Weekend aan Zee

Luisteraars van Studio Brussel konden afgelopen
woensdag getuige zijn van een toch wel behoorlijk gênant voorval:
tijdens de ochtendshow van Tomas De Soete en Linde Merckpoel werden
actrices Maaike Neuville en Marieke Dilles uitgenodigd om hun
nieuwe film ‘Weekend aan Zee’ te promoten, maar al snel werd
duidelijk dat er niet zo veel te promoten viel. Toen De Soete de
actrices vroeg om uit te leggen of de film meer was dan zomaar een
‘wijvenfilm’, konden geen van beide daar een sluitend antwoord op
bedenken. Het enige argument om de film alsnog een breder publiek
te laten trekken dan de Vlaamse ‘Sex and the City’-kijkster, werd
uiteindelijk door De Soete zelf bedacht, namelijk dat er een
naaktscène in de film zit, en het mannelijk oog dus ook wat krijgt.
Het is dan ook erg om te moeten vaststellen dat er effectief geen
enkele reden te bedenken valt om ‘Weekend aan Zee’ te gaan
bekijken, tenzij misschien het (aangeklede – wij zijn heus niet zo
pervers als u denkt) voorkomen van Marieke Dilles, dat esthetisch
gezien zeer verantwoord is. Maar voor de meerwaardezoeker valt er
werkelijk niets te vinden, daar aan zee.

Dilles en Neuville spelen samen met Ellen Schoeters
en Eline Kuppens respectievelijk Karen, Elke, Dorien, en An, vier
jeugdvriendinnen die voor de laatste keer hun jaarlijkse reünie
houden in Villa Sans Soucis (geweldig subtiele naam), het
vakantiehuisje van An en haar vriend Walter (Michaël Pas). De tand
des tijds heeft echter weinig medelijden gehad met de vriendschap
tussen de vier dames, die allemaal een geheim lijken te hebben dat
de anderen niet mogen weten, maar waar de kijker na pakweg een
kwartier wél al achter komt. De alleenstaande Elke probeert via
kunstmatige inseminatie zwanger te geraken, maar houdt dit
angstvallig verborgen voor de macrobiotisch geobsedeerde An. Die
neemt dan weer haar kleine mee op weekend, wat tegen alle regels
is, en lijdt aan onverklaarbare hyperventilatie-aanvallen. Dorien,
de matras van de groep, is weer van plan om een andere vent en
vooral zichzelf van prangende seksuele driften te verlossen; en
Karen loopt de hele tijd stilletjes depressief te wezen, omdat haar
relatie met haar verloofde is afgesprongen.

Dat moet dan voldoende spanningen geven om een film
van anderhalf uur mee te vullen, maar dat gebeurt jammer genoeg
niet. Regisseuse/scenariste Ilse Somers mag dan wel vakken als
Scenario doceren aan het RITS in Brussel, daar valt helaas niet
veel van te merken bij het bekijken van haar acht jaar uitgestelde
debuut. Het is misschien een ietwat oneerlijke vergelijking, maar
in een scenario als dat van ‘Carnage’ – of de originele tekst van
Yasmine Reza – komen er uiteindelijk ook opgekropte frustraties
naar boven, en daar gebeurt dat op een subtiele, geleidelijke
manier, die intrinsiek samenhangt met de ontwikkeling van de plot
en de personages. Hier lijkt veeleer het omgekeerde te gebeuren:
het gros van de onderhuidse spanningen wordt in het eerste kwartier
aan de kijker meegegeven, en de personages worden in dezelfde
tijdsspanne meteen in een hokje geduwd waar ze de rest van de film
niet meer uitkomen. Het spreekt vanzelf dat uit zo’n in je strot
geduwde beginsituatie zich nauwelijks een plot kan ontwikkelen, die
naam waardig.

Het gebrek aan ontwikkeling en een derde dimensie
(bij wijze van spreken, welteverstaan) laat zich ook voelen in de
personages en de actrices die ze vertolken. Ellen Schoeters scheurt
op dat vlak het stevigst haar broek, letterlijk en figuurlijk: ze
krijgt misschien wel het minst interessante personage uit de hele
film, en weet blijkbaar dan ook niets anders met haar rol aan te
vangen dan die maar consequent zo plat mogelijk te spelen. (Nog
even tip voor de jongedames: het komt echt behoorlijk
weerzinwekkend over als jullie vrouwenproblemen beginnen te
analyseren met frasen als ‘Gij moet u gewoon eens goe laten
pakken, da’s al’
of ‘Stekt ‘m d’r gewoon in, wa’s da
nu?
‘) De andere drie actrices zijn op hun best degelijk, maar
kunnen ook weinig of niets met hun personages aanvangen; bovendien
is dit voor Eline Kuppens, de revelatie van ‘Linkeroever’, na
‘Quixote’s Eiland’ haar tweede zwakke rol en tweede erbarmelijke
film na elkaar. Maaike Neuville verdient dan weer meer dan een
filmpje als dit of ‘Code 37’, en Marieke Dilles krijgt misschien
het enige personage dat echt menselijke emoties lijkt te beleven,
maar daar houdt het dan ook wel een beetje op.

Op die manier blijven de personages erg typisch en
bijzonder voorspelbaar, en hetzelfde geldt voor de regie. Somers
valt de hele tijd terug op trucjes die je al ontelbare keren eerder
en beter hebt gezien. Kenmerkend daarvoor is de balscène: alle
personages bevinden zich dan – letterlijk en figuurlijk, platte
symboliek is immers ook nooit veraf in een film als deze – op een
andere plaats, en dan komt de gebruikelijke parallelle montage
tussen die vier gebeurtenissen. Dat op zich is al een trucje dat je
zelf ook had kunnen bedenken, maar de manier waarop Somers er dan
nog eens voor kiest om bepaalde scènes in beeld te zetten – de
zogenaamd ‘stomende’ seksscènes van Ellen Schoeters op de wc van
een West-Vlaams boerencafé op kop – neigt naar plat bandwerk. Het
is echt schrijnend om in interviews te lezen dat Somers acht jaar
heeft zitten wachten op een langspeelfilm en dan met dit naar
buiten komt. En dan zwijg ik nog over het niveau van de dialogen,
die koude rillingen over je rug doen lopen.

Gelukkig is er nog die scène waarin Michaël Pas een
wel erg bijzonder drankje wil nuttigen om de dag goed te beginnen,
maar daarna mag je toekijken hoe de plot in vijf minuten van
crisishoogtepunt naar happy end gaat. Met bovendien zo’n
lekker clichématig rugshot van de personages die naar de zee
kijken, voorafgegaan door een geforceerd catharsismomentje in slow
motion. Het is een schrijnend passend voorbeeld van schrijven,
regisseren, monteren en acteren op de verkeerde manier. En daarmee
is eigenlijk ook alles over ‘Weekend aan Zee’ gezegd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in