traditionele hardcorebands: The Deal en Kingpin. “Als je in een band je ei niet meer kwijt kunt, verlang je naar iets nieuws. Voor mij en Vincent (Maes, bassist, nvdr) was Rise And Fall een nieuwe start. We wilden iets mega heavy. We zaten samen met Cedric Goetgebuer (huidig gitarist van Rise And Fall) in The Deal en speelden rechttoe rechtaan straight edge hardcore. Kingpin neigde meer naar de New York Hardcore, in de lijn Crown Of Thorns en Leeway. Daaruit kwamen Murph (drummer tot 2005) en Fifi (voormalig gitarist). Bij onze eerste demo en show in 2003 hadden we nog een extra gitarist. Rise And Fall begon dus als een vijftal.”

enola: Rise And Fall staat bekend als een hardwerkende band. Zijn jullie allemaal verknocht aan jullie repetitiekot?
Dossche: “Gedurende een aantal jaren was de band ons leven. Rond de release van Into Oblivion en Our Circle Is Vicious speelde Rise And Fall 120 tot 150 shows per jaar. Er was amper tijd om te werken. Vandaag hebben we allemaal een job en een relatie. We moeten meer plannen en vooruit kijken, maar in onze geest blijven we wel constant met de band bezig.”

enola: Is de band dan ook op een andere manier nummers gaan schrijven?
Dossche: “Zeker. Als jonge band ben je een blanco blad. Bij Rise And Fall staat het al goed vol. Als we iets nieuws proberen, moet het de moeite zijn. Net als vroeger verliep het opname- en schrijfproces van Faith zeer vlot, in tegenstelling tot de vorige plaat.”

enola: Our Circle Is Vicious was een moeilijke, maar toch een steengoede plaat?
Dossche: “Dat is leuk om te horen, maar toch leken veel fans, die van het begin mee waren, teleurgesteld in Our Circle Is Vicious. Als ik er nu op terugkijk, snap ik de kritiek wel. Het was een moeilijke periode voor de band: veel geruzie waardoor de opnames geen plezante ervaring waren. Mede dankzij Wim (Coppers, drumt ook bij The Rott Childs, nvdr) zit de chemie tussen de bandleden opnieuw goed.”
“We hebben het onszelf toen moeilijk gemaakt. Our Circle Is Vicious is meer midtempo en experimenteler dan de nieuwe plaat. Aangezien we een muzikale achtergrond hebben die minder experimenteel is, begrijp ik dan ook dat het voor sommigen een mindere plaat was. Het voordeel was wel dat we nadien op Faith veel richtingen konden inslaan.”

enola: Faith is een bijzonder agressieve, uptempo plaat en heeft genoeg afwisseling. Was dat de bedoeling?
Dossche: “Inderdaad. Er is over nagedacht. (lacht) We bekijken een plaat telkens als een geheel. Gedurende een halfuur de luisteraar in een wurggreep houden. Erin vliegen met een kort nummer, doorrazen gedurende een paar nummers en vervolgens met “Things Are Different Now” een soort rustpunt inlassen, om daarna het tempo opnieuw op te krikken: dat was ons doel. Afsluiter “Faith/Fate” bestaat eigenlijk uit twee delen, een hevig openingsstuk en een donker gedeelte.”

enola: Hoe slaagden jullie erin om zo’n meeslepende nummers te schrijven?
Dossche:Faith hebben we grotendeels samen geschreven. Cedric en Vincent schrijven elk vijftig percent van de muziek. Zij zorgen voor de riffs waarna Wim zijn drums inspeelt en ik over passende teksten nadenk. Cedric en Vincent zijn bovendien zeer goed in structureren: ze weten perfect wat erbij moet komen en welke stukken overbodig zijn.”

enola: Jullie werkten al voor de derde keer samen met producer Kurt Ballou. Beschrijf eens een gemiddelde studiodag.
Dossche: “Dat is telkens fun. We werken in normale omstandigheden van tien uur ’s morgens tot ongeveer acht uur ’s avonds. Wanneer we in de studio aankomen, is Kurt meestal nog gaan wandelen met zijn kleine hond, een chihuahua. Salem is een rustig stadje en de God City Studios zijn niet zo groot: het gaat er dus meestal chill aan toe.”
“Kurt kent ons zeer goed. Hij weet welke sound wij ambiëren en hoort werkelijk alles. Daarnaast heeft hij een massa gitaren, versterkers en boxen: voor muzieknerds als Cedric en Vincent een droom.”

enola: In de promotekst van Deathwish las ik dat je er tekstueel op vooruit gegaan bent.
Dossche: “Dat is een beetje promotie, maar ik kan wel zeggen dat de teksten op Faith mijn beste zijn. Tijdens de repetities heb ik veel inspiratie opgedaan. Daarnaast ben ik ook als tekstschrijver geëvolueerd. Ik kon uitdrukken wat ik wou zeggen, al blijf ik wel afhankelijk van de inspiratie van het moment. Mijn hoofdinspiratie is het dagelijkse leven.”

enola: Gaat Faith dan vooral over religieus geloof en het lot?
Dossche: “Niet alleen over geloof in God of hogere wezens, maar ook over geloven in jezelf, in de mens en in de band. Daarnaast ben ik ook voortdurend bezig geweest met tegenstellingen in het leven. Als je gelooft in het lot, dan neem je toch de zin van je leven weg. Ik vind dat een beangstigende gedachte. Ik kan niet geloven in de goedheid van een God als ik naar alle miserie in de wereld kijk.”

enola: Ik herinner mij een interview met Rise And Fall waarin een van de bandleden zegt dat jullie leven volledig in het teken van hardcore stond. Is muziek ook een soort “geloof”?
Dossche: “We zijn opgegroeid in het hardcore- en punkmilieu, maar door ouder te worden ervaren we muziek op een andere manier. Hardcore blijft een passie, maar het leven is meer dan spelen in een band. Muziek is iets dat we gevonden hebben op ons levenspad. We zijn niet voorbestemd. Muziek is vooral een uitlaatklep.”

enola: Verkeer je tijdens concerten soms in een andere wereld?
Dossche: “Ja, en dat is een van de coolste dingen aan shows. Als de zaal, de sound en het publiek een organisch geheel vormen, ben je alleen met het moment bezig. Je speelt zonder nadenken. Van de sfeer herinner ik mij niet altijd alles. (lacht)

Waar speelt Rise And Fall het liefste: op een festival voor een onbekend publiek of een intiem cluboptreden met die-hardfans?
Dossche: “De impact is veel groter in een propvolle kleine zaal. De connectie tussen band en publiek blijft ook behouden, al kent niet iedereen je muziek. Festivals zijn voor ons altijd een uitdaging, niet alleen door de mensenmassa. We willen een goede show spelen in een omgeving die we niet gewend zijn: het podium is veel groter en er is minder contact met het publiek. We hebben nooit gesmeekt om op Pukkelpop te spelen. Onze passages daar waren eerder een bonus. Kennissen, die onze muziek niet kenden, beseften dan pas voor wat Rise And Fall stond.”

enola: Is Rise And Fall “straight edge” (voor de leken: een sobere levenshouding zonder drugs, losbandigheid en vlees, vooral populair in hardcore- en punkmiddens) band, zoals The Deal indertijd?
Dossche: “Ja, maar dat is eerder toevallig gekomen. Wel gemakkelijk op tour: je hoeft niet te vrezen dat een bandlid wasted zal zijn voor een show. Hoe verschrikkelijk is het niet om een band, waarvan de leden strontzat zijn, te zien prutsen op een podium? Straight edge bands hebben mij op mijn vijftiende een plaats gegeven in de hardcore scene, maar we maken er geen propagandapunt van.”
“Maar hoe langer ik in de scene zit, hoe minder ik mij kan associëren met het grootste deel van de bands die er op een debiele manier mee bezig zijn. Gelukkig bestaan er nog groepen die er op een intellectuele manier over kunnen praten. Persoonlijk zie ik straight edge niet als een oorlog tegen drugs of alcohol. Het is gewoon een manier om het leven simpeler te maken.”

enola: Zie je jezelf nog op je vijftigste bij Rise And Fall spelen?
Dossche: “Zeker niet. De rest van de band zie ik wel nog andere dingen uitproberen. Ik speel geen instrument en kan ook niet zingen, al wou ik dat het anders was. (lacht). Misschien leer ik ooit wel harmonica.”

enola: Vergt jouw brulstem speciale training?
Dossche: “Eigenlijk niet. Het belangrijkste is veel repeteren. Dan blijft mijn stem in vorm. Vroeger was ik tijdens een tour na een paar dagen mijn stem al kwijt. Intussen heb ik mijn techniek wat aangepast. Ik weet niet echt hoe, maar het is anders dan vroeger. Ik probeer vanuit de buik te schreeuwen, goed te ademen, voor een show te neuriën en thee met honing te drinken: een beetje de clichés dus.”

enola: Voor “Hidden Hands” nam de band zijn eerste muziekvideo op. Wiens idee was de hectische montage?
Dossche: “Vincent wilde bij zo’n kort en agressief nummer een bevreemdend effect creëren. We wilden geen grote kijk-eens-wie-we-allemaal-kennen-show. Je ziet niet goed wie er speelt. De video is als een wervelwind: er passeren dertig figuranten die aan het playbacken zijn. Daarvoor moest Mathieu (Vandekerckhove, u wel bekend van ondermeer Amenra, Kingdom en Syndrome) telkens shots nemen van vier mensen in ons repetitiekot.”

Rise And Fall speelt op de zondag van Ieper Hardcore Fest.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in