John Carter

Het loopt zelden goed af met films waar werkelijk astronomische
budgetten tegenaan worden gesmeten. Het beste voorbeeld is
‘Spider-Man 3’: Sam Raimi kreeg ruim 250 miljoen dollar om de klus
te klaren, met een gigantische overdaad aan plotdraden, epische
gevechten en vooral speciale effecten tot gevolg. Je moet dat geld
immers aan iets uitgeven, en ondertussen dien je toch maar je
verhaal verteld te krijgen. Die enorme sommen lijken dus vooral een
verlammend effect te hebben. De enige die de dans ontspringt is
James Cameron; die mag je met het budget van NASA aan de slag laten
gaan, en de storytelling zal nóg dik oké zijn. ’t Is
vooral het voorbeeld van die laatste dat Pixar-wiz Andrew
Stanton lijkt na te streven. Niet dat hij – zoals wij vurig hoopten
– erin slaagt om de Pixar-magie naar live action over te
hevelen. Het voornaamste dat hij met zijn monsterproductie ‘John
Carter’ – met een budget dat dat van ‘Spider-Man 3’ evenaart
duurder dan grote voorbeeld ‘Avatar’ – laat zien is wat er gebeurt
als je aan een James Cameron-productie begint zónder James Cameron:
dat komt niet goed.

Het probleem begint al met de belachelijk ingewikkelde en
potsierlijk vertelde plot: het verhaal – gebaseerd op de
Barsoom-boeken van Tarzan-bedenker Edgar Rice Burroughs – start
laat in de 19e eeuw, bij ex-cavaleriesergeant John
Carter (Taylor Kitsch, een man die zelfs door Zowie Bowie, Dweezil
Zappa en Kal-El Cage keihard wordt uitgelachen om zijn naam). Na
een achtervolging door enkele bloeddorstige Apachen belandt hij in
een grot, alwaar hij verrast wordt door de verschijning van een
verdacht mensachtige alien. Een korte schermutseling later bevindt
hij zich op Barsoom (ons beter gekend als Mars), waar hij door zijn
afwijkende anatomie en slecht gevoel voor zwaartekracht schier
eindeloze sprongen kan maken en over een bovenmenselijke kracht
bezit. Al snel bevindt hij zich middenin een burgeroorlog tussen
het vredelievende Helium en het oorlogszuchtige Zodanga. Hij werkt
zich op binnen een groen, spartaans alienras, strijdt om de hand
van een prinses (Lynn Collins) en moet uiteindelijk kiezen tussen
een terugkeer naar zijn eigen planeet, of een bittere strijd om het
lot van Barsoom.

Klinkt behoorlijk epic, nu wij dat zo nalezen, maar u
zal het tijdens het bekijken van de film niet geweten hebben. In
het eerste uur gebeurt bijvoorbeeld bitter weinig. Veel te lang
blijft Stanton in het Amerika van de 19e eeuw hangen,
waar hij een overbodige, tergend saaie en – wanneer we tegen het
einde van de film terugkeren – tamelijk moeilijk te volgen subplot
over Edgar Rice Burroughs en John Carters dagboek op poten zet. Elk
gesprek blijft aanslepen, fysieke grapjes worden niet één, niet
twee, maar vijf keer herhaald en elk gevoel van ritme, van goeie
timing ontbreekt. Dat, in combinatie met het feit dat Disney de
film achteraf naar 3D heeft geconverteerd, doet vermoeden dat de
studio Stanton ferm bij zijn lurven had, en in postproductie de
controle heeft overgenomen. Maar misschien is dat wel gewoon wat
wij willen geloven, want als we kijken naar de dialogen,
de acteerprestaties of de (relatief schaarse) actiescènes,
vermoeden we dat er nu ook weer niet zoveel in zat.

Taylor Kitsch – de man die zijn naam schijnbaar gestolen heeft
van een Hannah Montana-personage – staat bedroevend flets te
acteren. Zijn rol in ‘Friday Night Lights’ was – zo vertelt men ons
– geweldig, maar van dat charisma valt er in ‘John Carter’ niet
veel te zien. Hij ziet er een beetje uit als Timothy Olyphant, maar
dan net genoeg getweakt om te kunnen dienen als subject
van een Joepie-poster. Dan had Jake Gyllenhaal in ‘Prince of
Persia’ nog meer uitstraling. Lynn Collins ziet er dan weer
belachelijk oranje uit – denk: Megan Fox in de ‘Transformers’-films
– maar dat belet haar er niet van om toch behoorlijk sexy te wezen.
Alleen spijtig dat ze niet kan acteren: wanneer ze haar regel
“You are John Carter, from Earth?” moet uitspreken, klinkt
dat verdacht veel als “I’m Ron Burgundy?” (Niet gesnapt?
Seriously, ga ‘Anchorman’ huren!) De rest van de cast
bestaat uit grote namen en karakterkoppen als Dominic West, Ciarán
Hinds, Mark Strong en Bryan Cranston, maar die verkeren in
overduidelijke ‘think about the money‘-modus en geen van
hen staat echt te acteren.

In het tweede deel, wanneer de actie dan toch min of meer
losbarst, krijgen we enkele leuke – zij het duidelijk van de ‘Star
Wars’-prequels afgekeken – scènes zoals een gevecht in een arena en
een soort van ersatz-podrace. Zolang de actie gaande is en de
hordes alienkrijgers luidkeels oorlogskreten scanderend met hun
zwaarden mogen rammelen, is ‘John Carter’ nog best bekijkbaar. Al
verwacht je ook dáár veel meer, zeker met dat absurde budget. Het
leukst zijn echter nog de hilarische tussenkomsten van de Therns,
een soort manipulatief godenras dat de ondergang van Barsoom
orkestreert en eruitziet als kale monniken met blauwe speciale
krachten. Altijd lachen wanneer die uit het niets geteleporteerd
komen – vaak met een onbetaalbare blik die zegt, “shit, hier is nog
volk!” Er wordt voorts nog héél wat afgepalaverd – vaak over de
magische “negen stralen” waarvan wij geen snars begrepen – maar
daarvan is geen één dialoog de moeite. Nee, sorry Andrew Stanton en
spitsbroeder Mark Andrews (heden aan het roer van Pixar-prent
‘Brave’), maar dan kon Lawrence Kasdan dat ten tijde van ‘Raiders’
en ‘Empire’ toch een stuk beter, blockbusters schrijven.

Voorwaar ontiegelijk jammer dus, dat ‘John Carter’ op alle
fronten ontgoochelt: dit is een inferieure gigaproductie die nog
een stuk slechtere kritieken zou krijgen dan nu al het geval is
zonder die welhaast alle zonden vergevende connectie met Pixar.
Maar eerlijk is eerlijk: dit is weinig meer dan opgewaardeerde
B-truut die zichzelf veel te serieus neemt en totaal geen greep
heeft op het verhaal dat het wil vertellen. James Cameron mag op
zijn twee oren slapen: zijn suprematie in het genre blijft intact.
Voor de rest: ‘John Carter’ is te mijden, tenzij u al zwaar aan de
pinten hebt gezeten, want jammerlijk genoeg is-ie zo slecht dat-ie
toch weer komisch wordt. Tragisch, hè? Taylor Kitsch raden wij
voorts aan zo snel mogelijk van naam te veranderen, voordat hij
alleen nog maar rollen krijgt aangeboden als Vogue-receptioniste,
eenhoornverzorgster, head cheerleader, Hello
Kitty-aficionado of beste vriendin van Katherine Heigl. Geen dank,
T-dawg!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in