Elena

Een mens kan nog zo zijn best doen, uiteindelijk
komt hij toch altijd tekort. Neem nu onze redactie: we hebben
op het Filmfestival van Gent dit jaar op nog geen twee weken tijd
een hoeveelheid films gezien waar elk normaal mens schizofreen van
wordt, ondertussen nog een paar Ingmar Bergmanprenten meegepikt,
met een gewoonlijk twee uur durende, maar toch behoorlijk stevige
depressie als gevolg (wat overigens niet wil zeggen dat u zich niet
als de bliksem ‘Persona’, ‘Als In Een Donkere Spiegel’ en ‘De Wilde
Aardbeien’ dient aan te schaffen: stuk voor stuk schitterende
films) en bijna elke dag twee uur van Antwerpen naar Gent en terug
gependeld. We hebben voor u behoorlijk obscure (‘Magic Trip’),
behoorlijk alternatieve (‘Meek’s Cutoff’) en behoorlijk slechte
(‘The Help’) titels gerecenseerd, maar ondertussen is niemand van
onze redactie erop gekomen om ‘Elena’, de nieuwe van Andrei
‘probeer mijn achternaam maar eens van de eerste keer juist te
spellen’ Zvyagintsev te gaan bekijken, hoewel die prijzenvoer als
‘Izgnanie’ – ‘The Banishment’ voor niet-Russen – op zijn cv heeft
staan. Bij deze: onze oprechte excuses. En onze mening.

Elena (Yelena Lyadova) en Vladimir (Andrey Smirnov)
vormen een sinds twee jaar getrouwd koppel dat een behoorlijk
classy appartement bewoont – het type met keukens in
natuurhout en met een in neonblauw licht gehulde badkamer. Dat
klinkt niet meteen als het uitgangspunt voor een hard, sociaal
drama waarin gewone mensen zich genoodzaakt zien tot ongewone
handelingen – denkt u even aan de doorsnee Dardennefilm – maar dat
wordt het gaandeweg wel, wanneer blijkt dat het eigenlijk Vladimir
is die de poen bezit, en Elena zelf over geen rooie duit beschikt.
Bovendien heeft Vladimir een dochter die eigenlijk weinig meer is
dan een paar mooie benen en op de kosten van haar vader leeft,
zonder hem ooit met een bezoekje te vereren, en heeft Elena een
zoon wiens levensdoel het is om een nieuwe dimensie aan het woord
‘loser’ geven en nu en dan ook eens per ongeluk een kind te
verwekken bij zijn vrouw. Hun oudste ongelukje moet binnenkort –
dik tegen zijn goesting – naar de universiteit, maar zijn ouders
kunnen die opleiding niet betalen, dus vragen ze via Elena geld aan
Vladje. Die dat natuurlijk niet wil geven. Miserie, miserie!

U kent dit soort films: het is het type dat u nu niet meteen een
gezellig avondje uit bezorgt, maar als u even geluk heeft komt u
totaal vermurwd en met een schitterende cinematografische ervaring
uit de bioscoop – denkt u maar even aan het beklemmende ‘4 Months,
3 Weeks & 2 Days’, dat in 2004 de Gouden Palm won – en kan u op
de koop toe aan de toog van een cultureel verantwoord café, al dan
niet in het Russisch, een al even cultureel verantwoorde discussie
voeren over ‘die nieuwe van Zvyagintsev’. En gelooft u ons vrij:
hoewel ons Russisch tegenwoordig nogal stoffig is en wij nu ook
niet ongelooflijk hoog oplopen met ‘Pantserkruiser Potemkin’,
zullen wij de eersten zijn om de onverlaat die Andrei Tarkovsky
‘een pretentieuze clown met een camera’ noemt, een vakkundige
uppercut te bezorgen waar zelfs Rocky niet van terugheeft.

Dat maakt het allemaal wel éxtra jammer dat ‘Elena’
toch een stukje tegenvalt. Dat komt deels doordat de hand van de
schrijver en de constructie van de plot gedurende de hele film
voelbaar aanwezig blijven. Zyagintsev vernoemt Ingmar Bergman als
zijn grote idool, en tegenwoordig ook de gebroeders Dardenne, en
kiest qua stijl dan ook voor een soort cross-over tussen die twee
filmauteurs. Gevolg is dat ‘Elena’ wel eens tussen schip en wal
durft te vallen; de plot is geconstrueerd alsof er nu en dan een
aanzet dient te worden gegeven (let bijvoorbeeld op het motief van
de raaf en van de haarspeld) om een eindje weg te filosoferen over
existentiële thema’s – à la Bergman – maar wil tegelijk een sociale
problematiek aankaarten – à la Dardenne. Met dat verschil dat de
Luikse broers dan voor een schijnbaar ongeschreven plot kiezen, en
een ongedwongen, uit het leven gegrepen stijl hanteren.

Dat doet Zvyagintsev immers niet altijd. De
schokkerige schoudercamera steekt zo nu en dan wel de kop op, met
soms het beoogde neorealistische uit-het-leven-gegrepen-effect, en
soms krijgen we ook een geweldig rommelige enscenering, waarbij
vooral de vechtscène aan het einde nogal vermoeiend kijkvoer is.
Maar even vaak kiest onze Russische regisseur voor een statische
camera en lange takes, die enerzijds duidelijk een
contemplatiemoment moeten inlassen voor de kijker, en anderzijds
ook het concept ‘temps mort’ – scènes die onbelangrijk zijn voor
het verhaal en je even eraan moeten herinneren dat er in het echte
leven ook vaker niets dan iets gebeurt – alle eer aandoen. In
enkele shots (opening op kop) geeft dat een soort van simpel, maar
poëtisch resultaat, waarbij je denkt: je moet er maar op komen om
je camera net daar te zetten, en ‘m daar ook te laten staan. Zeg
van die Russen wat je wil, maar ze weten wat esthetiek is.

Wat plot betreft, moeten we even aanstippen dat die
stilistisch gezien nogal dubbel uitvalt. Zoals eerder vermeld, voel
je dat bepaalde gebeurtenissen of personages ingrepen zijn van
scenarist Oleg Negin, met de zoon- en dochterpersonages op kop.
Vooral Sergej, Elena’s nakomeling, is een karikatuur waarvan je
toch wel even moet slikken, en noch Negin noch Zvyagintsev geven
dat personage voldoende schermtijd om die karikatuur te vermijden.
Hetzelfde geldt overigens voor diens zoon, Sasha, een personage dat
van ons samen met zijn vader een enkeltje einde van de wereld mag
krijgen. Maar dat is dan weer onze mening.

Negin verdient wel respect voor het feit dat hij
erin slaagt om zijn hoofdpersonage geen breekpunt te geven; Elena’s
actie komt op zich nogal van de pot gerukt over – dat heeft ook wel
te maken met het feit dat ze het voor haar zoon doet, wiens
mislukkelinggehalte wij echt niet genoeg kunnen benadrukken – maar
Negin slaagt er samen met actrice Yelena Lyadova in het personage
zo op te bouwen, dat de obligatoire scène waarin de druppel de
emmer doet overlopen achterwege blijft. Elena doet iets dat
werkelijk niet veel steek houdt, en vanuit de verkeerde redenen
(voor haar zoon dus), maar er is nergens het moment waarop ze je
die beslissing ziet nemen.

Zvyagintsev blijft dus rustig zijn eigen ding doen,
zonder zich al te veel te bekommeren om wat zijn publiek verwacht
of gewoon is. Dat verdient respect, maar dat wil niet zeggen dat
hij een feilloze prent heeft afgeleverd. Russische arthousefilms
die de hoofdvogel afschieten in Gent: het zijn niet altijd hoge
toppers. Wat overigens niet wil zeggen dat wij onze artistieke
geloofwaardigheid niet wensen te bewaren: Tarkovsky en Bergman
maken toch wel hele straffe cinema. Zoek de dvd’s!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in