On the Road

In 1957, toen de drukinkt van Jack Kerouacs generatievormende roman On The Road nog nat was, stuurde de auteur al een brief naar ene Marlon Brando met het voorstel het boek te verfilmen. Brando zou hoofdpersoon Dean Moriarty spelen, en Kerouac zou zelf zijn eigen alter ego incarneren. Brando heeft, naar het schijnt, nooit geantwoord, maar in 1979 kocht ene Francis Ford Coppola wel de rechten op de roman, en begon samen met zijn zoon Roman (pun not intended) aan een scenario te schrijven. Maar zoals die zoon het zelf zegt, is de ‘onconventionele plotstructuur van de roman alom bekend’, en bij gebrek aan een goede bewerking werd een verfilming op de lange baan geschoven. Tot in 2004 de Braziliaanse regisseur Walter Salles erbij werd gehaald en de eerste castingtests begonnen. Acht jaar later is hij er eindelijk, en de timing lijkt niet beter kunnen te zijn: na een film en een documentaire over Kerouacs collega’s Allen Ginsberg (Howl) en Ken Kesey (Magic Trip) lijkt de befaamde Beat Generation hot stuff te zijn in filmland, getuige daarvan ook het voor 2013 geplande Kill Your Darlings, met onder andere Daniel Radcliffe in de rol van Ginsberg.

Misschien wel de meest inspirerende figuur uit die hele Beat Generation was echter niet Kerouac of Ginsberg, maar Neal Cassady, in Kerouacs boek herdoopt tot Dean Moriarty, en onder die naam heeft de man dan ook een prominente plaats in het pantheon van literaire figuren toebedeeld gekregen. Kerouac zelf gaat in de roman door het leven als Sal Paradise en, zoals de titel zelf zegt, gaat On The Road grofweg over de verschillende trips die Sal maakt, meestal in het bijzijn van zijn maat Dean en een hoop andere counter culture-figuren, zoals Marylou (echte naam: LuAnne Henderson), Deans ex-vrouw en latere minnares, of Carlo Marx (dat dan weer een pseudoniem is voor Allen Ginsberg). De continentale avonturen van Sal en Dean spelen zich af eind jaren ’40, en zoals het de tegencultuur van toen betaamt, wordt er haast evenveel in gezopen, gehallucineerd en geneukt als op het gemiddelde album van Nick Cave & The Bad Seeds.

Het is dus niet gemakkelijk een lijn te trekken in de avonturen die Kerouac vereeuwigde, en dat is meteen ook het grootste pijnpunt van On The Road; de film mist drive en richting. De personages zwerven rond, van New York naar Denver, van San Francisco tot Mexico City, en de plot volgt hen daarin. Dat resulteert in een aantal sterke afzonderlijke scènes, maar niet in een sturend geheel. Op zich is dat niet zo erg – er zijn genoeg voorbeelden van topfilms zonder strak omlijnde plot – maar de film mist de prangende impuls die het boek in minder dan geen tijd de status van klassieker bezorgde. De beste manier om het te omschrijven is misschien nog een gebrek aan visie; het probleem is dat de plot, in tegenstelling tot de personages, zich daar niet van bewust is, waardoor het de film aan prangendheid en noodzakelijkheid ontbeert. Een echte coming of age, als vervolmaking van het verhaal, zit er nooit in – en dat hoeft ook niet – maar scenarist Jose Rivera wil dat nooit aan zichzelf of aan zijn publiek toegeven, waardoor hij de kans wegneemt om andere voor de hand liggende thema’s of de levensvisies van de hoofdfiguren uit te diepen.

Na het succes van het al bij al degelijke Diarios de Motocicleta, ook een road movie over een (nog meer) iconische figuur uit het post WO II-tijdperk, was Walter Salles een logische keuze als regisseur. Salles miste in die Che Guevara-biopic echter al wat eigenheid en slaagt er dan ook niet in om de bovengenoemde mankementen te maskeren, door braaf zijn verhaal te vertellen en trouw te blijven aan een ietwat saaie, rechtlijnige structuur, nu en dan begeleid door de obligatoire voice-over die veel romanverfilmingen typeert. Als regisseur toont hij zich echter wel bekwaam in het schieten van visueel knap in elkaar gestoken sequenties, en hoewel die niet bijster vernieuwend of opvallend zijn, maakt hij zo van de film wel een aangenaam kijkstuk. Door het prominent gebruik van jump cuts vallen de snel gemonteerde (dialoog)sequenties misschien het meest op, maar Salles’ favoriete trucje is echter een efficiënt gebruik van belichting; vooral met hard zonlicht en scherpe contrasten weet hij mooie shots in te kaderen. On The Road zal vooral worden besproken als adaptatie van een boek; hopelijk wordt er dan niet vergeten dat het visueel een knappe prent is, iets wat Salles volledig op zijn conto mag schrijven.

De show wordt echter niet door de regisseur gestolen, maar door de ensemblecast, met een indrukwekkende Garrett Hedlund – tien jaar geleden (tempus fugit!) nog de ietwat verwijfde Patroklos in Troy – op kop. Wie Magic Trip heeft gezien, herinnert zich Neal Cassady/Dean Moriarty als een irritante hyperkineet, en Hedlunds rol bruist dan ook van energie, maar hij weet de karikatuur te vermijden door op gepaste momenten – scènes waarin Moriarty over een zelfmoordpoging praat, of wordt buitengesmeten door zijn vrouw – verrassend ingetogen te spelen en Moriarty zo toch ook enigszins uit te diepen. Een andere revelatie is – hier komt-ie – Kristen Twilight Stewart, die als Marylou heel de film op een verrassend vanzelfsprekende manier verleidelijk loopt te wezen, maar ondertussen wel een dijk van een personage neerzet. Sam Riley tenslotte, die vijf jaar geleden nog op lichtjes verpletterende wijze Ian Curtis deed herrijzen in Control, krijgt misschien wat te weinig te doen in de rol van Sal Paradise, een personage dat hier helaas te vaak fungeert als verteller en louter waarnemer van de gebeurtenissen.

In de bijrollen passeert ook nog goed volk, dat helaas soms een beetje verloren loopt in een zoveelste scène die geen plaats krijgt in de plotconstructie. Amy Adams en een nochtans vermakelijke Viggo Mortensen, in de rol van Bull Lee/William S. Burroughs, herinneren je wel aan hun acteerkwaliteiten, maar krijgen te weinig schermtijd om memorabel te zijn. Wel het herinneren waard zijn Tom Sturridge in de rol van Marx/Ginsberg, en een uiterst sterke Kirsten Dunst (wiens cv – Eternal Sunshine, The Virgin Suicides, Melancholia – er inmiddels behoorlijk indrukwekkend begint uit te zien, maar dit geheel terzijde) als Moriarty’s tweede vrouw.

Tot slot moet ik tot mijn grote scha en schande bekennen dat ik Kerouacs klassieker nog steeds niet gelezen heb – het is één van de vele titels in mijn inmiddels schier eindeloze mentale to read list – maar misschien valt het daarom net zo hard op dat On The Road sterk te lijden heeft onder zijn eigen ontstaansgeschiedenis als boekverfilming. De film lijkt nooit zijn eigen weg te gaan en maakt nooit aanspraak op een eigen identiteit, ondanks het vele talent dat erin komt bovendrijven. Het boek mag dan misschien een instant-klassieker zijn, de film verdwaalt te vaak in zijn eigen bedoelingen om zich dezelfde status te mogen toe-eigenen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in