The Woman in Black


Van alle subgenres die horror kent – body horror,
slasherfilms, zombiefilms, psychologische horror, folterporno en de
rest van de santenkraam – blijven de zogenaamde haunted
house-
films een van de populairste onderverdelingen vormen –
denkt u even aan ‘pyjamafuifhits’ als ‘1408’ en ‘Paranormal
Activity.’ Zoals in vrijwel alle bovengenoemde filmstijlen, bestaat
het grootste deel van de films waarin een behekst huis centraal
staat, uit schier onbekijkbare rommel – vorig jaar alleen al werden
de misbaksels ‘Dream House’ en ‘Don’t Be Afraid of the Dark’ op de
wereld losgelaten – maar als ik eens alle goede horrorfilms die ik
ooit gezien heb op een rijtje zet, nemen films als ‘Poltergeist’,
‘El Orfanato’, ‘The Others’ en natuurlijk het magistrale ‘The
Shining’ daarin een behoorlijk prominente plaats in, en dat zijn
ook allemaal films met locaties waarin het niet aangenaam wonen is.
En voegt u aan dat lijstje meteen ook maar de nieuwe van James
Watkins (‘Eden Lake’) aan toe: ‘The Woman In Black’ is geen
meesterwerk, maar zet prenten als ‘Don’t Be Afraid Of The Dark’ of
‘The Amityville Horror’ moeiteloos in hun hemd.

In dit geval is het Eel Marsh House de woonst waar
het, op z’n zachtst uitgedrukt, niet gezellig vertoeven is. Zo
ondervindt Arthur Pikks (Daniel Radcliffe), een jonge advocaat uit
het Londen van de late 19de eeuw, die naar een afgelegen
dorpje afreist om ginds het landgoed van de recent overleden Alice
Drablow te behartigen. Klinkt als een routineklus, ware het niet
dat dat landgoed Cul-de-Sac-gewijs op een eilandje ligt dat alleen
bij laagtij bereikbaar is, dat de dorpelingen niet erg happig zijn
op vreemdelingen, en dat de plaatselijke kinderen eerder gaan dan
komen. Terwijl iedereen probeert om Kipps zo snel mogelijk op de
trein terug naar Londen te zetten, krijgt de getormenteerde
jongeman, zelf nog steeds niet over de dood van zijn vrouw heen,
hulp van de meer rationeel ingestelde Sam Daily (Ciarán Hinds). Hoe
meer tijd Kipps echter doorbrengt op het Eel Marsh House, in een
poging om alle bezittingen te inventariseren, hoe meer hij
geestesverschijningen begint waar te nemen, van alle kinderen die
de afgelopen jaren zijn gestorven, en van een dame in het zwart die
rond het huis waart.

Laat ons eerlijk zijn: geweldig origineel is die
plot niet. Dat James Watkins en zijn scenariste Jane Goldman (die
haar scenario baseerde op het in 1989 reeds voor een eerste keer
verfilmde boek van Susan Hill) hun klassiekers kennen, blijkt onder
meer uit de stevig aan ‘Dracula/Nosferatu’ refererende premisse van
de bureaucraat die naar een afgelegen streek reist om er de verkoop
van een huis te gaan regelen; schaduwzijde van die medaille is dan
wel dat de plot niet geheel van clichés gespeend is en met momenten
gevaarlijk dicht in de buurt komt van de verteltrucs die in banale
tienerhorrorfilms worden uitgemolken. Vooral naar het einde toe
heeft iedereen die als tiener eens een sleepoverfeestje heeft
bijgewoond, wel genoeg van het aantal onnodige en voorspelbare
plottwists.

Maar qua regie verheft ‘The Woman In Black’ zich
moeiteloos boven alle concurrentie. Over klassiekers gesproken:
James Watkins houdt duidelijk van Duitse expressionistische films
als ‘Das Cabinet des Dr. Caligari’ en heeft heel goed door dat de
typische stijlkenmerken van die beweging nog steeds effectief
genoeg kunnen zijn om spanning op te bouwen en de kijker op zijn
nagels te laten bijten, door ze op een iets meer gedoseerde en
minder groteske manier te gebruiken dan pakweg Tim Burton. Watkins
kiest consequent voor een diep gecontrasteerde belichting, met
slechts één prominente lichtbron die één deel of één personage van
de set verlicht en de rest in het duister verbergt. Zelfs het
tintingproces uit de stille periode, waarbij films een
kleurbad kregen om een bepaalde sfeer (bijvoorbeeld blauw voor
nachtscènes, oker voor overdag, rood voor vuur) te creëren, wordt
door de regisseur gerecycleerd; door veel van de kleuren uit zijn
beelden weg te nemen, krijgen zijn shots een steevast groenige,
blauwige of grijzige tint, waardoor het grimmige en onheilspellende
karakter van de plot zich sterk vertaalt naar het scherm.

Watkins trekt ook de gotische sfeer van de plot –
Edgar Allan Poe is nooit veraf – door in zijn beelden; het verhaal
speelt zich af in de jaren 1890, maar in het dorpje lijkt de tijd
een stuk verder teruggedraaid: Daily is de enige die een auto
bezit, en telefoons zijn er niet te vinden. De herhaalde aankomst
van Pikks in Eel Marsh House wordt elke keer opnieuw vanuit een
low angle gefilmd, waardoor het pand altijd dreigend uit
de moerassen lijkt op te rijzen. Dat zijn allemaal simpele trucjes,
maar ze wérken wel: alleen de schermtijd die elke keer opnieuw
wordt besteed aan het oversteken van het moeras, had wel wat
ingekort mogen worden, temeer omdat in de mist die voortdurend om
de villa en over de moerassen hangt voortdurend digitale eentjes en
etjes schemeren.

Maar zelfs wanneer Watkins zijn toevlucht zoekt tot
zulke (gemakkelijke) digitale effecten, ben je bereid het hem te
vergeven, omdat hij ze op andere momenten juist op hoogst
efficiënte wijze gebruikt. ‘The Woman In Black’ zit tenminste niet
volgestouwd met de goedkope groteske schrikeffecten, die de
horrorfilms van de afgelopen jaren helaas kenmerkten, en wanneer ze
dan toch worden bovengehaald, is het op een punt dat de sfeer en de
spanning al zo geduldig zijn opgebouwd, dat ze ook echt werken. En
dat zul je geweten hebben: wanneer Kipps besluit om een nachtje in
het pand door te werken, resulteert dat in een volle tien minuten
dichtgeknepen billen, waarbij Watkins tussen de schrikmomenten door
het hoge spanningsniveau strak aanhoudt. Lang geleden dat het haar
in onze nek nog zo heeft rechtgestaan.

Dat de film in de laatste twintig minuten zijn
ontknoping op een drafje aframmelt, is dan wel jammer, maar doet
geen afbreuk aan het feit dat ‘The Woman In Black’ eindelijk nog
eens voor een potje vakkundig, oldskool huiveren zorgt.
Bovendien zet Radcliffe een degelijke hoofdrol neer – zijn eerste
rol na Harry Potter – en besef je pas achteraf dat de personages
niet veel meer zijn dan constructies die de plot nodig heeft. ‘The
Woman In Black’ is misschien niet voor de eeuwigheid bestemd, maar
de zorgvuldige stijl en liefde voor het genre maken van deze prent
wel een verademing voor iedereen die het het afgelopen jaar hebben
moeten stellen met boecht als ‘The Roommate’, ‘The Devil
Inside’, ‘Dream House’ en ‘Don’t Be Afraid of The Dark’. Dik de
moeite, zeggen wij.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in