Dr. Seuss’ The Lorax

Bij ons is hij nauwelijks gekend, maar in de VS maken de verhalen van Dr. Seuss deel uit van de jeugdnostalgie van ondertussen vier of vijf generaties. Zijn fantasierijke, veelal op rijm geschreven verhalen, zoals The Cat in the Hat, How the Grinch Stole Christmas en Green Eggs and Bacon, hebben de sprong naar het Nederlandse taalgebied nooit echt gemaakt, maar er is een reden waarom deze Amerikaanse tegenhanger van Roald Dahl één van de populairste kinderschrijvers ooit blijft. Zijn speelse taalgebruik, kleurrijke personages en soms licht anarchistische gevoel voor humor blijven uniek. En moeilijk te verfilmen, blijkbaar: zowel Ron Howards The Grinch (met een grensverleggend irritante Jim Carrey) als The Cat in the Hat (waarin Mike Meyers erin slaagde om nog erger te zijn), waren niet om aan te zien. Animatie lijkt beter bij de psychedelische wereld van Dr. Seuss te passen: Horton Hears a Who was een aardige familiefilm, en nu is er het genietbare The Lorax.

De makers van Despicable Me vertellen het verhaal van Thneedville, een stad waar alles van plastic gemaakt is en zelfs geen sprietje gras meer groeit. Bomen worden aangekocht in verschillende modellen (“De onze heeft een discomodus!”) en frisse lucht kan je in blik krijgen. De verliefde tiener Ted (stem van Zac Efron) wil indruk maken op een meisje door toch een echte boom te vinden. Daarom trekt hij buiten de stadsmuren om op zoek te gaan naar de legendarische Once-ler (Ed Helms), de man die naar verluidt verantwoordelijk was voor het verdwijnen van de bomen. In lange flashbacks krijgen we te zien hoe de Once-ler het advies van de natuurgeest The Lorax (Danny DeVito) in de wind sloeg, en zo moeder aarde een ferme loer draaide.

Ja, oké, het ecologische boodschapje van The Lorax had er nu eens écht niet dikker kunnen opliggen, dat is zeker waar. Het centrale idee is dat mensen de natuur verpesten met hun waanzinnig consumentengedrag en daardoor zichzelf veroordelen tot een soort synthetische wereld, waarin niets nog echt is. Een terechte conclusie, ongetwijfeld, maar ook één die er met de voorhamer wordt in getimmerd, voornamelijk via de liedjes, die de neiging hebben om de inhoudelijke punten van het verhaal duizend keer uit te vergroten en er dan nog eens een grote rode strik rond te knopen. Om u een idee te geven: aan het einde zingt het hele dorp “Let it Grow”, allicht om zeer subtiel duidelijk te maken dat ze bomen in feite nog wel leuk vinden.

Die prekerigheid – en het feit dat de muzikale nummers weinig memorabel zijn – levert de film dus geen extra punten op, maar toch hebben we ons geamuseerd met The Lorax. De prent heeft niet de grootse ambities van de gemiddelde Pixar-productie: net als in Despicable Me lijkt regisseur Chris Renaud er zich tevreden mee te stellen een geestige familiefilm te maken, voornamelijk gericht op kinderen, maar met genoeg knipoogjes om de ouders te entertainen. Hij wil geen ontroerende statements maken over de pijn van het opgroeien (Toy Story 3), geen verhaal vertellen over mensen die voort moeten met hun leven na een groot verlies (Up) en zelfs het ecologische thema werd al veel prangender en diepgaander behandeld in Wall-E. The Lorax heeft te korte beentjes om dat niveau te bereiken, maar Renaud mikt daar ook helemaal niet op: zijn verhaal op een onderhoudende manier vertellen en hier en daar een goeie grap scoren is genoeg.

En dat lukt hem wél. The Lorax is kleurrijk, energiek en gaat aan een stevig tempo vooruit, maar weet te vermijden om vermoeiend of hysterisch te worden (nog iemand Madagascar?). De humor vloeit op een logische manier voort uit de situaties: niet elke gag is een voltreffer, maar ondergetekende heeft toch drie of vier keer heel luid moeten lachen, wat geen slecht gemiddelde is. (Ted: “Kunnen we het liedje over de magische diertjes niet overslaan?” De Once-ler: “Oké, we zullen dan meteen het liedje doen over de tiener die nooit meer werd teruggezien.”)

The Lorax is een bescheiden film, die de meeste van zijn beperkte ambities waarmaakt. Wat klinkt als een left-handed compliment, hoewel het dat niet hoeft te zijn. Renaud schijnt zijn eigen beperkingen heel goed te kennen, en in plaats van de beste animatiefilm ter wereld te willen maken, maakt hij gewoon de beste animatiefilm die hij kan afleveren. Daar valt iets voor te zeggen. Bovendien hebben zijn films – niet alleen The Lorax, maar ook Despicable Me – een prettig soort van tijdloosheid over zich. De gemiddelde Dreamworks-animatiefilm is zo bezeten door de noodzaak om toch maar hip en up-to-date te zijn, dat hij eigenlijk al verouderd is tegen de tijd dat hij in de zalen komt. Kijk nog maar eens naar de eerste of tweede Shrek: hoeveel van die gags zijn al lang geleden irrelevant geworden, omdat ze verwijzen naar een popcultuur die elke vijf minuten verandert? Renaud weerstaat aan de verleiding om zijn prent vol te steken met postmoderne Shrek-achtige grapjes, wat zijn film oprechter doet aanvoelen en er ongetwijfeld ook een langere shelf life aan geeft – als er zoiets bestaat als post-postmodern, dan zijn we daar met de huidige golf animatiefilms wel zo ongeveer aanbeland, en gelukkig maar.

Het stemmenwerk is prima, met als uitschieter Ed Helms, die als enige verplicht is om zijn personage een echte evolutie te laten meemaken – van onschuldige jongeman naar corrupte zakenman en weer terug. Hij levert een goed opgebouwde prestatie, met een sterke komische timing. Een relatief ingehouden Danny DeVito en Zac Efron leveren een meer dan degelijke ondersteuning.

The Lorax dreigt niet snel een klassieker te worden, maar is wel een plezierige familiefilm, waarbij ook de ouders zich niet hoeven te vervelen. In vergelijking met Pixar blijft hij veroordeeld tot de B-list van de animatiemarkt, maar toch… Dan wel bovenaan de B-list.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in