Gone

Als de huidige wraakfilms ons één ding leren, dan is het wel dat de moderne vrouw van zich af weet te bijten. In de eenentwintigste eeuw kan iedere zichzelf respecterende chick zich Bruce Lee –gewijs verdedigen tegen mannen met losse handjes of – zoals in dit geval – ontvoerders. Zowel vuurwapens als gevechtssporten worden handig aangewend tijdens hun verwoestende vendetta. Zo bewees Jennifer Lopez reeds in het misbaksel Enough dat ze de kunst van het kickboksen onder de knie heeft, was Jodie Foster angstaanjagend wraakzuchtig in The Brave One en mag nu ook blonde freule Amanda Seyfried wild om zich heen schoppen in de – helaas weinig spannende – thriller Gone.

Na haar avonturen als Roodkapje in Red Riding Hood en als Justin Timberlake’s love intrest in In Time speelt Seyfried in Gone Jill Conway, een getraumatiseerde serveerster die samenwoont met haar zus Molly (Emily Wickersham). Beide vrouwen hebben er, door de dood van hun ouders, een tumultueus verleden opzitten. Terwijl Molly haar heil in de alcohol zocht, kwijnde Jill weg in een psychiatrische instelling. Bovendien werd Jill niet lang na haar ontslag uit de instelling ontvoerd. Een jaar nadat ze wist te ontsnappen uit de klauwen van haar ontvoerder, verdwijnt op een nacht haar zus. Jill is ervan overtuigd dat het dezelfde ontvoerder is die haar zus heeft meegenomen en brengt de politie op de hoogte van de verdwijning. Deze zijn echter – gezien Jills psychiatrisch verleden en het gebrek aan bewijs voor haar ontvoering – allesbehalve geneigd om een zoektocht te starten. Er rest Jill dan ook geen andere keuze dan het heft in eigen handen te nemen en haar zus te redden.

Materiaal genoeg om van Gone een spannende – maar niettemin weinig geraffineerde – thriller te maken zou je denken, ware het niet dat Braziliaans regisseur Heitor Dhalia – Gone is het resultaat van zijn eerste uitstap naar Hollywood – ieder potentieel zinderend moment ondermijnt door een overijverig gebruik van genreclichés. Geforceerde schrikmomenten in de vorm van een kat die uit een kast springt, griezelige telefoontjes of onheilspellend klinkende voetstappen in een steegje zijn niet meteen geniaal te noemen. En ook blonde deernes in een groot donker bos hebben niet meer hetzelfde zenuwslopend effect als weleer. Ook op visueel vlak oogt Gone – ondanks de fancy grijsblauwe filter – weinig opwindend. Dhalia’s klassieke mise-en-scène werkt slaapverwekkend en de achtervolgingsscènes zijn nauwelijks bezield.

Maar laten we Dhalia niet als enige aan de schandpaal nagelen. Ook zijn acteurs weten niet steeds van welk hout pijlen te maken. Zo lijkt Amanda Seyfried – een actrice die in de toekomst nog veel potten en harten zal breken – zich in Gone te beperken tot een wel zeer klein scala aan gezichtsuitdrukkingen. Of ze nu angstig, extreem nijdig of gewoon verontwaardigd is, de wijd opengesperde ogen zijn omnipresent (het zou natuurlijk ook kunnen dat Seyfried gewoon heel grote ogen heeft). Ondanks haar indrukwekkende blauwe kijkers geeft ze echter nooit de indruk dat ze echt bevreesd of verbolgen is; dat wil zeggen, niet op de juiste momenten. Zo is het wel zeer verwonderlijk dat Jill als een angstig muisje ’s nachts over straat loopt wanneer ze van haar werk komt, maar nauwelijks aangedaan lijkt als ze in een obscuur bos op zoek gaat naar de ontvoerder. Daarenboven ziet een getraumatiseerde vrouw er door Seyfrieds interpretatie uit als een stug pillenslikkend chagrijn dat zelfs haar eigen zus weinig hartelijk behandelt. Maar laten we eerlijk zijn, ze presteert uiteindelijk toch nog altijd beter dan de politieagenten, wiens taak het is als een bende gewetenloze sceptici dienst te weigeren. Vooral Wes Bentley – zowel hijzelf als wij zitten sinds American Beauty op zijn moment de gloire te wachten – staat erbij als een verdwaasd en compleet overbodig rekwisiet. Het precieze nut van zijn personage, schipperend tussen hulp bieden aan Jill en meewerken met zijn collega’s, wordt niet geheel duidelijk, waardoor zijn personage iets schimmigs krijgt.

Samen met de acteerprestaties is ook de plot – dankzij scenariste Allison Burnett, die eveneens het onbeduidende Autumn in New York, Underworld: Awakening en Fame schreef – hoogst ongeloofwaardig. Als wervingspamflet voor het politiecorps zal Gone onmiskenbaar falen: de wetsdienaars laten zich tijdens het – overigens weinig entertainend – kat-en-muisspel niet enkel om de tuin leiden door een twintiger, ook de terughoudendheid ten opzichte van een potentiële seriemoordenaar doet de wenkbrauwen fronsen. Wat de zoektocht zelf betreft, lijkt iedere ondervraging door Jill haast onmiddellijk tot bruikbare antwoorden te leiden. Zo beschikt elk personage over een bewonderenswaardig geheugen, leidend tot een vrij minutieuze beschrijving van uiterlijk, wagen, woonplaats en toekomstplannen van de ontvoerder. Spannend! Maar dat is nog niets in vergelijking met het einde dat – tenzij het politiecorps van Portland daadwerkelijk uit complete idioten bestaat – alle wetten van de logica tart. Tenslotte wekt ook de dubieuze moraal van het verhaal danig op de zenuwen. Jill’s I’ll sleep when he’s dead – redenering ruikt naar een weinig subtiele wraakoefening, die enkel door een vechtende en van een vuurwapen voorziene furie kan gewonnen worden.

De combinatie van opgeklopte suspense, abominabele acteerprestaties, onwaarschijnlijke verhaallijnen en weinig opwindende achtervolgingsscènes doen de spanningsboog dan ook als een pudding ineen vallen, waardoor Gone niet veel bloedstollender is dan een middelmatig tv-thrillertje.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in