Radical Face :: 31 januari 2012, ABClub

Broze, maar opgewekte nummers die bij voorkeur gaan over Iets Gruwelijks. Dat is wat Radical Face op een charmante en kige manier brengt. De band is een vat vol tegenstrijdigheden, zeker wanneer in schoonheid gegrossierd wordt.

“Commercials zijn een manier om je muziek te verspreiden. We worden niet gedraaid op de radio, dus op deze manier bereiken we een fors publiek”, zo reageerden The Black Keys toen hen enkele jaren geleden gevraagd werd waarom ze zo vlot toelieten dat hun muziek voor reclamedoeleinden gebruikt werd.
Er valt iets te zeggen voor die theorie: kijk waar de band vandaag staat. Ook Radical Face is een band waar je niet mee om de oren geslagen wordt als je een radiotoestel aanzet. Enkele jaren geleden zag Ben Cooper, brein achter de band, er geen graten in dat “Welcome Home” gebruikt werd om fototoestellen aan de man te brengen. En kijk: zonder noemenswaardige publiciteit staat zijn Radical Face vandaag voor een volle Club in de AB.

Uiteraard staan beide bands waar ze vandaag staan in de eerste plaats omdat hun muziek kan bogen op een geweldige kwalitatieve kracht. Maar het punt is: nu de hele muziekindustrie in een staat van verwarring verkeert, is het misschien wel tijd om oude indie-dogma’s opzij te schuiven en gewoon de kanalen te grijpen die er zijn.

Want laten we wel wezen: het zijn geen zichzelf in de uitverkoop gooiende geldwolven die hier op het podium verschijnen. Zelfs naar Club-normen wordt hier een enorm huiselijke sfeer gecreëerd, niet in het minst door de soms kige bindteksten van Cooper. De man heeft immers de neiging om elk nummer te verklaren alvorens het te spelen. Maar waar je zou verwachten dat zoiets de concertavond de nek om wringt, blijkt het wonderwel te werken, ook al zorgt Cooper er zo voor dat de veelvuldige “ooh’s” en “aaah’s” in de songs een heel andere invulling te krijgen. “A Pound Of Flesh” gaat, ondanks zijn lieflijk voorkomen, immers over het net vermoord hebben van een andere mens.

Dat muziek en lyrics zo nu en dan contrasteren, is dan ook een understatement, dat nog benadrukt wordt door de hoge mate van gezelligheid die het trio oproept. Daar sta je dan als band, met een drummer die kunstjes met de jojo opvoert (écht, dit had u moeten zien!) terwijl de frontman een snaar vervangt. Probeer nadien maar eens “Severus And Sonte” te brengen: de aankondiging dat het nummer gaat over een overleden tweelingbroer wordt enigszins lacherig onthaald. Maar wanneer Radical Face het nummer epische trekjes meegeeft, wordt de werkelijke waarde van dit concert duidelijk: dit is een band die véél aankan. Wie een publiek zware kost met de glimlach kan doen verwerken, zonder bovendien muzikaal al te veel uit de bocht te gaan (de foutjes tijdens het als hit onthaalde “Welcome Home” even buiten beschouwing gelaten), stáát er.

Radical Face is dan ook meer dan een snoepje voor wie toevallig de moeite heeft gedaan op te zoeken wie dat deuntje voor de Nikon D-zoveel speelde. Dit trio maakt prachtige nummers en is zelfs in staat om die op een hele losse manier naar het publiek te brengen. Zelfs haast nonchalant, wanneer een gestript “Ghost Town”, met een schijnbaar naar Rudy Trouvé knipogende melodica, zijn opwachting maakt. Veel spektakelwaarde heeft het allemaal niet, maar wat Radical Face doet, is kwaliteit op maat van de huiskamer brengen, ook al is het in een van de bekende concertzalen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in