WERCHTER BOUTIQUE 2013 :: Flardjes groove en zelfs een dansje

Nu Metallica nog eens op tour ging door het oude continent kon de band worden gestrikt voor een groots opgezette show rond het legendarische Black Album op de Werchterse festivalweide. Om het metalfeest compleet te maken, werden ook nog het teruggekeerde Soundgarden en rijzende sterren als Mastodon en Gojira aan de affiche toegevoegd. Kon dat al haast niet misgaan, dan maakte het zomerweer het helemaal af.

 

Heavy metal is steeds meer een boei waar de zinkende music bizz zich aan vastklampt. Metalfans zijn de trouwste van allemaal en trekken het snelste hun portemonnee voor een nieuwe show of release. Bovendien zit de demografie van de metalscene zo in elkaar dat de oudere generaties goed vertegenwoordigd blijven, die bovendien hun passie op hun nageslacht overdragen. Dat Belgiës grootste concertpromotor dus ooit op die kar zou springen, stond in de sterren geschreven. Het eendaagse festival Werchter Boutique stond dit jaar dus helemaal in het teken van Metal(lica) en de verwachtingen werden bevestigd: vol huis, leeftijden tussen 7 en 67 en een niet te stuiten stroom van bier en zonnemelk.

Werchter Boutique was gelukkig niet alleen interessant voor de amateursociologen onder ons, ook de liefhebbers van de stevige gitaar werd een mooi en overzichtelijk programma aangeboden: zes bands – waarvan vijf tot voorprogramma werden gedegradeerd –, één podium, machtige geluidsinstallatie en de heilige Werchterse weide om op te moshen, te headbangen en van de zon te genieten.

Spruitjes met chipolata

De meest recente band van de affiche mocht de dag op gang trappen. Het Zweedse Ghost is eigenlijk een beetje de Slipknot van deze tijd. Ze spelen een overtreffende trap van steeds hipper wordende muziek, in dit geval spooky retrorock, en hullen zich in maskers en gewaden. Deze muziek zou vanzelfsprekend beter renderen in een rokerige, verduisterde omgeving maar desondanks brengt Ghost het er niet slecht van af. Het geluid zit van in het begin goed en het orgeltje dat zij als enige band op de affiche bij hadden, deed goed zijn best om de theatrale zanger van weerwoord te dienen. Dat duel moet ook voor het spektakel zorgen, want hoe lekker in het gehoor ze ook liggen, de riffs zijn natuurlijk al honderd keer gerecycleerd. Ghost is met andere woorden de perfecte soundtrack om rustig in de zon van het eerste festivalpintje en de van thuis meegebrachte sandwiches te genieten.

Gojira trapt vervolgens het gaspedaal bruusk in en zwiert de koppeling bij het oud ijzer met hun start/stop hoofdtollende capriolen. Het was weer een tijd geleden dat we de band nog bezig zagen, en eigenlijk leek er niet veel veranderd in de tussentijd. We wachten ondertussen ook al zo lang op het nieuwe album L’enfant Sauvage (zou er binnen 3 weken aankomen dixit Joe Duplantier). Naast de titeltrack van die nieuweling putte de groep dus uit het voorgaande oeuvre. Krakers als “Backbone”, “Flying Whales” en “The Heaviest Matter Of The Universe” blazen ons behoorlijk omver, maar dat is niet bij iedereen het geval. Dat heeft ongetwijfeld deels te maken met het warme weer, maar net zo goed met de relatieve onbekendheid van Gojira bij het bredere publiek.

De flauwe respons werkt zichtbaar op de zenuwen van de band, en die reageert dan maar door nóg harder uit te halen op het podium. Het publiek komt echter geen meter dichter dan de barrière van The Black Circle vooraan. Wij wilden wel, maar vonden de ingang niet, gedesoriënteerd door al die onnavolgbare riffs en breaks. Gojira kwam, zag dat het niet helemaal naar wens was, maar hield de energie hoog tot aan afsluiter “Vacuity”.

Even Belgisch als stoofvlees-friet of spruitjes met chipolata, dat is Channel Zero en hun faam. Sinds hun comeback zijn ze in eigen land allicht nooit populairder geweest, en hun onstuitbare raid langs Belgische podia moest op Werchter culmineren in een overdonderende set voor eigen publiek. Is dat er van gekomen? Nou ja, hun metal-variant is eigenlijk ook even alledaags als die Belgische spruitjes, staan die dan geprogrammeerd temidden gewaagdere keuken als Gojira en Mastodon, dan blijven fijnproevers toch een beetje op hun honger zitten.

Niettemin levert de band wel een puike show af. Franky DSVD rent over het podium, ment de wei in drie talen en vergeet niet om zijn stembanden het belangrijkste werk te laten doen: zingen als een bezetene. De band kiest, toch ietwat onverwacht, voor een erg ruime selectie uit comebackplaat Feed’em With A Brick, dat ondertussen de gouden status bereikte. Opener “Hot Summer” is natuurlijk goed gekozen maar wordt nog wat afgehaspeld, “Ammunition” sorteert al meer effect maar vooral “Angel’s Blood” en “Freedom” treffen doel bij het publiek. Van dan af is het wachten op dat handjevol klassiekers: fijne momenten vol luidruchtige herkenbaarheid.

Niemandsland

Onder een nog steeds loeihete zon is het vervolgens de beurt aan Mastodon. Net als Joe Duplantier daarnet, is het nu aan Troy Sanders om wat verwonderd en licht gefrustreerd de situatie in The Black Circle in ogenschouw te nemen: een minuscuul groepje Metallica-fans die ook voor Mastodon kwamen, daaromheen een grote groep Metallica-fans die het allemaal niet zo veel kon schelen, daaromheen een meter of twintig niemandsland en dan pas het grote publiek met daarin her en der een clustertje Mastodon-adepten. Dat krijg je met een situatie waarbij je enkel fans van de headliner, die extra hebben betaald, vooraan laat.

Het viertal uit Atlanta neemt echter iets vlotter vrede met de situatie dan hun Franse lotgenoten en speelt dan maar de wei plat. Met The Hunter schreef Mastodon voor het eerst een album bijeen waarvan de songs het beter doen op een podium dan op cd. “Black Tongue”, “Blasteroid”, “Spectrelight”, “Dry Bone Valley”, “Curl Of The Burl”; stuk voor stuk dragen ze de stempel van Mastodon’s complexe drum- en gitaarwerk en driestemmige zang (hoe doet die drummer Brann Dailor dat toch?!), maar kunnen ze ook vlot worden opgepikt door een tienduizendstemmig publiek om mee te kelen. Flardjes groove hier en daar laten zelfs een dansje toe, daarvoor is toch plaats genoeg.

De groep vergeet zijn drie voorgaande platen niet, maar put niettemin slechts zelden uit dat archief. “Crystal Skull” van Blood Mountain en enkele progscapes van Crack The Skye pasten echter naadloos tussen het recentere materiaal. Enige buitenbeentje is “Blood And Thunder” van op Leviathan, dat qua rauwheid toch al een flink contrast begint te vormen met de recentste tracks, zeker als er vervolgens wordt afgesloten met het dromerige “Creature Lives”.

Mastodon liet in het verleden wel eens een flauwe indruk na op festivalpodia maar maakte daar op Werchter Boutique eindelijk komaf mee. De band was gefocust, strak, niet erg verbaal maar wel in contact met het publiek en heeft eindelijk een energieke gebalanceerde set uitgewerkt die ook zulke grote massa’s niet koud kan laten.

Net als de hoofdact straks, drijft het optreden van Soundgarden op nostalgie, maar dat is geen probleem, noch voor de band noch voor het publiek. Radiohits “Black Hole Sun” en “Fell On Black Days” worden gretig opgepikt en de warme gitaartonen en zwoele uitvoering passen perfect bij de omstandigheden. Niettemin wordt ook heel wat ruiger ouder werk gespeeld. Luide versies van “Jesus Christ Pose” en “Rusty Cage” bieden veel ruimte aan Chris Cornells vocale uithalen en Kim Thayils feedbackende, groovende en rockende gitaar. Een traag en indringend “Beyond The Wheel” overtuigt al evenzeer.

Een grungelegende als Soundgarden leek aanvankelijk misschien de vreemde eend in de bijt op deze affiche, maar niemand die daar na deze passage aanstoot aan neemt. De groep speelt misschien niet zo strak of snel als sommige anderen maar heeft minstens evenveel volume en spelplezier en nog veel meer soul te bieden. Achteraf niets dan gelukkige gezichten gezien.

Lars, James en het personeel

Metallica biedt vervolgens een feest van herkenning en vriendschap “voor de fans, de familie van Metallica”, zo drukt James Hetfield het zelf uit. Nu hebben we nooit de neiging gevoeld zo dicht bij de man te komen, maar al die scepsis kan de vaststelling niet wegblazen dat deze show staat als een huis. Om te beginnen is Hetfield erg goed bij stem, goed gemutst en de wijdbeense, zelfverzekerde frontman die we willen zien aan het roer van de grootste metalband ter wereld.

Des te jammer dat hij (onbewust?) enkele keren bevestigt wat eigenlijk iedereen weet: Lars (Ullrich, drums) en James zijn Metallica, de rest zijn werknemers. Dat doet zeker de bedeesde maar toch niet misse leadgitarist Kirk Hammett oneer aan. Je vraagt je af hoe hij al dertig jaar het volhoudt in de schaduw van die twee haantjes-de-voorste. Al wordt de liefde en energie van vijftigduizend enthousiastelingen die terugstroomt naar het podium evenredig verdeeld over de vier muzikanten.

Het concept van de avond is natuurlijk onfeilbaar: enkel klassiekers, met als hoofdmoot het integrale Black Album. Maar om op te warmen eerst een paar losse nummers, met een massaal meegezongen “Master Of Puppets” als eerste hoogtepunt. Waarna de zwarte volledig maar achterstevoren wordt gespeeld, zodat “Enter Sandman” helemaal tot zijn recht kan komen als ultieme climax. Uiteraard doen ook de ballads “The Unforgiven” (met Hetfield op akoestische gitaar) en “Nothing Else Matters” het goed, net als “Sad But True”, toch ook één van ‘tallica’s beste songs.

Die grande finale, ingezet met “Enter Sandman”, brengt de volledige wei op de knieën. Zowel voor de diehardfan als de gewone liefhebber is het drieluik “Battery”, “One” en “Seek & Destroy” een roestvrije stalen drietand die iedere ballon van weerspannige scepsis en sarcasme doorprikt; headbangen en meebrullen doe je dan, tot je niet meer kan. Vele extatische gezichten hoorden Hetfield oreren:“Metallica loves Werchter, Werchter loves Metallica”. Geen aanwezige die hem tegensprak.

Stijn Van Hees

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in