Oslo, August 31st (Oslo, 31. August)

Er zijn van die zondagen waarop een onbestemd verlangen naar
vrijheid, zonnige stranden en zorgeloze tijden het gemoed overvalt.
Meestal klettert de regen tegen de ramen en werpt de eerste werkdag
van de week zijn onheilspellende schaduw reeds over het weekend. Om
het met veel gevoel voor drama te verwoorden: een neiging tot
melancholie is deze nietige mens van tijd tot tijd niet vreemd. Het
mag dan ook een kleine troost heten wanneer de filmpersonages op
het scherm eveneens te lijden hebben onder mistroostigheid. Lars
von Trier verkende na een knoert van een depressie reeds de
gelijknamige aandoening met het fascinerende ‘Melancholia’ en nu
blijkt ook neefje Joachim Trier over de nodige vaardigheden te
beschikken om de weinig welgemoede emotie te verwerken in een
sublieme film. ‘Melancholie is cooler dan nostalgie’, horen we de
voice-over tijdens de openingsgeneriek declameren en we kunnen niet
anders dan – gezien het knap staaltje cinema dat ‘Oslo, August
31st’ is – goedkeurend ja-knikken.

Voorwerp van weemoed is de dertiger Anders (prachtige rol van
Anders Danielsen Lie) die twee weken verwijderd is van zijn ontslag
uit een afkickkliniek op het platteland van Noorwegen. Onder het
voorwendsel van een sollicitatie reist hij naar Oslo, een stad die
herinneringen oproept aan de demonen uit zijn (drugs)verleden.
Tijdens zijn vierentwintig uur durende tocht doorheen de hoofdstad
bezoekt hij vrienden en familieleden in de hoop de zin van het
leven te (her)ontdekken. Het enige waar Anders mee wordt
geconfronteerd zijn de mislukkingen uit zijn verleden: zijn ouders
zien zich verplicht hun huis te verkopen, zijn eigen zus weigert
hem te zien en ook zijn ex-geliefde beantwoordt zijn telefoontjes
niet. Geconfronteerd met de leegheid van zijn bestaan kan Anders
niet langer weerstaan aan de verleiding van zijn vroegere gewoontes
en verliest hij de wil om zich aan het leven vast te klampen.

Mensen die opteren voor een ontspannend bioscoopavondje zullen
afgaande op de inhoud van ‘Oslo, August 31st’ alvast geen ticket
kopen. Bovendien is de film gebaseerd op het naargeestige boek ‘Le
Feu Follet’ van schrijver Pierre Drieu la Rochelle, waarvan Louis
Malle in 1963 reeds een penetrante verfilming maakte. Toch verliest
Trier zich, ondanks de gewichtige, existentiële thematiek, nergens
in depressief geneuzel en weet hij door schoonheid en humor de
tragiek te verlichten. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Nic
Balthazar, die in zijn laatste langspeler ‘Tot Altijd’ het ene
comic relief – moment na het andere afvuurt, slaagt Trier
er in geestigheid en fijngevoeligheid hand in hand te laten gaan in
een film die qua thematisch opzet gerust zwartgallig mag worden
genoemd. Bovendien zijn sommige scènes zo fraai dat de
zwaarmoedigheid van het hoofdpersonage iets verheven krijgt. Zo
zullen de beelden van de nachtelijke fietstocht met de
brandblussers zich nog lang in het geheugen nestelen. En ook het
tafereel in het koffiehuis illustreert dat Trier voorzien is van
een inventieve geest en oog voor detail. We zien Anders door het
raam naar buiten staren, de mensen op straat volgend, terwijl de
gesprekken van de omringende klanten door de lucht zweven. De
gezelligheid en drukte van de conversaties bevestigen zijn
eenzaamheid, maar onthullen tegelijk de banaliteit van de inhoud
ervan.

Het gevoel een buitenstaander te zijn wordt verder versterkt
wanneer Anders zijn vroegere vrienden opzoekt, waaronder zijn beste
vriend Thomas (Hans Olav Brenner), en ontdekt dat ze hun leven
ondertussen op orde hebben, terwijl hij een loser blijft,
zoals hij het zelf zo eloquent verwoordt. Het contrast tussen
Anders en de mensen uit zijn omgeving wordt aan de hand van
subtiele blikken en de positionering van de personages geschetst,
zoals de scène waarin Anders aankomt op een feest zo goed
illustreert. Terwijl de gastvrouw hem afstandelijk en afwachtend
begroet, gebruiken anderen als een ramptoerist zijn gênante
misstappen uit het verleden ter vermaak.

Hoewel alle acteurs met veel overtuiging hun rol spelen is dé
ster van de film ongetwijfeld acteur Anders Danielsen Lie die
uitgaat van het adagium less is more om zijn van
Weltschmerz doordrenkte personage te vertolken. Doordat Trier de
magere Anders steeds dicht op de huid zit, onthult hij hoe de
acteur perfect weet te laveren tussen tristesse en vreugde. Het ene
ogenblik lacht Anders zijn witte tanden bloot – zich vastklampend
aan de weinige vreugdemomenten – om het volgende alweer met een
zorgelijke blik de verte in te staren. Bovendien is ‘Oslo, August
31st’ bevolkt met personages van vlees en bloed – mensen die in
ieders omgeving zouden kunnen voorkomen – waardoor Trier behendig
enige stereotypering uit de weg gaat.

Na zijn fascinerende debuut ‘Reprise’ slaagt Joachim Trier er
wederom in een oprechte en genuanceerde film te fabriceren.
Bovendien splitst ‘Oslo, August 31st’ de kijker, in tegenstelling
tot de vele breinloze prenten die hedendaags de multiplexen
bevolken, enkele existentiële kwesties in de maag die nog lang na
het zien van de film door het hoofd zullen spoken. Want wat als men
als dertiger het leven nog volledig moet opbouwen? En wordt geluk
wel voor eenieder gegarandeerd door de aanwezigheid van vrienden,
gezin en carrière? That’s for Anders to know and for you to
find out.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in