Cold Specks :: “Ik geloof niet meer wat ik zing”

Met haar debuutplaat I Predict A Graceful Expulsion ving ze de aandacht van Jools Holland op, maar Cold Specks kijkt al naar de toekomst.

De superlatieven mogen haar dan bijna bedelven, maar Al Spx, de frêle dame achter Doom Soul groep Cold Specks, relativeert glimlachend haar succes. “Muziek was een gok, maar het is goed uitgedraaid voor mij.” Haar muziek mag dan wel een ingetogen en somber kantje hebben, in’t echt oogt Spx een stuk zelfverzekerder. “Touren is een beetje als een langdurige vakantie. Vandaag Brussel, morgen Parijs. Hier kan ik best aan wennen.”

enola: Op 24-jarige leeftijd de wereld rondtrekken met je eigen muziek, was dat onderdeel van je plan?

Spx: “Niet echt (lacht). Ik had altijd gedacht dat mijn muziek de slaapkamer niet zou verlaten. Hoogstens dat ik een paar demo’s naar mijn vrienden zou rondsturen en wat positieve commentaar zou terugkrijgen. Als student was er voor mij in ieder geval geen grootse toekomst weggelegd. Ik was niet echt een gelukkige tiener, en voelde me helemaal niet thuis in dat wereldje. Muziek was een mooie uitweg. Ik kreeg mijn eerste gitaar toen ik vijftien was, en ben toen ook direct begonnen met eigen songs te schrijven. Het is nooit opgehouden. Een vroeg resultaat daarvan is “Lay Me Down”, gecomponeerd op het oude Casio Keyboard van mijn moeder, dat ik niet eens kon bespelen.” (lacht)

enola: Je muziek heeft de door jou zelfverzonnen naam Doom Soul meegekregen, wat een erg macabere en emotionele connotatie heeft.

Spx: “Dat klopt ongeveer. Het is begonnen als een grap, maar ik begrijp wel waarom het is blijven hangen. De nummers zijn donker en persoonlijk, dus ik verkies die benaming wel. Al verwoorden termen als Gothic Gospel en Morbid Motown ook mooi wat de muziek voor mij betekent.”

enola: Wat heeft je de moed gegeven om die erg persoonlijke muziek met de rest van de wereld te gaan delen?

Spx: “Na een onsuccesvolle carrière als student had ik de universiteit achter me gelaten, en zwerfde ik van de ene rotjob naar de andere. Terzelfdertijd had een vriend een demo van mij aan zijn broer laten horen, een record producer. Maandenlang heeft die me telefonisch moeten overtuigen. Hij is uiteindelijk ook mijn manager geworden. Het kwam op het goede moment. Ik had geen toekomstperspectief en tijd teveel, dus ben ik maar naar Wales afgevlogen om A Graceful Expulsion in te blikken (lacht).

enola: Je schreef “Lay Me Down” op je vijftiende, is de rest van de plaat ook zo oud?
Spx: They’re fucking old. (lacht) De meeste van hen heb ik geschreven tussen 2004 en 2008.

enola: Als de nummers vanop A Graceful Expulsion zo oud zijn, zijn ze dan nog relevant voor de persoon die jij vandaag bent? Spx: Nee, jammer genoeg niet. Het is heel moeilijk om het toe te geven, maar ik heb mijzelf ervan gedistantieerd. Ik geloof niet meer wat ik zing, ik vertolk mijn nummers gewoon nog. Ik denk dat het een vertegenwoordiging was voor een zekere periode uit mijn leven. Ik ben daar niet meer, dus het is een erg vreemd ding om droevige nummers elke avond te spelen. De nummers vanop A Graceful Expulsion waren nummers van toen muziek een uitweg was. Nu ben ik echter professioneel met muziek bezig, wat als gevolg heeft dat je er dan nu anders tegenaan kijkt. Het was een verbaal exorcisme, om het zo te zeggen, het letterlijk leeggieten van mijzelf. A Graceful Expulsion is iemand die ik was, niet wie ik nu ben. Maar ik blijf componeren. Er is genoeg materiaal voor een tweede album, en dat is al een paar maanden zo. Maar het eerste album is nog maar net uitgekomen, dus ik ga er mijn tijd voor nemen denk ik (lacht). Live probeer ik de nieuwe nummers wel al eens uit, om te kijken hoe het publiek erop reageert.

enola: Over je songteksten: hou je die bewust vaag? Vertel je verhalen of zijn het eerder gevoelens die je verwoordt?
Spx: Er zitten persoonlijke meningen en gevoelens op het album, maar alleen ik zal die begrijpen. Ik was misschien net iets té eerlijk in het verleden. Voor iedereen lijken ze vaag en dat is bewust, zodat iedereen ze kan interpreteren hoe ze willen. Want zodra je een album uitbrengt is het niet meer jouw eigendom. En ik ben erg blij als mensen er zelf een betekenis aan kunnen geven. Ik heb mijn eigen betekenissen. Ik merk dat nieuwe nummers niet meer over mezelf gaan, maar verhalen vertellen over anderen. Al zullen mijn emoties daar altijd ergens in vervlochten zitten, hoe hard ik ze ook probeer te verbergen. Maar ik ga mijn best doen (lacht).

enola: Is er een zeker doel of boodschap die je met je nummers wilt overbrengen? Wil je een reactie uitlokken?
Spx: Het is een beetje vreemd in mijn geval. Je zou denken dat ik wil dat mensen zich kunnen vereenzelvigen met mij. Maar ik denk dat ik een beetje onverschillig ben geworden. Zodra ik die erg persoonlijke nummers had losgelaten, heb ik besloten dat ik er niet meer over zou nadenken. Welke mening andere mensen er zouden opplakken, of hoe ze het zouden interpreteren: dat is hun zaak. Op het einde van de dag hoop ik enkel dat ze ervan genieten. Ik heb mezelf gedwongen te stoppen met recensies lezen. Er waren te veel misspellingen van de albumnaam die me irriteerden (lacht). En als ik een eerlijke mening nodig heb, kan ik bij mijn band of familie terecht.

De reactie van je fans, is dat iets waar je rekening mee houdt?
Spx: Ik gluur wel af en toe naar de Facebook- en Twitterpagina. Het is altijd leuk om positieve reacties te krijgen van mensen. Ik geniet ook wel van het rondhangen en napraten met fans na optredens. Dat is iets waar ik zelf ook erg van genoot wanneer ik naar concerten ging. En het is heel leuk om zelf te doen.

Rob Ellis was de producer van A Graceful Expulsion. Hij is het best gekend van zijn samenwerking met PJ Harvey. Is hij iemand die je er absoluut bij wou hebben?
Spx: Rob wou met mij werken, en ik stelde dat niet in vraag. Het is verschrikkelijk om te zeggen, maar ik had geen idee wie hij was tot ik hem ontmoette (lacht). Ik was wel erg vertrouwd met de PJ Harvey-platen, maar had geen idee wie achter dat geluid van haar zat. Rob was in ieder geval erg invloedrijk op haar opnames, dus het kan best zijn dat het bij mij ook ergens is doorgesijpeld.

Als singer-songwriter schrijf je al eigen nummers. Maar toch heb je je plaat opgenomen met een band. Waarom?
Spx: Toen we de studio ingingen en een eerste demo van het album maakte met enkel stem en akoestische gitaar, was het resultaat vrij halfslachtig. Dus heb ik vrij snel de knoop doorgehakt dat ik een band wou. Rob Ellis deed een groot aantal composities, en hij drumde op het album. Al was het best moeilijk om van slaapkamerliedjes bandnummers te maken. Ik had nog nooit met andere muzikanten samengewerkt, dus ritme en timing waren niet echt mijn ding. Maar na lang zoeken kregen we de geschikte mensen bij elkaar.

De meeste van je nummers gaan over het worstelen met verwachtingen, verplichtingen, … Maar ook religie. Ben je zelf gelovig of kom je uit een religieuze achtergrond?
Spx: Ik niet meer. Mijn familie wel (lacht nerveus). Het album is erg spiritueel, maar spiritueel in de ruime zin van het woord. Ik denk dat het gaat over het geloven in jezelf. Er zijn verwijzingen naar geloof, maar ik geloof niet dat … (aarzelt) ik dacht aanvankelijk dat het geloof in God was, maar nu denk ik dat het geloof in eigen kunnen is. Ik was aan het opgroeien en was op zoek naar mezelf. Ik had geen idee wie ik was en wou direct een antwoord. Dus ik denk dat vele nummers daaruit gegroeid zijn.

Zijn er onderwerpen waar je niet over wilt schrijven, die je bewust vermijd? Spx: Jongens, dat doe ik niet. Ik wil niemand het genoegen geven dat er een nummer over hem wordt geschreven (lacht).
Is dat jezelf beschermen? Spx: Nee, dat denk ik niet. Er zullen waarschijnlijk wel nummers over jongens volgen, maar ze zullen geen idee hebben dat het over hen gaat (lacht).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in