Christian Mistress :: Possession

Relapse Records, 2012

Het fenomeen van de melodramatische “Femme Metal” heeft zich nu
al enkele jaren gestabiliseerd rond een harde kern van enkele
bands, die worden geadoreerd door voornamelijk jonge dames en heren
met te veel make-up op. Sinds kort komt daar echter een nieuwe
lichting bands bij met frontvrouwen die stilistisch weinig te maken
hebben met de Nightwish’en en Within Temptations van deze
wereld.

Voor hun muziek graven ze terug naar de roots van heavy metal.
Ze bouwen hun songs op rond stevig gitaarwerk dat soms wat
mottenballengeur verspreidt, maar uiteindelijk vandaag niet minder
krachtig is dan in de 70’s. Blood Ceremony en The Devil’s Blood
zijn allicht de bekendste namen. Relapse Records springt nu ook op
die kar en brengt ‘Possession’ uit, het tweede album van Christian
Mistress.

Relapse was ooit een label met een feilloze neus voor het beste
en origineelste wat (extreme) metal te bieden had. Tegenwoordig is
het label heel erg zoekende. Bij de nieuwe acts zitten nogal wat
middelmatige dingen, en wat de oude betreft wordt er vaak op
veilige re-releases ingezet. Christian Mistress brengt hier
voorlopig geen kentering in. (Spawn Of Possession doet dat
misschien wel, maar dat is voor een andere keer).

De riffs en solo’s van Christian Mistress zijn allemaal
geteleporteerd uit de periode eind jaren ’70, begin jaren ’80, toen
heavy metal zijn meest herkenbare vorm begon te krijgen. Je kent de
namen van de bands wel: Judas Priest, Saxon, Motörhead, Iron
Maiden. Je mag je dan ook verwachten aan ruimhartige doses
galopperend vingerwerk en dubbele leads. De gonzende basgitaar is
steeds binnen gehoorbereik om de songs genoeg drive mee te geven,
en om te voorkomen dat je in slaap wordt gewiegd door de overige 12
duellerende snaren. Het meest opvallende aan Christian Mistress –
en allicht ook de reden dat deze weinig originele band überhaupt
bij dit label een contract krijgt – is zangeres Christine
Davis.

Davis zingt met een hese, maar tegelijk ook melodieuze stem. Ze
doet me soms zelfs een beetje denken aan Chrissie Hynde van The
Pretenders. Ze laat geen opvallend groot bereik of atletische
capriolen horen, maar beschikt meestal over voldoende kracht om de
gitaren van repliek te dienen. Ze heeft alleen de neiging om alle
zinnen van haar teksten in hetzelfde metrum te zingen en te
eindigen met een gelijkaardige stembuiging.

Dat gaat na een tijdje wel op de zenuwen werken, net als sommige
van haar weinig zeggende maar diepzinnig bedoelde teksten. Dit
dieptepunt uit ‘There is Nowhere’ wil ik u dan ook niet onthouden:
Eternity is a long time/ Would you want to know yourself that
well / Eternity is a fine time / But it’s all in your mind”
Ja
zus, de eeuwigheid dat is een hele tijd, maar luisterend naar jouw
songs gaat hij er niet bepaald sneller op vooruit.

Het album opent nochtans met de lekkere rocker ‘Over and Over’
en ook het tweede nummer (‘Pentagram and Crucifix’) zal door de
headbanger vlot worden geconsumeerd, althans tot vóór de fade-out.
Vanaf dan volgen er echter nog zeven tracks, verdeeld over
vijfendertig wisselvallige minuten. Die cijfertjes illustreren
feitelijk mijn grootste probleem met deze schijf: langdradigheid.
Al te vaak probeert de band om het materiaal een episch tintje mee
te geven door akoestische intro’s, opgerekte en daardoor tandeloze
twin solo’s of een overbodig rondje ooh ooh’s van
de zangeres.

Vooral de slottracks ‘All Abandon’ en ‘Haunted Hunted’ hebben
hier zwaar onder te leiden. Ik hoor niet voldoende ideeën die na
zes minuten nog renderen. De band kan zeker een goede riff spelen
en de (twin) solo’s perfect uitvoeren. Alleen lijkt het alsof ze
daarmee al tevreden zijn en er niet altijd aan gedacht hebben dat
songs best van begin tot eind spannend zijn, in plaats van enkel
het eerste strofe en het bijhorend refrein.

‘Conviction’ is hier een goed voorbeeld van. Dit nummer duurt
ruim vier minuten, maar als het na het snelle begin en de solo’s
halverwege had mogen eindigen, dan was dit het beste nummer op de
plaat geworden. De titeltrack is een nummer dat er in positieve
manier bovenuit steekt. Dit is een doomy nummer waarin de
sabbathiaanse riff en Christine Davis’ hese zang in een
wat lager register een rokerige sfeer van onderhuidse spanning
weten op te bouwen.

Ik weet dat nogal wat mensen deze plaat zullen prijzen omwille
van het niet te miskennen, enthousiasmerende old school
gevoel en de herkenbare zang. Ik kan daar inkomen, maar vind dat
niet voldoende. Ik hoor uiteindelijk maar twee songs die werkelijk
sterk genoeg zijn om de luisteraar van begin tot einde te boeien.
In de rest voel je wel het potentieel en je kan er ook zeker nog op
headbangen, maar al te vaak verzanden ze in recyclage of goedkope
kitsch. Op mij maakt deze plaat vooral de indruk dat ze er te snel
is gekomen, misschien net om dat levendige karakter te bewaren. Dat
is dan toch ten koste gegaan van de kwaliteit van de nummers.

http://www.christianmistress.com
http://christianmistress.bandcamp.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × vijf =