Anton Corbijn Inside Out

In de zoektocht naar de man/vrouw achter de legende zijn al ettelijke beeldbuisfiguren ten prooi gevallen aan agressieve paparazzi met telelenzen, stalkende fans (het afval van Brad Pitt aan een dissectie onderwerpen is niet normaal, neen), opdringerige journalisten of idolate documentairemakers. Met ‘Anton Corbijn Inside Out’ hoopt nu de Nederlandse regisseuse Klaartje Quirijns een glimp op te vangen van de man achter Anton Corbijn – wereldberoemd voor zijn korrelige zwartwitportretten van onder andere David Bowie, Captain Beefheart, Joy Division en Koningin Beatrix – zij het dat ze onnoemelijk meer respect en geduld aan de dag legt dan de doorsnee scoopjager.

Meer dan drie jaar volgde documentairemaakster Quirijns Anton Corbijn tijdens zijn vele reizen, schaarse momenten thuis in Den Haag en ontmoetingen met enkele rock – en popgoden, zoals Lou Reed, Metallica en Bono. Ondanks de eerbied die ze voor Corbijn aan de dag legt – hun jarenlange vriendschap zal hier wel voor iets tussen zitten – straalt de introverte, zonderlinge kunstenaar vanaf de eerste aanblik een soort van ongemak uit. De bescheiden Corbijn lijkt immers geen boodschap te hebben aan enige mediahetze of aandacht voor zijn persoon in de vorm van intieme vragen of, laat staan, een documentaire. Toch slaagt Quirijns – die voordien vooral bekendheid genoot door haar human interestdocumentaires – er met wisselend succes in een aantal persoonlijke inzichten van de geheimzinnige Corbijn te ontfutselen. Zo weidt hij het ene moment verrassend openhartig uit over zijn verleden als domineeszoon en zijn drijfveren, om het volgende moment letterlijk weg te lopen wanneer er een diepgravende vraag wordt gesteld.

De schroom om zich bloot te geven zit met andere woorden behoorlijk diep en je moet geen psycholoog zijn om te speuren naar de oorzaak van deze gêne. In ‘Anton Corbijn Inside Out’ wordt er dan ook uitgebreid stilgestaan bij de stempel die de calvinistische opvoeding op Corbijns levenswandel heeft gedrukt. Aan de hand van gezinsfoto’s, Corbijns levendige beschrijvingen, een terugkeer naar zijn geboortedorp en een dialoog met zijn bejaarde moeder wordt de verstikkende en vereenzaamde sfeer van zijn jeugd in de handen van Quirijns knap tastbaar gemaakt. Geen wonder dus dat de jonge Corbijn het saaie Zuid – Hollandse Strijen al gauw inruilde voor de opwindende muziekwereld.

Muziek bepaalt dan ook, naast beelden, zijn leven. Zo vertaalde hij zijn fascinatie voor Joy Division en de betreurde Ian Curtis reeds naar het voortreffelijke ‘Control’ en ook zijn bewondering voor Metallica en Arcade Fire komt in de documentaire aan bod. Zonder te willen dwepen met de naambekendheid van haar befaamde kameraad toont Quirijns in interviews met onder andere Bono en James Hetfield aan dat deze bewondering – zowel op creatief als persoonlijk vlak – ook wederzijds is. Zelfs de immer norse Lou Reed spreekt zich onverdeeld positief uit over de kwaliteiten van de man. De massale bewieroking blijkt echter geen garantie te zijn voor een zelfzekere aanpak, zoals duidelijk wordt op de set van zijn tweede langspeler ‘The American’. De intimiteit van een fotosessie blijkt een meer vertrouwde habitat te zijn dan een omvangrijk filmproject.

Toch kwijt Corbijn zich aan al zijn projecten met een bewonderenswaardige passie, onverzettelijkheid en discipline (was onze werkmodus ook maar zo moeilijk op off te zetten). Het fraaie aan ‘Anton Corbijn Inside Out’ is dat je de ultrabedrijvige fotograaf, grafisch vormgever en regisseur constant ziet speuren naar beelden, of het nu tijdens een gesprek, een wandeling of een overnachting in een hotel is. Het is bovendien mooi meegenomen dat ook zijn modus operandi, zoals zijn voorkeur voor analoge camera’s, uit de doeken gedaan worden (de Leica – en Polaroidcamera’s worden enthousiast bovengehaald). Welke repercussies Corbijns overgave op zijn persoonlijke leven heeft, onthult hij moeizaam aan het einde van de documentaire wanneer Klaartje Quirijns – op een weliswaar respectvolle wijze – de grenzen van de intimiteit aftast. Bovendien illustreert ze dat ze ook het filmmaken in de vingers heeft, getuige de oogstrelende natuurbeelden en knappe overgangen (let op de subtiele wijziging in beeld van een rijdende Corbijn naar een eveneens aan het stuur zittende Clooney in ‘The American’).

Wie is dan die Anton Corbijn? Is het de lange slungel die zich nauwelijks een houding weet te geven op feestjes? Of de in gedachten verzonken eenzaat die langs verlaten polders struint? De introverte workaholic die geen ruimte laat voor intieme relaties? Of is het de grappenmaker die wereldvermaarde artiesten als Bono en Depeche Mode-frontman Dave Gahan verleidt tot sublieme poses? Zo rock ’n roll als de beroemdheden die hij voor zijn lens plaatst, zo ‘gewoon’ is Anton Corbijn. Tijdens de documentaire doet niets vermoeden dat er zich één van de beroemdste en best verdienende fotografen ter wereld voor de lens bevindt. Wat er werkelijk achter de mythe schuilt, wordt echter niet volledig blootgelegd, maar daar zaten wij – de pijnlijk onthullende documentaire ‘Metallica: Some Kind of Monster’ indachtig – ook niet op te wachten. Zolang zijn volgende project ‘A Most Wanted Man’ (met Philip Seymour Hoffman!) maar in de bioscoopzalen verschijnt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in