Storm Corrosion :: Storm Corrosion

Er wordt wel eens gezegd dat recensenten slechte muzikanten zijn. Of dit nu klopt of niet, een bespreking van Storm Corrosion, de langverwachte samenwerking tussen Steven Wilson en Mikael Akerfeldt, is een even grote stunt als het album zelf.

 

Laten we beginnen met een waarschuwing. Storm Corrosion zal bij de rabiate fans van bulderende Opethiaanse gitaren aankomen als een tergend trage film. Metalheads die de lange haren al op voorhand hebben losgemaakt, zullen bij het horen van de zes langgerekte, beeldschone composities meermaals “wanneer ontploft de boel nu eens?” vloeken. In metalminnend recensentenland was de feedback dan ook niet unaniem lovend. De twee grootste hedendaagse muzikanten uit het genre hebben dus niet gekozen voor clichématige progmetal.

Om Storm Corrosion te appreciëren heeft u geen schone lei nodig, als dat geen geruststelling kan zijn. Met het ingetogen, subtiele gitaarwerk van Mikael Akerfeldt (zoals in “Drag Ropes” en “Ljudet Innan”) heeft iedereen wel al uitgebreid kennis gemaakt bij Opeth. Ook de langgerekte soundscapes van Wilson in “Ljudet Innan” zouden niet al te veel verwonderde blikken mogen oogsten. Wat onderscheidt Storm Corrosion dan van zijn illustere “voorgangers” Heritage en Grace For Drowning? De nummers barsten nooit, maar dan ook nooit, echt uit hun voegen en krijgen door de superbe arrangementen van componist Dave Stewart, met wie Wilson en Akerfeldt op de plaat een heilige drievuldigheid vormen, een bijna contemplatief karakter.

Toch wordt steeds geput uit een veelkleurig klankenpalet. “Drag Ropes” klinkt psychedelisch, zenuwslopend en naargeestig tegelijk: alle adjectieven voor een eigenwijze compositie. Het contrast tussen de deprimerende strijkersamples en het prachtige pianospel is behoorlijk bevreemdend, net als de uiterst complexe, repetitieve dubbelzang. Ook in “Hag” en “Lock Howl” is de overheersende timide stemming aanwezig als een constante ondergrondse spanning. In het eerste nummer komt tussen de immer dreigende toetsenpartijen heel even dof drumgeweld piepen. In “Lock Howl” — de eerste minuten klinken als een typische Porcupine Tree-intro — zorgen analoge spookgeluiden en handgeklap voor een toch wel vreemde wending.

Drie nummers kabbelen minutenlang voort op repetitieve gitaar- en pianolijntjes maar houden ons toch volledig in de greep. “Storm Corrosion” is het meest delicate nummer. De neerdwarrelende akoestische gitaren en “lalala’s” van Wilson werken haast verlammend, zo innemend klinkt het nummer. De singer-songwriter in het progrockgenie komt opnieuw naar boven. “Happy” is als een Radiohead op acid — net als in het titelnummer is Wilson de dominante speler. “Ljudet Innan” grijpt terug naar het betere progwerk uit de jaren zeventig. Bloedmooi gepingel, rustgevende pianoklanken en strelende drums: het nummer heeft alles om de luisteraar in een roes te brengen. Dit moet het nummer zijn met de meeste inbreng van Akerfeldt

U leest het goed: Storm Corrosion ondergaan is een hele ervaring. Het album is zowel voor de fans als de muzikanten een bevrijding. De muziek is wars van alle bandconventies en voelt aan als een meditatieve reis naar de meest subtiele en gevoelige progrock. Wat ons betreft, mogen Wilson en Akerfeldt nog meer van die bezinningsmomenten inbouwen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in