The Deep Blue Sea

Het vergt een zeer specifiek soort moed om films te maken zoals Terence Davies dat doet. Los van alle hypes of commerciële overwegingen, is de Britse regisseur altijd koppig blijven vasthouden aan zijn eigen stijl, ook al scoorde hij daar dan geen groot publiek mee (eerlijk: wie kan er zeggen dat hij destijds storm liep voor The House of Mirth?). Het voornaamste kenmerk van die stijl is een ongewone mix tussen enerzijds verhaallijnen die conventioneel, zelfs ouderwets zijn, en anderzijds een vertelstijl die gedurfd impressionistisch is. Davies keert zo goed als altijd terug naar een Groot-Brittannië dat deel uitmaakt van ons collectief bewustzijn: mistroostige pubs, sjofele flatjes, grauw weer en daarin dan personages die proper BBC-English spreken en met een uitgestreken gezicht hun hart voelen breken. Maar hij vertelt die klassieke verhalen wel met behulp van een intuïtief aandoende flashback-structuur, aan een streng gecontroleerd tempo, en met een strakke beeldvoering, waarin elk shot zorgvuldig uitgetekend is. Ook ’s mans jongste worp, The Deep Blue Sea, is een unieke mix van invloeden – een traditioneel Britser-dan-Brits melodrama, maar dan wel door een zeer persoonlijke filter – die niet voor iedereen weggelegd zal zijn. Maar als u op Davies’ golflengte zit, dan wacht er u een filmervaring waar u niet van terug zal hebben.

De film speelt zich af “rond 1950”. Hester (Rachel Weisz) is een jonge vrouw die ongelukkig getrouwd is met de veel oudere rechter William Collyer (Simon Russell Beale). Langzaam maar zeker raakt ze verstikt door de verveling, en wanneer ze de ex-RAF piloot Freddie (Tom Hiddleston) ontmoet, duurt het dan ook niet lang voor ze in zijn armen belandt. Het is het begin van een stormachtige affaire, die echter niet voorbestemd is om te blijven duren. Nadat Hester aan de deur gezet wordt door haar bedrogen man, blijkt immers al snel dat Freddie niet op zoek was naar eeuwige liefde.

Die plot is uiteraard zo klassiek als het maar kan zijn, geworteld als hij is in de tradities van filmische voorgangers als Brief Encounter, en (vooral) ook literaire inspiratiebronnen als Madame Bovary, The Scarlet Letter (denk maar aan de voornaam van de heldin) en Anna Karenina (op een bepaald moment overweegt Hester om zich voor een metrotrein te werpen, omdat haar relatie met Freddie voor haar ogen kapot gaat). In essentie gaat het over een vrouw die vastzit in de conservatieve denkmethodes van haar tijd. Het Groot-Brittannië van 1950 is nog altijd een plek waarin liefde slechts één overweging is in relaties, en dan nog niet noodzakelijk de belangrijkste. Veiligheid, standvastigheid, financiële zekerheid – al die rationele dingen worden verondersteld om zwaarder door te wegen dan romantische noties. William vraagt haar op een bepaald moment: “Waarom heb je zoveel opgegeven voor zo weinig?” Het antwoord – “omdat ik van hem hou, ook al houdt hij niet van mij” – is onbegrijpelijk voor hem.

Dus ja, die plot en die thematiek hebt u al wel eens eerder gezien. Het verstikkende keurslijf van de maatschappij, en een vrouw die, ongeveer tien jaar voordat er een revolutie in de relaties tussen de seksen zou komen, probeert om gelukkig te worden op haar eigen manier, in plaats van de sociaal aanvaarde manier. The Deep Blue Sea had een voorspelbaar, soapy melodrama kunnen zijn, maar dat is dan buiten de vertelstijl van Davies gerekend. De filmmaker begint met een lyrische openingssequens van zo’n tien minuten, waarin we zien hoe Hester probeert om zelfmoord te plegen en, terwijl ze bevangen wordt door het gas dat ze heeft opengezet, mentaal terugkeert naar haar eerste ontmoetingen met Freddie. Dit hele segment voelt aan als een lange droomsequens, met gracieuze camerabewegingen, beelden die associatief aan elkaar gemonteerd worden en snerpende violen op de soundtrack, die de turbulente emoties van Hester suggereren. Het is een proloog waar sommigen zich rot aan zullen ergeren, en anderen meteen wég van zullen zijn.

De rest van de prent is gestructureerd rond de 24 uur na de zelfmoordpoging: Hester staat voor haar venster en rookt de ene sigaret na de andere, terwijl ze terugdenkt aan het verleden, en wacht tot Freddie thuis komt. Het is deze structuur die vermijdt dat The Deep Blue zich vast rijdt in de potentiële banaliteit van zijn plot. Davies vertelt zijn conventionele verhaal op een eigenzinnige, bijna poëtische manier, en weet daarmee een zeer specifieke sfeer te scheppen, die in niks te vergelijken valt met die van pakweg een James Ivory-drama (waarmee we overigens geen kwaad woord willen zeggen over James Ivory).

De beeldvoering helpt: na het cameraballet van de eerste tien minuten wordt beweging zeldzamer, en kiest Davies voor strakke beeldkaders, waar de personages zorgvuldig in geplaatst worden. Let op een scène waarin Hester en Freddie dansen op het liedje You Belong to Me – geen camerabeweging, gewoon de acteurs die in elkaars ogen kijken, twee minuten lang. Saai, denkt u? Niets daarvan, want op dat moment voel je de spanning tussen de twee knetteren. We weten dat hun relatie op springen staat: Hester heeft haar huwelijk overboord gegooid voor een wilde romance die nu letterlijk aan zijn laatste dans toe is. De situatie, in al zijn uiterlijke onbewogenheid, barst bijna van de emotionele spanning. Nog een pareltje – ditmaal met beweging, maar niet minder gecontroleerd – is een flashback naar de Tweede Wereldoorlog, wanneer Hester en William tijdens een bombardement schuilen in de London Underground. We krijgen een enkel shot dat langs alle aanwezigen passeert, om uiteindelijk tot rust te komen op de twee hoofdpersonages. Ondertussen wordt er niets gezegd; iemand zingt het Ierse volksliedje Molly Malloy, dat is alles.

Dat soort scènes, waarin er niets wordt uitgesproken, maar alle tensie tussen de personages wel voelbaar aanwezig is, behoren tot de beste van de film. Waar The Deep Blue Sea wel een steek laat vallen, is dan ook in de weinige scènes die te “uitleggerig” zijn. De tirannieke schoonmoeder van Hester die ronduit zegt dat passie gevaarlijk is, en een voorzichtig enthousiasme veel meer aan te raden is, bijvoorbeeld – veel meer on the nose had het niet kunnen zijn.

Opnieuw: The Deep Blue Sea is geen film voor iedereen. Het tempo ligt relatief laag en de nogal ijle toon waarop alles zich afspeelt, zal heel wat mensen vervreemden. Maar wie er voor in the mood is, wordt beloond met een zinderende, intelligente liefdesfilm, die, tussen twee haakjes, ook Rachel Weisz haar beste acteerprestatie tot op heden bevat. Het is makkelijk om haar ingehouden emoties te verwarren voor afstandelijkheid (“ze doet niets behalve roken en uit het venster staren”, horen we een paar zeurpieten al zeggen), maar let op haar gezichtsuitdrukkingen, de nauwelijks ingehouden trillingen in haar stem, de kleine nuances in haar vertolking: Weisz kruipt subtiel in de huid van haar personage en creëert een volstrekt geloofwaardig mens.

The Deep Blue Sea is cinema die het kleine, het intieme van liefdesverdriet een episch belang weet mee te geven. Het is grootse kleine cinema.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in