Lockout

Eens om de zoveel tijd – toevalligerwijs doorgaans na een slopende werkweek – wordt de (zelfverklaarde) high -brow cinefiel in onszelf on hold gezet en de aandrang tot breinloos entertainment gewillig toegelaten. Het zijn dan ook deze momenten die de ideale gelegenheid vormen om de aangebrande moppen uit ‘The Hangover’, de onnozele romantiek van ‘Titanic’ of de testosteronboostende actiescènes van een Ridley Scott -film zonder gêne over ons heen te laten komen. Ook ‘Lockout’, de eerste worp van de Ierse regisseurs James Mather en Stephen St. Leger, weet nauwelijks enige merkbare invloed op het brein uit te oefenen en overschrijdt onder het toeziend oog van scenarist Luc Besson moeiteloos de grenzen van de goede smaak.

Ondanks het zichtbare genoegen dat Guy Pearce beleeft aan zijn rol als antiheld kan de Australiër het schromelijk clichématige verhaal niet achter zijn indrukwekkend gespierde torso verbergen. ‘Lockout’ speelt zich af in de toekomst, meer specifiek in het jaar 2079, waar gevaarlijke criminelen in een gevangenis in outer space in een kunstmatige slaap worden gehouden. Ook de onterecht beschuldigde geheimagent Snow (Pearce) is onderweg naar wat bekend staat als MS ONE wanneer er een opstand uitbreekt in de zwaar bewaakte gevangenis. Dat de dochter van de president van de Verenigde Staten, Emilie Warnock (Maggie Grace), zich net op dat moment tijdens een humanitaire missie, tussen de sinistere delinquenten bevindt, vormt uiteraard een fors dilemma. Uiteindelijk blijkt dat enkel de robuuste Snow Emilie uit haar hachelijke positie kan bevrijden, en vormt de redding van de presidentsdochter de toegang naar zijn herwonnen vrijheid.

Guy Pearce kan men bezwaarlijk een slecht acteur noemen – herinner u ‘L.A. Confidential’, ‘Memento’ en ‘The Road’; vergeet ‘Neighbours’, ‘Home and Away’ en ‘Don’t Be Afraid of the Dark’. In ‘Lockout’ slaagt de Australische bink er, ondanks zijn bewonderenswaardige inzet, echter niet in de film naar een respectabele hoogte te brengen. Ten eerste beschikt zijn personage Snow over een, gezien de vele verpletterende mokerslagen en hallucinante valpartijen die hij moet incasseren, onwaarschijnlijk – lees: ongeloofwaardig – stalen gestel. Bovendien werken de onophoudelijke laconieke grijns en de stortvloed aan cynische oneliners gaandeweg op de zenuwen. De humor is dan ook, net zoals zijn belachelijke incasseringsvermogen, van zo een bedenkelijk allooi dat je ergens halverwege de film de onweerstaanbare drang voelt om de irritante grijns op Pearce’s gezicht weg te zappen. Zelfs de meest penibele momenten tijdens de race tegen de klok lijken om een spervuur – diarree was ook een optie – aan gevatte kwinkslagen te vragen.

Het moge duidelijk zijn, ‘Lockout’ moet men als film vooral niet serieus nemen. Geen probleem, indien de personages bijvoorbeeld eenzelfde cool zouden tentoonspreiden als de scherp grollende exemplaren uit ‘Con Air’, eveneens een gevangenisfilm waarin sarcasme tot kunstvorm verheven wordt. Bovendien zijn de vertolkingen van sommige acteurs zo weinig overtuigend dat het soms lijkt alsof er wezenlijk niets aan de hand is daar in de ruimte; met de in alle omstandigheden uitdrukkingsloze president van de Verenigde Staten Warnock (Adam Sandler wordt verzocht zijn Razzie Award voor slechtste acteur door te geven aan Peter Hudson) en blondje van dienst Maggie Grace op kop. Van enige seksuele chemie tussen de hoofdpersonages – nochtans een onmisbaar element voor een zichzelf respecterende Hollywoodactiefilm – is dan ook nauwelijks sprake.

Samen met de acteerprestaties zijn ook de special effects afwisselend aanvaardbaar, absoluut crappy of simpelweg saai. Zo is de CGI tijdens de achtervolgingsscène aan het begin van de film werkelijk bedroevend slecht en zijn de gevangenisscènes sporadisch indrukwekkend, maar nooit echt angstaanjagend. Resultaat? Het puntje van de bioscoopstoel wordt op geen enkel moment benut, wat gezien de verzameling aan potentieel angstaanjagende criminelen zeer verwonderlijk is. De meest stereotype bajesklanten passeren dan ook de revue. Aan tattoos, gouden tanden en gedegenereerde tronies met andere woorden geen gebrek, maar afschrikwekkend zijn ze nergens.

Luc Besson schudt sinds het succes van ‘Nikita’ als scenarist én producent de ene na de andere film – drie per jaar! – uit zijn mouw. Voor ‘Lockout’ lijkt hij zijn weinig geïnspireerde mosterd onder andere gehaald te hebben bij John Carpenters ‘Escape from New York’. Samen met de nieuwbakken regisseurs Mather en St. Leger waagt hij zich aan voorspelbare verhaalwendingen, duffe actiescènes en een armoedig liefdesverhaal tegen de achtergrond van een grauwe, maar weinig onheilspellende, gevangenis. Waarom dan toch één ster? Voor de moeite, de occasionele grappige oneliner en de spierballen van Guy Pearce.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in