Cabin in the Woods

Hoera, tof, plezant: wij waren in een uitermate goeie bui nadat het nieuws ons bereikte dat Joss ‘Firefly’ Whedon zich over een heuse horrorprent zou buigen. Zijn kenmerkende snappy dialogen, goed uitgewerkte personages en bovendien een lekker ironische kwinkslag? We zagen het helemaal zitten. Bovendien leek een uitermate positieve 8.0 op IMDb de bevestiging te geven: ‘The Cabin in the Woods’ zou een toppertje worden. Met andere woorden: wij verkeerden in diezelfde hopeloos enthousiaste bui die ons na het bekijken van ‘The Avengers’ teisterde, en die onze redactiegenoten associëren met het ongegeneerd humpen van de vloer en licht schuimbekken. Na afloop van de film was de teleurstelling dan ook groot: wij merkten dat we onze broek nog aanhadden, ons pintje onaangeroerd naast ons rustte en het slabbetje rond onze nek verdacht vrij van kwijl was gebleven. Nondedju, Whedon! Hulk smash!

Dit gezegd zijnde: het is nog altijd oneindig veel beter om ‘The Cabin in the Woods’ te ervaren als u er volstrekt níéts over weet. En omdat het in een tekst van 1000 woorden nu eenmaal moeilijk is om volstrekt níéts te zeggen – Kristien Hemmerechts heeft het vaak genoeg geprobeerd – stopt u nu best met lezen, hoe moeilijk dat ook mag zijn voor de taalminnaars onder u die zich tot nog toe als gehypnotiseerd lieten meevoeren door dit wonderlijke schrijven. Onze excuses: spoilers volgen! Maar goed: ‘The Cabin in the Woods’ gaat dus over vijf college buddies die allen verdacht aan de clichépersonages van de horrorfilm doen denken: de seutenneger, de permanent stonede weirdo, de jock, de slet en de maagd. Zij ondernemen, zoals de titel verklapt, een trip naar een volgeboekt zomerresort in Florida. Excuus! Wij bedoelden: naar een krottig huisje in het midden van een verlaten bos, om er een relaxerend weekendje door te brengen. As you do. Helaas pindakaas: twee in keurig gestreken wit hemd gestoken bedrijfstypes (waaronder Richard Jenkins) slaan van achter hun monitors hun aller bewegingen gade en zorgen ervoor dat things go bump in the night.

Al vanaf de heerlijk bevreemdende proloog – een banaal gesprek tussen de twee pennenduwers dat haast in medias res onderbroken wordt door de knalrode, boef-pats op het scherm spattende letters ‘THE CABIN IN THE WOODS’ – voel je het aan je water: dit is geen gewone horrorfilm. Alles waarvan je op eerste gezicht zou denken, “Horrorcliché!”, blijkt netjes binnen het concept te passen, en dient om het genre een welverdiende trap onder de kont te geven. Zo vertelt Richard Jenkins (wel héél erg tongue in cheek) dat het blondje net haar lokken heeft geverfd, en dat hij ervoor gezorgd heeft dat die kleurenspoeling vol feromonen zat zodat ze knalgeil naar het weekend vertrekt. Resultaat: slet! Op zulke creatieve wijzen kneedt men het verhaal van de jongeren en worden zij welhaast willoze marionetten in het bizarre spel van de ondergrondse gluurders.

’t Is een verfrissend gegeven en er had ook écht een vlammende genreparodie ingezeten à la ‘Scream’, alleen verslikken Goddard en Whedon zich in hun meta-opzet, zodat het resultaat eerder aanleunt bij ‘Scream 4’: alles is zó meta en zo onuitstaanbaar clever dat er geen spaander heel blijft van de spanning of sfeer waarop het genre steunt. Een beetje zoals iemand die op café een mop vertelt terwijl hij je onophoudelijk in de ribben port en zegt, “hé? hé? hé?” Weg humor. Dan deed ‘Drag Me to Hell’ dat een stuk beter: die film speelde ook met het verwachtingspatroon van de kijker en met bijvoorbeeld het verdraaien van clichématige schrikeffecten, maar die was – naast witty en slim – ook nog behoorlijk griezelig. ‘The Cabin in the Woods’ begint leuk, maar dan gebeurt er een hele tijd weinig interessants en voor je het weet is er een uur gepasseerd en moet je je beteuterd beginnen afvragen, ‘wacht even, is dit het nou?’

Waar dat voor een groot stuk aan ligt: het gaat allemaal net iets te snel. Er wordt wel uitgelegd dat de hoofdfiguren op voorhand zodanig gekneed zijn dat ze nu helemaal voldoen aan de stereotypen van het genre, maar hoe ze daarvóór waren, krijg je nooit te zien. Je zit dus heel de film lang naar clichés te kijken en daar mag je intellectuele draaien aan geven zoveel je wil, het helpt niet voor het inlevingsvermogen. Bovendien gaan ze allemaal zo snel voor de bijl dat er na een uur niemand meer overblijft. Op dat moment krijg je wel een twist in de plot die je gerust een U-turn mag noemen – en waarna de prent opeens héél plezant wordt – maar dat neemt niet weg dat heel de tweede akte (meer dan de helft van de film) maar wat aanmoddert. Het lijkt alsof Goddard en Whedon zodanig in de weer waren met het bedenken van inventieve ideeën over horror, dat ze vergeten zijn ook goeie horrorscènes te schrijven.

Gelukkig is er nog die knettergekke derde akte: terwijl daarvoor de gore netjes tot een bare minimum werd gehouden – je moet hier spijtig genoeg geen inventieve kill scenes gaan zoeken – trekken ze vanaf dan alle registers open. Op dat moment wordt ‘The Cabin in the Woods’ een nimmer aflatende lawine van what the fuck-momentjes, alsof dertig horrorfilms de handen in elkaar slaan en zich transformeren tot één donderende sequens van een kwartier. Awesome! Zelfs de naderhand lichtjes afgezaagde knipoogreferenties op z’n Tarantino’s (er wordt lustig met verwijzingen gesmeten naar ‘Evil Dead II’, ‘Hellraiser’ en J-horror, om er maar een paar te noemen) nemen wij er op dat moment met graagte bij.

Voor de ongeduldigaards die hier pas beginnen lezen: foei! Begin eens bovenaan! Voor de rest: ‘The Cabin in the Woods’ is – hetzij door onredelijke verwachtingen, hetzij door een niet geheel optimale uitwerking – een kleine tegenvaller. Maar ’t blijft hoe dan ook een toffe horrorprent van meer dan gemiddeld niveau. Zie hem misschien nog het best als –oe-la-la – de ‘Tree of Life’ van het horrorgenre: de opzet is zo ambitieus en de verwachtingen zo hooggespannen dat de film op een bepaald moment ineen stuikt onder zijn eigen gewicht en je als kijker moet afhaken. Het klinkt allicht ontzettend onnozel om het over iets als ‘The Cabin in the Woods’ te zeggen, maar: de film speelt zich af op een zodanig intellectueel niveau – je hoort Whedon nét niet gniffelen boven zijn schrijftafel vanwege zijn zoveelste geniale vondst – dat dat het pure kijkplezier in de weg komt te staan. Iets meer horror, en iets minder meta ware welkom geweest.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in