WERCHTER 2012: Garbage :: donderdag 29 juni, De Schuur

Reünies als veredelde nostalgietrips: vaak is het niet anders, en even vaak is het zonde. Herinneringen mogen alleen vergelen, nooit (lelijk) bijgekleurd worden. Garbage ontspringt die dodendans echter met verve. Na een geslaagde comebackplaat, volgde een triomftocht van een concert.

Donderdag was een dag van contrasten met bands als The Cure en dit Garbage, dat z’n hoogtepunt beleefde in de tijd dat het grootste deel van het publiek van Skrillex (later die avond in de Marquee) nog geen potlood kon vasthouden en op washandjes sabbelde. Maar om 19.45u. was er eerst nog een feestje voor de grote broers en zussen, tantes, nonkels en ouders die waren meegekomen met het jonge grut . Om te kijken naar de band van de man die rockmuziek mee maakte tot het wat nu is. Butch Vig is er gewoon ook de man niet naar om z’n erfenis door graffiti te laten onderspuiten middels degradatie naar middelmaat en overbodigheid. Nee, dan liever de stekker eruit, zoals zeven jaar geleden.

En dan Shirley Manson. Bijna 46 ondertussen, de Tijd heeft met z’n kraaienpoten zichtbaar aan haar lijf gezeten, al zit het nog ongemeen strak in een zwarte maillot en rode hotpants. Nog steeds het charisma, het bakkes en bovenal de blik om de Rihanna’s van vandaag terug in hun mand te keffen. Manson is nog altijd een hogeschoolcursus Frontvrouw, waarin het slaagpercentage vandaag ontiegelijk laag blijft. En dat bewijst ze nog steeds met verve, al komt ze wat traag op gang tijdens de nochtans perfecte opener “Automatic Systematic Habit” (op single, nu!), die Garbage wijdbeens in 2012 zet.

Maar al gauw vuurt ze volk en band als vanouds aan en zit ze achter het stuur van een vlammende DeLorean die de hele Schuur terugflitst naar 1998. “I Think I’m Paranoid” is als een hartelijk weerzien met een goede vriend van weleer, met wie we meteen vier dagen de wei willen rondtrekken. Wonderbaarlijk hoevéél van zulke krakers Garbage op vier platen tijd heeft gebaard, en al even opmerkelijk hoe weinig belegen of verouderd ze klinken. De sound van Garbage was indertijd richtinggevend (geen wonder met drie populaire producers achter knop en instrument), vandaag geenszins gedateerd. “Vow”, “Queer”, “Stupid Girl”, “#1 Crush” (waarin Manson even Madonna’s “Erotica” nahijgt), “Special”, zelfs het fel gespeelde “Why Do You Love Me” (acht jaar geleden het bewijs dat de rek eruit was): de band gooit ze als vuurbommetjes de zaal in. Een oude schuur zet De Schuur in brand.

Tussendoor bewijst nieuw werk als “Control” en “Blood For Poppies” dat het niveauverschil met dat beste oude werk kleiner is dan op Blood Like Me uit 2005. Steve Marker en Duke Eriksen (61 ondertussen!) krijgen door de kale podiumopstelling alle ruimte om als opgehitste honden achter de songs aan te lopen. Het echte orgelpunt volgt verrassend genoeg met een vlammend “Cherry Lips” uit het licht verguisde Beautiful Garbage , een gemeten voorzet die daarna wordt binnengekopt met “Push It”. Manson, springend als een bokser in de ring, opgeruid als ze is door een extatisch publiek dat de “kids” — want zo heten ze tegenwoordig — eens leert hoe een feestje wordt gebouwd. “Only Happy When It Rains” lijkt Manson een tikkeltje beu, maar aan de regen van zweetdruppels te zien, was dat het enige gevoel dat niet wederzijds was op dat uur.

Garbage speelde een greatest hits set die niemand op of voor het podium het gevoel gaf een oude zak te zijn en die, te zien aan het publiek en te merken aan al het materiaal dat niet werd gespeeld, nog minstens een uur had mogen doorgaan. Dat treft: op 25/11 in de AB. Een band van weleer die doet vooruitkijken: sterk. En volgend jaar wat ons betreft op de Main Stage.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in