Dan Mangan :: Oh, Fortune

Na twee albums die hem als een folktroubadour op de (vooral Noord-Amerikaanse) kaart heben gezet, kijkt Dan Mangan met Oh, Fortune een heel eind verder. Met deze ambitieuze derde kiest hij voor een energieke en orkestrale aanpak, die bij fans van Noah And The Whale of Mumford & Sons meteen in de playlist past.

Als twintigjarige zoon van ouders met goede smaak (Nick Drake en Bob Dylan werden grijs gedraaid) bracht Mangan een eerste EP uit die in en rond Vancouver werd uitgedeeld onder het indievolkje. Enkele jaren later brachten de albums Postcards and Daydreaming (2005) en Nice, Nice, Very Nice (2010) hem buiten zijn geboorteland, weliswaar zonder in Europa echt voet aan wal te krijgen. Maar zijn fanbase groeide en de podia werden groter, wat hét signaal was om ook het muzikale plaatje groter te gaan zien. En terecht, want Mangan blijkt zich even goed te voelen te midden van uitbundige blazers en ontsporend gitaarplezier, als Showbizz Bart op de nieuwjaarsreceptie van Dag Allemaal.

Oh, Fortune opent met een half minuutje instrumentale chaos, plots plaats ruimend voor een voorzichtige wals die uitmondt in heerlijke dronkenmanseuforie. “About As Helpful As You Can Be Without Being Any Help At All” is een opener die in de richting van Beiruts The Flying Club Cup schuifelt, maar allerminst de rest van het album prijsgeeft. Want wat volgt, is een woelige rit door de Canadese bergen. Het ene moment geniet je in alle kalmte van het uitzicht, het andere scheur je met een 4×4 een steile rotsweg omhoog en krijg je na de bocht onverwacht een overweldigend panorama voorgeschoteld.

Het plezierigste stukje van die rit is “Post-War Blues”, een vloerstamper die zo naast “Little Lion Man” van Mumford & Sons kan, maar het met een grandioze finale overtreft. De rauwe stem van Mangan wordt keer op keer door zijn begeleidingsband naar een climax gedreven, en staat dan plots alleen in de spotlight, wanneer de muzikanten terug naar de achtergrond sluipen. In “Rows of Houses”, een song geïnspireerd door de film Stand By Me, bulken de gitaren van de distortion en klinkt Mangan scherper en venijniger dan ooit. Maar toch hoor je dat dit in de eerste plaats het werk blijft van een pure songwriter. Mangan stapt vaak genoeg uit het oog van de storm om als schuchtere verteller verder te gaan, zoals in “Leaves, Trees, Forest”; folkpop met een subtiele slinger van psychedelica erdoorheen. Even makkelijk laat hij de grootsheid achterwege en deelt hij, met alleen een gitaar om de hals, verhalen over spijt, eenzaamheid of — uiteraard — De Liefde.

Afsluiten doet Mangan in schoonheid, met het in weemoed gedrenkte slotakkoord “Jeopardy”. Een pracht van een eindgeneriek, waarin het uitbundige hoofdpersonage van zonet een man blijkt te zijn die met een hoop vragen achterblijft en ze alle 46 radeloos opsomt met een knik in de stem, waarna een minutenlange trompetsolo de rest van de aftiteling begeleidt. Oh, Fortune verraadt dat deze jonge songwriter nog veel van plan is, wees erbij wanneer hij het verder uit de doeken doet.

Dan Mangan speelt op 26 april in Trix.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in