Dunk!festival 2012 :: Het postrockcliché bijna voorbij

Wat jarenlang een bescheiden festivalletje bleef met toen nog onbekende alternatieve acts als Madensuyu, De Portables, The Sedan Vault en The Bony King Of Nowhere, is sinds 2010 samen met het Deense PostFest en het Duitse Denovali Swingfest dé internationale postrockhoogmis. Ook dit jaar trok het Zottegemse Dunk!festival kleppers aan als This Will Destroy You, Pelican en 65daysofstatic, maar ook Steak Number Eight en andere aangename verrassingen.

In de fuifbunker van de Egmontstad zag je tijdens het paasweekend niet alleen internationale toppers — jammer genoeg zonder echt splinternieuw materiaal — passeren, maar ook speciaal overgevlogen nichebands, zoals het Italiaanse Lento en het Australische Sleepmakeswaves, én een erg internationaal publiek, met bezoekers tot uit Brazilië (!). Het siert het festival dat het zelfs op deze manier low profile, kleinschalig en gezellig blijft.

Dunk!festival is daarnaast al jaren een postrockhoogmis, en moet dus schipperen tussen de die-hardfans van een volgens sommigen hersendood genre, en een publiek dat naar meer gedurfde acts snakt. Het moet gezegd: door bands als Omega Massif, Vessels en The Samuel Jackson Five te programmeren is de organisatie er opnieuw in geslaagd de line-up open te breken naar andere, meer avontuurlijke genres.

Het gat dat het meer experimentele Rhâââ Lovely Festival in 2008 achterliet, is nog niet volledig gedicht, maar in Zottegem was zeker meer te horen dan de verschroeiende crescendo’s en breed uitwaaierende melodieën van voorts voortreffelijke band als het Portugese The Allstar Project, het Deense Sky Architects en het Amerikaanse Beware Of Safety en If These Trees Could Talk. Al deze bands waren vrij stevig, maar bezorgden de ouderwetse postrockfreak in ons met filmische performances à la Red Sparowes en Mogwai de nodige kippenvelmomenten — het oninspirerende Sleepmakeswaves toonde dan weer hoe het níet moet.

Vrijdag 6 april

Voor de organisatie is Dunk! ook de ideale gelegenheid om acts van eigen kweek voor te stellen. En dat waren er heel wat: Atlantis, Kasan, Terraformer, Sky Architects, Late Night Venture, en ook Stories From The Lost die de eer kregen de eerste uitverkochte dag van editie 2012 voor geopend te verklaren. Het lokale talent — de helft van de Dunk!crew — kwam zijn debuut For Clouds voorstellen. De complexe, instrumentale (prog)metalis leveren op plaat zeker een genietbaar muzikaal oplawaai, en live is vooral de combinatie van ziedende riffs en voorgeprogrammeerde loops overtuigend, maar door te bruuske overgangen gaan sommige passages de mist in. Neem nu de epische afsluiter. De warme gloed die we van de hoge melodietjes kregen, werd plots overschaduwd door meedogenloos harde breakdowns. Iets minder overmoedig, en het zat meteen snor, bedachten we ons.

Het Leuvense duo Mosquito was vrijdagavond misschien wel de vreemde eend in Zottegem, maar een heel goede aanwinst. Gitarist Kevin Imbrechts en drummer-zanger Nico Kennes maken er de eer van om bijna elk jaar een EP te releasen. Dankzij een uitstekend geluid klinkt de puike stoner-‘n-roll als een goed geoliede machine. Imbrechts raast met zijn lekker brommende gitaren aan een rotvaart door de set terwijl Kennes zijn loeiharde drums amper stillegt. Kort gezegd: een krachtige set van een band die nu eindelijk eens met een full-length op de proppen mag komen.

Omega Massif is afkomstig uit Beieren, maar het quartet van Denovali Records lijkt voort te komen uit de deprimerende mijnstreek van Nordrhein-Westfalen. Het instrumentale sludgemonster toverde met grootse riffs de Bevegemse Vijvers om in een gitzwarte kerker. Als aankondigers van de Apocalyps dompelden de Duitsers ons onder in een akelig doemsfeertje.

Karpatia, de moeilijke tweede van de groep, had niet dezelfde impact als debuut Geisterstadt, maar live bleef een massieve wall of sound overheersen. In monsters van nummers als “In Der Mine” en “Unter ” zijn de donderende gitaren, doordringende bassen en het loodzware drumwerk regelrechte aanslagen op de trommelvlies. Ondanks de slecht hoorbare hoge noten, die in normale omstandigheden loeien als langgerekte sirenes — een typisch euvel voor eerste festivaldag — had de band de hele zaal mee. Noem Omega Massif gerust de Duitse Amenra.

Gelaagd en atmosferisch, dat is This Will Destroy You, tegenwoordig in twee woorden. Op Tunnel Blanket vervingen de Texanen hun mooie postrock door meer zweverige shoegaze en duistere doom, maar toch ging hun passage net als vorig jaar op Dour onopgemerkt voorbij. De band haalde eerst vernietigend uit, maar zorgde halfweg met langzaam aanzwellende epische soundscapes voor de nodige rustmomenten. “Communal Blood” was de perfecte samenvatting van de hele set. In het nummer domineerden gitaarlagen die als een indrukwekkend wolkenpak bij een naderend onweer dikker worden, maar meer van hetzelfde onheil brengen.

Het klinkt een beetje onrespectvol, maar het vet is ook van de soep bij postmetallegende Pelican. Akkoord, het is sowieso vermoeiend om meer dan een uur geboeid te blijven bij louter instrumentale nummers, maar live zijn de oude staalharde metal van Australasia en herkenbare hooks City Of Echoes ondanks het oerdegelijke geluid amper herkenbaar. Soms konden we het headbangen op de tempowisselingen van het beukende gitaristenduo niet laten, maar door de haast eindeloze repetitiviteit stuurde de band ons gauw naar de toog. Enkel tijdens de atmosferische afsluiter hoorden we de verschroeiende band van weleer. We vreesden er een beetje voor: Pelican is vergane glorie.

Zaterdag 7 april

De line-up op zaterdag had veel weg van een Dunk!metal-festival. Kasan liet meteen een sterke indruk achter. De band zette met de première van Drown een beest van een optreden neer. Donker en emotioneel: dat lijken meer en meer de kenmerken van Duitse instrumentale rock. Kasan durft weliswaar meer — veel meer — dan bijvoorbeeld Kokomo dat blijft teren op filmische composities. De muziek steunt op een krachtige bas en dito drums, maar gitaargewijs hoorden we zowel melodische gitaarsirenes op zijn postrocks, mathrock als meer doomgedreven agressie. De bewegingen van de gitaristen leken dan wel afgekeken van Explosions In The Sky, als luisteraar zweefde je veertig minuten als een licht vogeltje lustig mee met de passende visuals. Een aangename kennismaking. De vroege aanwezigen hadden groot gelijk.

Bij Lento was het minder aangenaam vertoeven. De hyperactieve Italianen zijn hondsbrutaal, compromisloos, maar niet bepaald episch zoals we ergens op het internet lazen. Het vijftal knalt van begin tot einde, maar van de oorverdovende breakdowns die haast non-stop naar het hoofd werden geslingerd, kregen we spontaan braakneigingen. Waren instrumenten levende wezens, dan hadden we Lento aangeklaagd. Met zijn instrumentale sludgecore deden de Italianen aan mishandeling.

Het contrast met het naar Dunk!-normen fijnzinnige Vessels uit Leeds, dat later op de dag een zeer scherpe indruk gaf, was afschrikwekkend groot. Deze Britten grossieren in indietronica met invloeden van Four Tet, Do Make Say Think, Caribou. Of het nu de subtiele gitaarlijnen, de elektronica, de samples of de gloeiende gitaaruitbarstingen waren, elk stukje zat minutieus in elkaar. Vessels is bloedmooi, mathematisch berekend en dreigend tegelijk. Kippenvel was ons deel, vooral dankzij “The Trap” en een covertje van Nathan Fake.

Om met deur in huis te vallen: Steak Number Eight was geen onbesproken headliner, maar gaf de sceptici vanaf de eerste noten van “The Sea Is Dying” lik op stuk. De mokerslagen van Joris Casier raasden door merg en been. Bassist Jesse Surmont zette het monster nog wat extra kracht bij. En dan waren er uiteraard die verdomd meeslepende gitaarmelodieën en de oorverdovende oerschreeuwen van Brent Vanneste. Het nummer is een emotionele rollercoaster; een klassieker in wording.

Een intens en destructief sfeertje overheerste van begin tot einde. “Black Fall” klonk verscheurend. De knallende climax was om duimen en vingers af te likken. De nieuwe nummers leunden iets te veel aan bij de brute eerste helft van All Is Chaos en kwamen dan ook aan als muilperen. Zelfs het melodieuze “Track Into The Sky”, op plaat niet meer dan een atmosferisch brugje, was een mokerslag. Tijdens de verschroeiende afsluiters “Dickhead” en “Pyromaniac” bleef er van onze nekspieren weinig over. Steak Number Eight trekt binnenkort op toer door Engeland en Frankrijk. Wij konden alleen maar besluiten dat deze jonge beesten helemaal zijn klaar voor het buitenland.

Zondag 8 april

Nagenietend van een whiplash dankzij Steak Number Eight, moesten we San Diablo, die zichzelf omschrijven als “post-psychedelic mexican stoner with pre-cold war north russian influences “, en de Luikse postmetalband Terraformer jammer genoeg missen. Zondag stond dan wel meer afwisseling, je merkte duidelijk dat veel mensen voor de climax genaamd 65daysofstatic naar Zottegem waren afgezakt.

In de namiddag en vroege avond viel er echter ook heel wat te beleven. En twee “opwarmers” pakten ons echt bij de lurven. Het geniaal gekke The Samuel Jackson Five was de eerste in de rij. De Noorse band deed zijn naam als meest innovatieve band in de scene alle eer aan. De groep klinkt niet zo rechttoe rechtaan als de gemiddelde post-band en haalt zijn inspiratie uit jazz, mathrock en oude progrock. Elke freaky gitaarlijntje klonk haarfijn. “Slow Motion Simulator”, “Eye Eat Lotus” (van het lichtjes fantastische Goodbye Melody Mountain) en “Never-Ending Now” werden enthousiast onthaald. Van een ondergewaardeerde band was in Zottegem geen sprake. The Samuel Jackson Five moet fans van zowel Pink Floyd, Do Make Say Think, John Coltrane als At The Drive-In aanspreken.

Drie jaar geleden waren we niet onder de indruk van Atlantis, toen nog het soloproject van Noorderbuur Gilson Heitinga, maar de eerste ervaring met de volwaardige band was best te pruimen. Atlantis beschikt tegenwoordig ook over volwaardige nummers: van meditatieve drone doom op zijn Jesu’s over de repetitieve dreunende metal van Neurosis tot subtielere postrock met elektronische referenties naar Massive Attack. Live was de atmosferische onderlaag niet de enige constante; de band speelde vooral de kaart van intense herhalende riffs van Amenra uit. Hoewel de band zich honderd percent gaf zat er te weinig variatie om een hele set vastgeketend te blijven.

Deze band heeft honger: zoveel is al duidelijk, dertig seconden ver in de afsluitende set van 65DaysOfStatic. Het is lang geleden dat we het Britse viertal nog eens zo furieus zagen. “Hoe hard kun je op een drum meppen?”, noteren we ongelovig terwijl de groepsleden tijdens “Crash Tactics” op al hun trommels losgaan. Het is dan ook meer dan een jaar geleden dat de groep nog eens met zijn regulier songmateriaal de baan op ging, en na het meer rustige soundtrackwerk dat ze voor de film Silent Running schreven, was de goesting blijkbaar groot om opnieuw met de spierballen te rollen.

Het optreden op Dunk is daarvoor ook de ideale gelegenheid, en de Bevegemse Vijvers een ideale locatie. In een wat morsige locatie, niet meer dan een betonnen bunker, waar het zweet desgewenst van de muren gaat gutsen, komt de mix van knetterende beats en gierende gitaren dan ook het best tot zijn recht. Een publiek dat in slaap is gewiegd met een overdaad aan voorspelbare postrock, kan dit best wel smaken, en laat zich door gitarist Joe Shrewsbury gedwee dirigeren om door de knieën te gaan. Het is een gemakkelijk publieksspelletje, maar de ontlading van dat “Dance Dance Dance” is er eentje die daardoor extra euforie met zich meebrengt.

Was de Test-tour enkele jaren geleden een perfecte manier om nieuw materiaal — dat uiteindelijk slechts in zeer gewijzigde vorm We Were Exploding Anyway zou halen — te proefdraaien, dan krijgen we vandaag slechts één nieuw nummer. Maar wat voor een. Het titelloze nummer zet aan als een pianoballad, en bloeit mooi open als het subtielere bastaardzusje van publiekslieveling “Radio Protector”. Een kussend koppeltje op de eerste rij zorgt meteen voor een romantische primeur. Nog nooit was de groep zo vlakaf “mooi”.

Het is slechts een intermezzo. Met “Go Complex” en “Radio Protector” werkt de groep een razende set af, om in de bis de stampende technotrack “Tiger Girl” het postrockpubliek in te smijten. Zoals op elk festival, wérkt dat. Een feestbeluste menigte laat het zich maar goed welgevallen. En daarmee zit het er voor 65DaysOfStatic op, met de boodschap: en nu niet meer terugkomen voor je die wereldplaat hebt geschreven. We tellen geduldig af.

Dunk!2012 was een boeiende editie met alles erop en eraan: epicness, intensiteit en experiment. Niettemin was een half etmaal durende postrockbad op zaterdag een kleine overkill. De organisatie stelde over de hele lijn een vrij gevarieerde en sterke line-up samen, maar toch zouden leuke indie-acts zoals in de beginjaren of zelfs experimenteren met jazz en minimalistische muziek zoals op Denovali Swingfest het programma nog dat tikkeltje interessanter maken. Dunk!festival blijft hoe dan ook een übergezellig festival om te koesteren in het Belgische alternatieve circuit. Tot volgend jaar!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in