The Double

Wij bij Enola hebben heimwee naar de Koude Oorlog. Versta ons niet verkeerd. Niet dat wij zulke grote fans zijn van een muur die de wereld in twee splitst, wereldmachten die elkaar naar het leven staan, nucleaire dreigingen en allerhande samenzweringen, maar het leverde wel verdomd goede films op. Paranoia-klassiekers als The Manchurian Candidate, Klute, The Parallax View, All The President’s Men en Three Days of The Condor waren thrillers die perfect de Amerikaanse tijdsgeest van de jaren ‘60 en ‘70 vertolkten. Spionagethriller The Double getuigt ook van nostalgie naar de tijd van het Rode Gevaar, maar komt – ondanks van de aanwezigheid van Richard Gere en Martin Sheen – niet verder dan een incompetent, clichématig en van de pot gerukt verhaal dat gewoonweg irrelevant aanvoelt.

The Double gaat van start met de moord op een Amerikaanse senator. Het blijkt al snel niet om een gewone moord te gaan, want het lichaam vertoont de typische modus operandi van de mythische Sovjet huurmoordenaar Cassius. Een probleem: die laatste werd al jaren dood gewaand. De gepensioneerde CIA-agent Paul Sheperdson (Richard Gere), die jarenlang op Cassius heeft gejaagd, wordt terug opgetrommeld om deze zaak te onderzoeken. Daarvoor krijgt hij de hulp van de onervaren snotneus Ben Geary (Topher Grace), die de geschiedenis van Cassius tot in het detail kent. Sheperdson is er van overtuigd dat er een copycat killer aan het werk is, terwijl Geary er niet aan twijfelt dat de moordenaar nog leeft. Hoe dieper ze graven, hoe meer er zich een web ontvouwt aan dubbele waarheden, waarin niets is wat het lijkt.

Klinkt allemaal zeer spannend, en dat zou het ook zijn, mocht The Double niet gemaakt zijn met een leeg vat aan inspiratie, talent en wilskracht. Een blik op de wapenfeiten van debuterend regisseur Michael Brandt deden op voorhand nog wel iets van hoop aan de oppervlakte drijven. De man was namelijk mee verantwoordelijk voor de vernuftige en straffe western 3:10 To Yuma. Een film die profiteerde van een gedoseerd en goed opgebouwd scenario. Wel, niets van dat in The Double. Het verhaal van deze spionagethriller maakt een ontelbaar aantal bochten, serveert een karrenvracht aan onwaarschijnlijkheden en presenteert om de vijf seconden wel een ander huizenhoog cliché uit het genre. De gepensioneerde agent die moet terugkeren, de onervaren rookie, een gelukzalig gezinnetje dat wordt bedreigd, een door wraak gevoede motivatie en personages met een dubbele persoonlijkheid: noem maar op, The Double heeft het.

De meest bizarre keuze is het feit dat de film zijn grootste twist al na het eerste half uur uit de doeken doet. Een gegeven dat getuigt van weinig ambitie in de verhaalstructuur en ook onmiddellijk de film ontdoet van een groot deel van de spanning. Het behouden van deze twist tot het einde van de film had The Double misschien nog die extra kruiding kunnen geven. Niet dat het de film had kunnen redden, maar toch. Er wordt ook gewag gemaakt van een ‘invasie’ aan Russische spionnen, maar de makers nemen nooit de moeite om de motivatie achter deze invasie te kaderen. Helemaal onnozel wordt het wanneer enkele comrades met veel vertoon de VS binnensluipen via de Mexicaanse grens. Het dunkt ons dat de moderne spion wel iets efficiënter is dan dat en enkel maar een paar valse paspoorten nodig heeft om door een Amerikaanse luchthaven te komen. Uiteindelijk is elke poging om de plot een andere richting uit te sturen of om het verrassingselement op te drijven niets meer dan een hopeloze poging tot reanimatie.

Met de regie van heel dit narratieve debacle is het al niet veel beter gesteld. The Double mist elk greintje aan filmisch vernuft en verdient niet anders dan gebrandmerkt te worden als een halfbakken televisiefilm. Iets vertelt ons dat het de bedoeling was om de film een moderne look mee te geven à la de Bourne-trilogie, maar Brandt faalt daar lachwekkend hard in. Elke scène bevat een potsierlijk gehalte aan sérieux en probeert opzichtig zijn ‘spanningsboog’ te behouden. Je valt uiteindelijk dan ook van je stoel uit ongeloof wanneer Brandt tijdens momenten wanneer een personage zich plots iets relevant realiseert driemaal inzoomt op datzelfde personage of op een belanghebbend artefact. Wij maar denken dat zoiets enkel maar in komedies of parodieën werd toegepast. Kers op de taart is de irritant en immer aanwezige muziekscore van John Debney. In zijn geheel is The Double een masterclass van hoe je niet moet regisseren en een schoolvoorbeeld van amateuristische filmtaal.

De cast wordt aangevoerd door Richard Gere, al lang niet meer de acteur waarvan menig huisvrouw weke knieën krijgt. Gere acteert nonchalant en vertikt het blijkbaar om iets van zijn boeddhistische beheersing in deze rol te steken. Niet dat Gere ooit echt een groot acteur was, maar de man had wel een charismatische uitstraling, die in The Double ver zoek is. Topher Grace bevolkt deze film als de sidekick van Gere en is, zoals meestal het geval is, een irritant grijnzend mannetje. Talent is verre van aanwezig bij de voormalige ster uit That 70’s Show en werkt enkel maar op de zenuwen. Martin Sheen loopt erbij als de grommende en streng kijkende baas van Gere en Grace en overstijgt op geen enkel moment de clichés die zijn personage meedraagt. Meest ondankbare rol is voor de jonge deerne Odette Annable, die een brave huismoeder speelt en enkel maar mooi mag staan lachen, haar man mag liefkozen en voor de kindjes mag zorgen. Meest opvallende rol is voor Stephen True Blood Moyer als een bad ass m*therf*cker van een Rus, die staat te overacteren dat het een lieve lust is.

The Double is een film die je dus best links laat liggen en volledig negeert. De film vertoont geen enkele vorm van respect voor de basisregels van het filmmaken en is een belediging voor ieders intelligentie. De boze Russen horen thuis in een ander tijdperk, een tijdperk waar dit soort films nog met ernst en relevantie werden gemaakt. Hadden we Alan J. Pakula nog maar onder ons…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in