De fetisj 50 – Enola’s 50 beste acteerprestaties (1)

De leukste discussies zijn degene die je nooit kan winnen. Is Goodfellas beter dan Casino? Suckt De Kotmadam harder dan FC De Kampioenen? Wie zal het zeggen? Maar dat heeft nog nooit iemand tegengehouden om die discussies tot in het oneindige te blijven voeren, en net zo gaat het op uw favoriete filmredactie. Wat zijn de 50 beste acteerprestaties aller tijden, nog zo eentje. We hebben gewikt, gewogen, gediscussieerd en uiteindelijk een lijst van 50 acteurs (dan wel actrices) opgesteld in hun meest iconische rollen. Van nu tot vrijdag laten we die mondjesmaat op u los. Voor de duidelijkheid: we hebben ze bewust niet in een volgorde geplaatst waar een waardeoordeel aan vast hangt. Dan zouden er lijken zijn gevallen op de redactie. Dit zijn vijftig prestaties waar wij eindeloos naar kunnen blijven kijken en altijd van achterover zullen slaan. Akkoord, niet akkoord? Daarvoor hebben we dus een linkje onderaan het artikel. Laat van je horen!

James Stewart – Vertigo (1958)
Mr. All America himself, James Stewart, dook op simpel verzoek van Alfred Hitchcock diep in zijn eigen duistere kant voor Vertigo. Hij geeft een obsessieve intensiteit aan zijn vertolking van Scotty, een privé-detective die bezeten raakt door een al dan niet dode vrouw. Hij neemt daarmee afscheid van zijn eigen hyperbrave imago, en bouwt langzaam maar zeker aan de groeiende waanzin van zijn personage. De manier waarop Stewart Scotty mentaal laat ontsporen, is diep indrukwekkend.
Lees de bespreking van de film!

Peter Lorre – M: Eine Stadt sucht einen Mörder (1931)
Fritz Langs absolute meesterwerk dateert van 1931, maar doet voor zo’n oude film verrassend modern aan, wat niet in het minst te danken is aan de schitterende acteerprestatie van Peter Lorre. Op het moment dat Marlon Brando en James Dean nog in de luiers zaten, doet Lorre, in wat nog maar zijn derde filmrol was, iets wat angstaanjagend dicht bij method acting komt, en de psychopathische kindermoordenaar Hans Beckert wordt onder zijn handen een personage dat zowel afgrijzen als medelijden opwekt. Als Beckert tijdens zijn pseudoproces uitschreeuwt dat een compulsieve drang voelt tot moorden, geloof je hem, en je voelt, hoe walgelijk je dat van jezelf ook vindt, zelfs een greintje empathie. Wanneer hij echter psychotisch in de spiegel staart en zichzelf laat zien als een monster, zie je opeens hoe achter zo’n babyface een psychopaat kan schuilgaan. Lorre was nooit meer zo ongelooflijk sterk als in M.
Lees de bespreking van de film!

Ellen Burstyn – Requiem for a Dream (2000)
Van een comeback gesproken! Ellen Burstyn was een grote mevrouw in de jaren zeventig, met rollen in films als The Exorcist, maar verdween daarna grotendeels van het toneel, tot Darren Aronofsky haar castte in zijn niets of niemand ontziende drugfilm Requiem for a Dream. Burstyn legt een ongeziene intensiteit in haar rol als aftakelende oma die wanhopig wil vermageren om op tv te komen. Haar monoloog over haar eenzaamheid is genoeg om tranen in de ogen te brengen.
Lees de bespreking van de film!

Dustin Hoffman – The Graduate (1967)
Minder dramatisch dan bij De Niro en Pacino, maar ook Dustin Hoffman is een flink deel van zijn pluimen verloren door de laatste jaren in net iets minder kwaliteitsvolle cinema te kruipen zoals Meet the Fockers en Mr Magorium’s Wonder Emporium. Maar tijdens de jaren 60 en 70 was de meest sympathieke method actor van zijn generatie een ware kameleon die keer op keer indruk maakte. Het werd een spannende race met onder andere Lenny en Midnight Cowboy op kop, maar we zijn dan toch geplooid voor zijn doorbraakrol in The Graduate. Hoffman speelt Ben, een doelloze student die aanpapt met de moeder (Anne Bancroft als milf!) van het meisje waarop hij eigenlijk verliefd is. Naïef, onschuldig en gefrustreerd, de piepjonge Hoffman doet het met zoveel overtuiging en herkenbaarheid dat het personage voor altijd een plek veroverde in elk cinefiel hart.
Lees de bespreking van de film!

Heath Ledger – The Dark Knight (2008)
Jep, Heath Ledger staat ertussen, en néé, dat is niet omdat de mens kort na de opnames van The Dark Knight het tijdelijke voor het eeuwige inruilde. Als de Joker leverde hij immers één van die vertolkingen die een film naar een hoger niveau tillen. Van heel goed naar klassiekermateriaal. De waanzin, de dreiging en de humor die Ledger naar de rol bracht zitten er zo pal op dat wij nu nog niet naar enkele van zijn monologen kunnen luisteren zonder kippenvel te krijgen. De ultieme superheldenschurk. Dat hij nog gemist zal worden in The Dark Knight Rises, ja!
Lees de bespreking van de film!

Gene Hackman – The Conversation (1974)
Fan van de betere underacting? Dan kan je het niet beter treffen dan Gene Hackman in The Conversation, Francis Ford Coppola’s ietwat vergeten “tussendoortje”, dat een brug maakte tussen de eerste twee Godfathers. Hackman speelt een professionele luistervink die compleet paranoïde wordt nadat zijn laatste opdrachtgever hém in het oog begint te houden. Hackman verraadt weinig openlijke emotie, maar je ziet constant zijn gevoelens onder de oppervlakte smeulen, en wanneer hij dan toch laat zien wat hij voelt, dan is het bijna per ongeluk, maar eens zo effectief.
Lees de bespreking van de film!

Marlon Brando – On the Waterfront (1954)
Voordat Marlon Brando enkel nog het nieuws haalde omwille van zijn enorme afmetingen (op een gegeven moment woog hij droog aan de haak 150 kg), talrijke nakomelingen, excessief divagedrag en teleurstellende rollen (The Island of Dr. Moreau: the horror!) stond de ‘godfather’ van de method acting vooral bekend als sekssymbool waaraan, volgens de geruchten, zelfs James Dean niet kon weerstaan. Het is in die gedaante dat Brando in On the Waterfront op meesterlijke wijze gestalte geeft aan de rauwe kracht en zinderende seksualiteit van de dommige, aan lager wal geraakte bokser Terry Malloy die getergd door gewetenskwesties de plaatselijke maffia verklikt.

Richard Burton en Elizabeth Taylor – Who’s Afraid of Virginia Woolf? (1966)
Edward Albee wilde oorspronkelijk Bette Davis en James Mason zien in de hoofdrollen van de verfilming van zijn toneelstuk, maar niemand zou nu nog durven denken dat het op dat moment (voor de eerste keer) getrouwde koppel niet de beste keuze was. Een 34-jarige Elizabeth Taylor steelt de show als Martha, een vijftigjarige vrouw in verval – de glamoureuze filmster verfde haar haren deels grijs en kwam meer dan 10 kilo bij voor deze atypische rol – maar Richard Burton moet in geen geval voor zijn echtgenote onderdoen, in de rol van de iets subtielere, maar even destructieve George. Voor hun relatie bleek de film achteraf niet bijster gezond, maar de spanning tussen hun personages spat in perfect gedoseerde hoeveelheden van het scherm. Beide acteurs gaan elkaar met een ongeziene overtuiging en inleving verbaal te lijf, en benen zowel hun eigen personage als dat van de ander tot op het bot uit, op een manier die Virginia Woolf zelf alleen maar had kunnen goedkeuren.
Lees de bespreking van de film!

Mads Mikkelsen – Pusher II (2004)
Onze favoriete Deense karakterkop (sorry, Ulrich Thomsen!) mocht op het jongste filmfestival van Cannes de prijs voor beste acteur ophalen voor zijn rol in The Hunt van Thomas Vinterberg. Wij zijn al net iets langer fan van malle Mads en meerbepaald van zijn woeste aanwezigheid in het tweede deel van de Pusher-trilogie (inderdaad, van regisseur Nicolas Winding Refn). Mikkelsen speelt Tonny, een net uit de gevangenis vrijgelaten dealer die met zijn crimineel verleden wil breken. Klinkt cliché, maar de rauwe beeldtaal van Refn en de even fysiek imponerende als subtiele rol van Mikkelsen maken van Pusher II bikkelharde kippenvelcinema.

Jacques Tati – Les Vacances de Mr. Hulot (1953)
Hoewel Jacques Tati de filmgeschiedenis in de eerste plaats is ingegaan als een vernieuwend regisseur, zowel op visueel als auditief vlak – bekijk de restaurantscène in Playtime en laat uw mond openvallen in pure bewondering en verbazing – was de man ook een behoorlijk geniaal komisch acteur, die het fysieke acteren uit de slapsticktraditie van Charlie Chaplin en Buster Keaton schitterend aanwendde als de beleefde, maar stuntelige Mr. Hulot. Ook al is zijn naam het enige verstaanbare woord dat hij in de hele film uitspreekt, toch wordt de steeds vriendelijk goedendag knikkende Hulot op schitterende wijze geportretteerd door Tati, die van zijn roots in het variétécircuit profiteert en zijn grote gestalte tot een al even groot voordeel maakt. Geweldig gekostumeerd – let op de te korte broek en de streepjeskousen – en zich een loopje aanmetend dat niet moet onderdoen voor dat van de Little Tramp, huppelde Hulot tijdens zijn vakantie meteen de annalen van de filmgeschiedenis in. Nog een tip voor wie binnenkort Wimbledon wil winnen – Hulots opslagtechniek, hoewel voor de speler bijna even onnavolgbaar als voor de tegenstander, garandeert succes.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in