Malcolm X

Het gebeurt niet zo vaak, maar soms lijkt een
regisseur wel geboren om een bepaalde film te maken. Scorsese en
‘The Last Temptation of Christ’. Kubrick en ‘2001’. Tim Burton en
‘Ed Wood’. Hell, Michael Bay en ‘Transformers’, waarom
niet? Voor Spike Lee was het ‘Malcolm X’, zijn ambitieuze
biopic over de beruchte zwarte activist die in 1965 voor
de ogen van zijn vrouw en kinderen werd neergeschoten. Het is,
twintig jaar later, nog steeds zijn meest grootschalige en, naar
eigen zeggen, meest persoonlijke film. “Mijn ‘Godfather'”, noemde
Lee de prent, en hoewel hij dat niveau nooit weet te bereiken
(bescheidenheid is nooit Lee’s sterkste punt geweest), is ‘Malcolm
X’ sowieso wel bij uitstek de film waarin alle thema’s die de
regisseur nauw aan het hart liggen, een perfect focuspunt krijgen.
Racisme – de geschiedenis ervan, hoe het ingebed zit en zat in de
Amerikaanse maatschappij en de reacties erop van de zwarte
gemeenschap: het komt allemaal aan bod, het wordt allemaal
geprojecteerd op één sterk, eminent fascinerend hoofdpersonage. Wat
nog niet wil zeggen dat het een perfecte film is; alleen dat het de
ultieme Spike Lee-film is, met alle voor- en nadelen die daarbij
horen.

Voor wie het niet mocht weten (en als dat het geval
is: shame on you), Malcolm X (Denzel Washington) werd
geboren als Malcolm Little, een kansarme zwarte jongen wiens vader
vermoord werd door blanken omdat hij wat al te fel predikte. In het
Harlem van de jaren veertig groeide hij op tot een kleine
crimineel, die een tijdje meedraaide in het gokcircuit van West
Indian Archie (Delroy Lindo), coke snoof, huizen leegroofde en ga
zo maar door. Uiteindelijk werd hij opgepakt, en in de gevangenis
bekeerde hij zich tot de islam. Hij ging bij de Nation of Islam,
een moslimorganisatie die black supremacy predikte. In
scherp contrast met het verzoeningsdiscours van een Martin Luther
King, propageerde de Nation of Islam desnoods gewapend verzet tegen
de blanke onderdrukking – ze zagen geen mogelijkheid voor blank en
zwart om vredevol samen te leven, maar zeiden openlijk dat de
rassen best gescheiden konden worden van elkaar. Malcolm (die
ondertussen zijn “slavennaam” Little had laten vallen en vervangen
door X), werd de woordvoerder van Elijah Mohammed, de leider van
Nation of Islam, en won op die manier zienderogen aan publiciteit
en macht. Na enkele jaren werd hem dat steeds minder in dank
afgenomen: andere leden van de beweging werden jaloers, en
bovendien ontdekte Malcolm dat Elijah Mohammed niet de heilige was
die hij had gedacht. Gedesillusioneerd verliet hij de Nation of
Islam en hij verzachtte zijn rassenpolitiek. Maar zijn vijanden
werden steeds agressiever, wat leidde tot zijn moord.

Het feit dat Spike Lee er voor koos om het verhaal
te vertellen van een zwarte leider met vrij extreme standpunten,
zorgde natuurlijk weer voor de nodige controverse. Maak een biopic
over Martin Luther King, met zijn droom dat blanke en zwarte
kindjes met elkaar zouden kunnen spelen, en iedereen
applaudisseert. Maak er één over Malcolm X, die publiekelijk zei
dat de moord op John F. Kennedy een gevalletje was van “wie kaatst,
kan de bal verwachten”, en je weet dat er discussie gaat volgen.
Omdat de harde lijn van Malcolms retoriek zo centraal wordt gesteld
in de film – zowat het hele tweede uur van de prent wordt er aan
gewijd – kwamen er al gauw verwijten dat Lee een zwarte racist was,
dat hij geweld aanmoedigde en ga zo maar door. Min of meer dezelfde
verwijten die Malcolm X zelf kreeg tijdens zijn leven. Lee hielp
zijn eigen zaak niet echt vooruit toen hij na het verschijnen van
de film zwarte jongeren aanmoedigde om te spijbelen en naar de
prent te gaan kijken, omdat ze daar meer van zouden leren dan van
hun school. Howard Stern reageerde met de legendarische one-liner:
Yeah right, alsof zwarte jongeren sowieso naar school
gaan!”

Wie er nu naar terugkijkt, ziet nog steeds een
provocerend politiek thriller-drama, dat qua toon en stijl
aansluiting zoekt bij Oliver Stone’s films ‘JFK’ en ‘Nixon’. Lee
bewaart een (destijds vaak genegeerde) kritische afstand van zijn
hoofdpersonage: tijdens de fel gecontesteerde sequensen waarin X
van leer gaat tegen de blanken en black supremacy predikt,
maakt de regisseur continu duidelijk dat die woorden niet van
hemzelf komen, maar van Elijah Mohammed, wiens leer dus kritiekloos
en gedachteloos door zijn volgelingen wordt overgenomen. X is een
briljant redenaar, die overtuigende en meeslepende synopsissen
geeft van wat Mohammed hem heeft voorgekauwd, maar het is pas
tijdens het laatste jaar van zijn leven dat hij echt zelfstandig
gaat denken. En juist dan komt hij terug van zijn hardste
standpunten. Lee toont dat voortdurend, maar het waren de vlammende
speeches die mensen destijds bij bleven.

De film zelf valt uit elkaar in drie bewegingen en
drie bijhorende stijlen. Deel één toont ons het jonge leven van
Malcolm als crimineel, en wordt in beeld gebracht als een uitbundig
period piece, met felle kleuren (die zoot
suits!)
, zwierige camerabewegingen en zelfs een ballroom
dance-
scène die gerust een minuutje of twee, drie korter had
mogen zijn, maar gewoon wordt uitgesponnen omdat Lee zich aan het
amuseren is. Daarna, eens Malcolm X zich bekeert tot de islam,
wordt de film een – ietwat praterig – docudrama. Het is hier dat
het meest controversiële materiaal de revue passeert, maar omdat
het allemaal tamelijk droog gepresenteerd wordt, is het ook hier
dat je begint te beseffen dat de film écht wel lang duurt. Het is
natuurlijk mooi dat Lee geen schrik heeft om het onderwerp van zijn
film grondig uit te spitten – vergelijk dit met ‘The Iron Lady’
onlangs – maar na zijn achtenveertigste speech heb je het stilaan
wel gesnapt. Het duurt te lang voordat Lee overschakelt naar zijn
derde deel: X die uit de Nation of Islam stapt en vanaf dan moet
vrezen voor zijn leven. Lee schakelt hier over naar Oliver
Stone-modus. Zijn film wordt nu een politieke thriller, waarin
gebruik wordt gemaakt van zwart-wit, acht millimeter home
movies
en al dan niet in scène gezette archiefbeelden. De
verwantschap met ‘JFK’ (waaruit ook effectief enkele beelden worden
gebruikt om de moord op Kennedy in beeld te brengen), is hier
duidelijk voelbaar en naar het einde toe, weet Lee ook echt
suspense te putten uit de situatie.

In zekere zin zie je Spike Lee hier dus op zijn
best én op zijn ergst: op zijn best is ‘Malcolm X’ een briljant
geënsceneerd, intelligent epos, waar buiten een politieke agenda,
ook pure filmliefde van afstraalt (de genre-hommages tijdens het
eerste uur zijn prachtig). Op zijn ergst is het een prekerige
talking heads-film, die zijn bijna 200 minuten er
hardhandig doorduwt. Denzel Washington was sowieso nooit beter: wie
eens vergelijkt met archiefbeelden van de echte Malcolm X, zal zien
dat de gelijkenis bijna griezelig is, en het is moeilijk om je een
andere acteur in te beelden die beter overweg kan met de enorme
lappen tekst die hij te verwerken krijgt. Washington had hiervoor
een Oscar moeten krijgen, maar moest nog acht jaar wachten, allicht
omdat hij hier net iets te nadrukkelijk een neger speelt naar de
smaak van de Academy. In de bijrollen zie je de crème van de zwarte
Amerikaanse acteurs (van die tijd, in ieder geval), inclusief
Angela “waar ben je toch naartoe?” Bassett, Delroy Lindo, Albert
Hall en ga zo maar door. Let ook op opvallende cameo’s voor
Christopher Plummer, Peter Boyle en Michael “Christopher uit The
Sopranos” Imperioli.

‘Malcolm X’ is geen meesterwerk for the
ages,
maar het is krachtige, geëngageerde cinema. Oké, soms
kruipt Lee op zijn preekgestoelte en weet je niet goed wanneer hij
er weer af zal kruipen, maar dan nog.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in