Jazz Punks :: Smashups

Ben je een beetje thuis in jazz en vrije improvisatie en krijg je vervolgens deze band en albumtitel op je bord, dan verwacht je daar natuurlijk een en ander van. Spetterend vuurwerk, furie à la Naked City, teringherrie om de familie mee op stang te jagen. Nou, valt dat even tegen. Smashups is ongeveer zo punk als een Triggerfingerplaat, en daar kan die knipoog naar The Clash niks aan veranderen. Tenzij je vertrekt vanuit brave mainstream jazz…

Het hangt natuurlijk allemaal af van je referentiekader, en het is duidelijk dat dit vijftal zoniet vertrekt vanuit de toegankelijke vingerknipjazz, dan toch dat doelpubliek voor ogen heeft. Ze ontmoetten elkaar vrij toevallig in Los Angeles, belandden daar vrij snel bij het gebruik van klassieke rocksongs in hun jazzcocktail, en dat zou vervolgens hun handelsmerk worden. Het merendeel van de songs op de plaat brengt dan ook een confrontatie (mash-up, heb je ‘m) van de werelden van rock en jazz, een werkwijze die er kwam omdat de heren het beu waren om jazz voor jazzmuzikanten te horen. En omdat ze een ander publiek wilden aanboren.

Smashups lijkt bij momenten dan ook vooral gericht op rockliefhebbers die misschien wel weg weten met een streep jazz. Niet dat de Jazz Punks niet kunnen spelen: hun sound is behoorlijk potig, soms swingen ze een aardig eindje weg en vooral pianist Danny Kastner laat zich nu en dan aardig gelden. Maar meer dan de individuele klasse draait deze plaat natuurlijk om het samengaan van die twee werelden. “Creep Train” doet het met Radioheads “Creep” en “Paranoid Android” en Strayhorns “The The ‘A’ Train”, “Clash-Up” verenigt “Should I Stay Or Should I Go” krampachtig met “Take Five” en “Led Gillespie” koppelt Led Zeppelins “Misty Mountain Hop” aan “A Night In Tunesia”.

Het zit allemaal wel strak in elkaar, maar de heren hebben vooral hun best gedaan om het allemaal niet te moeilijk en zo transparant mogelijk te maken. Er wordt daarbij net iets te veel op zeker gespeeld om verrassend uit de hoek te komen. Bovendien hebben ze een fascinatie voor Miles Davis, want diens “No Blues” wordt in de blender gegooid met The Who’s “I Can See For Miles”, Wayne Shorters “Footprints” (een vaste waarde toen hij in het beruchte tweede kwintet van Miles zat), mag het doen met “I Want You/She’s So Heavy” van dat ene Britse popgroepje en Miles’ “Seven Steps To Heaven” wordt hertiteld naar “12 Steps To Hell”. Waarschijnlijk omdat het de onweerstaanbare sprankel van het origineel compleet overboord gegooid heeft en vervangen door wat logge power.

Opnieuw: er wordt degelijk gemusiceerd en eigen nummers “Mind Over Matter” en “Little Chickens” maken duidelijk dat de band goed beseft dat een paar eenvoudige ideeën kunnen volstaan voor een song, maar de knetterende energie die je verwacht blijft achterwege. Daarvoor wentelen de muzikanten zich al te vaak in een naar funk-, blues- en hardrock neigende tussenvorm die vlees noch vis is: te weinig subtiel om te verrassen, te braaf om een muilpeer uit te delen. Dat de promotekst jazzpuristen waarschuwt voor een zootje rebellen die jazz terug bij het volk willen brengen is dan ook een hyperbool van formaat. Dit is alleen nog rock-‘n-roll voor wie opgroeide met Oscar Peterson en George Shearing.

Smashup is een amusante plaat die er vlotjes ingaat, maar uiteindelijk vooral voer voor volk dat nog verbaasd kan worden door kapotgebruikte ideeën. Dat van die “the most entertaining jazz band in the world” op hun site is dus best met een zak zout te nemen. En tot slot ook nog deze zes woorden: Mostly Other People Do The Killing.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in