Great Mountain Fire + The Rapture :: 11 mei 2012, Botanique

Punkfunk. Bestaat dat nog? Afgaand op het van enthousiasme en spirit bolstaande optreden van The Rapture afgelopen vrijdag, leeft het als nooit tevoren. En het steunt al lang niet meer alleen op “House Of Jealous Lovers”.

Ook in Brussel weten ze overigens aardige dansmuziekjes te maken en dan zwiert een Botanique dat natuurlijk maar al te graag in het voorprogramma. Great Mountain Fire is zo’n groep die we Dourfestival na Dourfestival (de plek om jong Franstalig geweld in de dop te wikken en wegen) zagen groeien, en die op debuut Canopy een aardig stuk van zijn belofte inloste: nog niet perfect, maar we komen er wel.

Op de planken van de Chapiteau, bijvoorbeeld, waar de groep aanvankelijk wel wat worstelt met een wat kil geluid, maar toch meteen aardig weet te overtuigen: het springt, het schudt, en het heeft aardige popmelodietjes in de mouw zitten. “Cinderella”, bijvoorbeeld, dat staccato toetsen laat uitmonden in een lekker rollend gitaarrefreintje. Of neem nu de doldraaiende synths van “Rrose Sélavy”: het noopt tot bewegen.

Aangenaam ook om te zien dat de groep met zelfvertrouwen op het podium staat: dit is een homecoming gig voor deze groep, maar daar laten de leden zich niet door intimideren. Het plaatje klopt, en er wordt strak gemusiceerd. Een naar Born Ruffians neigend “Crooked Head” zit er zelfs helemaal boenk op, nu ook het geluid zich heeft gestabiliseerd aan de juiste kant van iets warmer alstublieft. Conclusie? Nog wat werken aan dat Franglais, en hier zit nog meer in. Wil iemand in Stoke-on-Trent deze jongens een taalbad geven?

The Rapture geeft het vervolgens even tijd vooraleer de beentjes echt mogen loskomen. Met een voorzichtig opbouwend “In The Grace Of Your Love” geven de aartsvaders van de tweede punkfunkgolf een nog eerder gemoedelijk openingsschot. De baslijnen rollen nog niet, de gitaren doen het nog voorzichtig,… Meer dan wat deinen op de toetsenmelodie is er nog niet bij. Dat verandert snel.

Als het aan de groep had gelegen, dan droop het zweet immers al bij het daaropvolgende “Never Die Again” van het tentzeil, maar een typisch ingehouden Belgisch publiek vindt dat meedeinen van daarnet al ver genoeg gaan. Echt een feest wordt het pas met “House Of Jealous Lovers”, die doorbraakhit die in elk muziekgeschiedenisboek over de eerste jaren van de 21ste eeuw een lemma verdient. De groep laat die kenmerkende echoënde stereo-gitaarriff slim uit het voorgaande “Whoo! Alright – Yeah…uh Huh” ontstaan, zodat het dancegevoel helemaal aanwezig is. Eindelijk wordt er bewogen.

Nochtans was dat net zo gerechtvaardigd op tussenliggende nummers als “Get Myself Into It” — die baslijn! dat refreintje! — of “Killing”, dat naast zijn onstuitbaar pompende bas, nog altijd die onmogelijk niet mee te scanderen “one-two-three-four kick that fucker out the door”-kreet heeft. Het toont maar één ding: dat The Rapture na een lang uitgevallen sabatical stevig terug is: de groep staat op scherp, de muziek klopt nog steeds, en wat meer is: ook die laatste en wat wisselvallige comebackplaat had met “How Deep Is Your Love” een stevige radiohit, waarmee vanzelfsprekend een netjes orgelpunt wordt gebreid aan dit concert.

Met zijn repetitief pianootje roept het nummer herinneringen op aan het housegeluid van de vroege jaren negentig, maar net zo goed is het een mooi liefdeslied dat tot danssong is uitgebouwd: minutenlang gaat het door, met een toeterende sax die voor dwarse stoorzender speelt. Eindelijk is er euforie, eindelijk collectieve beweging; feest.

Neen, aan The Rapture zal het niet gelegen hebben, maar als we er op Dour een echt feestje van willen maken zal er meer gedanst moeten worden, jongens en meisjes.

Great Mountain Fire speelt op donderdag 12 juli op Dour Festival, The Rapture op zondag 15 juli.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in