Michael Kiwanuka + Jake Bugg :: 30 april 2012, AB

De Ancienne Belgique kondigt op de dag van het concert aan dat er een derde artiest aan het programma is toegevoegd. De exotische Imany mag na een eerdere passage nogmaals het podium van de Box bestijgen, ditmaal als wegberijder voor twee andere artiesten. Het extraatje toemaatje komt als een fijne verrassing maar is tegelijk ook een weldoordachte keuze. Tot voor kort stond Michael Kiwanuka zélf nog als voorprogramma van andere muzikanten geprogrammeerd. Sinds de hype rond het debuutalbum ‘Home Again‘ is hij plots gebombardeerd tot headliner. Het kan snel gaan, soms te snel. Wanneer een artiest nog maar net zijn eerste songs bijeen heeft gesprokkeld, is het onmogelijk om een volledige avond muziek te eisen. Het publiek mag dat wel willen, doch is het een veiligere keuze om een langer voorprogramma samen te stellen.




Van Imany kunnen we niet veel kunnen meepikken, omdat de deuren van AB al om zeven uur ’s avonds open zijn. Er is echter nog ruim voldoende tijd om het andere voorprogramma te ontdekken: Jake Bugg (met twee g’s, hebben we geleerd). Een klein en vrij tenger ventje stapt het podium op en even bestaat er twijfel of hij deel uitmaakt van de roadies of als het gaat om de muzikant die klaar is om te beginnen. Die onzekerheid neemt hij gelukkig zelf weg door onomwonden met een schérpe zangstem de aandacht te lokken. Bugg is afkomstig uit Nottingham maar zijn stemgeluid past zonder twijfel beter bij een gepensioneerde cowboy uit Kentucky (de goeie soort). De nummers volgen als een spervuur elkaar op: daartussen is er weinig tijd om voor gekeuvel en Bugg beperkt zich tot het hoogst noodzakelijke. Toch heeft de jonge welp met zijn kronkelende melodieën en pittige songs op de gitaar een sterke indruk nagelaten. Zijn mix van folk, country en blues steekt na een tijdje ook niet af: het blijft fris door de invloeden van eigentijdse muziek – een vleugje britrock en pop. Bugg’s stem lijkt op momenten nog het best samen te vallen met die van John Bramwell (I Am Kloot). De podiumervaring ontbreekt hem nog, maar hij brengt nu al verschrikkelijk boeiende muziek.

Misschien zien we Jake Bugg binnen de kortste keren wel terug als headliner, als we ons moeten baseren op de carrière van Michael Kiwanuka. De singer-songwriter verschijnt als een ster op het podium, inclusief volledige begeleidingsband. Het verschil kan niet groter zijn met zijn vorige passage (in de Botanique), waar hij het helemaal alleen (met een gitaar) moest beredderen. Nu is Kiwanuka de coming man en die net verkregen zelfzekerheid straalt van hem af (met zijn hoed doet hij trouwens denken aan de Nigeriaanse president Goodluck Jonathan – dat geheel terzijde). De groep gaat van start met ‘I’ll Get Along’ en onmiddellijk is het duidelijk wat voor een effect de begeleiding op het geheel heeft. Kiwanuka komt eerst even minder sterk naar voor en raakt overstemd door de anderen, maar door een aanpassing van de geluidsmix wordt dat enigszins gecorrigeerd. Hij is dan ook niet echt de soulperformer of spektakelman maar eerder een ingetogen folkzanger die met heupwiegende songs het publiek tot ontroering wilt brengen.

Die kwaliteit komt het sterktst naar voor in de composities met een persoonlijke inslag, waar Kiwanuka zelf het voortouw neemt – in plaats van de zoet klinkende begeleidingsband. ‘Always Waiting’ is daar een uitstekend voorbeeld van en de singer-songwriter maakt van de gelegenheid gebruik om zijn stemtimbre in al z’n facetten te laten horen. Bij ‘Tell Me A Tale’ gebeurt dat iets krachtiger en inclusief wat soulpower. Het nummer krijgt ook wat extra kleur dankzij de aangehouden akkoorden op de organ. De groep probeert even een uitstapje te maken en wat te improviseren maar zo vroeg op de avond komt dat een beetje over als tijdrekken. Eenzelfde gevoel bij een bluesdeuntje dat gebruikt wordt om de bandleden voor te stellen maar verder weinig aan het concert toevoegt. Dergelijke gewoontes komen beter uit de verf op het einde van een concert.

Het tweede deel van het concert laat gelukkig een betere indruk na. Dat start met een overtuigende versie van ‘Worry Walks Beside Me’, maar Kiwanuka een mooie combinatie van gekwelde stem en elektrische gitaar brengt. Het eerste moment waar hij dat brave etiket wat verliest en durft expressie in zijn stem te leggen. ‘Bones’ is op papier een geweldige song – dankzij de fijne zangharmonieën – maar in de praktijk is het moeilijk te brengen zonder extra achtergrondstemmen. Het blijft aldus beperkt tot een tweede stem, van de bassist, en dat maakt het toch een tikkeltje minder spannend. Een straffe herwerking van Hendrix ‘May This Be Love (Waterfall)’ kan dat enigszins compenseren, dankzij de vele kleine contrasten en de goeie dynamiek van het nummer.

Het beste moment van de avond vindt plaats wanneer de muzikanten het podium verlaten en Kiwanuka alleen met zijn gitaar achterblijft. Dan krijgen we een aantal sterke nummers voorgeschoteld, waaronder ‘I’m Getting Ready’, ‘Rest’ en ‘I Won’t Lie’. Kiwanuka is op z’n best als eenzaat die een handvol songs met een sierlijke eenvoud speelt. De klemtoon ligt dan pas volledig op de zachte tinten in zijn stem, met een coloriet dat door merg en been gaat. Hij komt een aantal keer gevaarlijk dicht bij ontroering, alleen mist hij soms de nodige impuls om het nóg scherper te laten klinken.

Van het einde herinneren we ons vooral nog een aardige ‘Home Again’, die weliswaar niet de magie van de albumversie kan bevatten. In zijn geheel blijven we een beetje op onze honger zitten dankzij een begeleidinsgroep die veel wil maar in realiteit weinig brengt. Gelukkig is die stem van Kiwanuka een hemels geschenk – die een stralende glimlach op elk z’n gezicht kan toveren. Opdracht geslaagd dus: een bij momenten sterk concert dat echter nooit helemaal aangrijpt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in